Petje af

Column

Beeld: Marieke Odekerken

Gisteravond plaste ik staand. In mijn badjas. Al zal ik nooit zo cool worden, ik betrapte me erop dat ik me voor een moment Jeffrey ‘The Dude’ Lebowski waande. Om dat beeld te completeren leunde ik met mijn rechterhandpalm tegen de muur terwijl ik met de andere hand mijn mannelijkheid vasthield.

Het beeld nam een loopje met me. Al plassend beeldde ik me een onbestendige baard à la The Dude in en plots besefte ik dat ik een grootse loopbaan als topacteur had misgelopen. De pet van een Hollywoordster had me niet misstaan.

Het leven met een dubbele pet gaat sommige stervelingen gemakkelijk af. Peter de Vries (laat je niet foppen door die aanstellerige R.) bouwde er zijn hele carrière op.

Als niet zo’n getalenteerd wielrenner mag ik graag de pet van een groot kampioen dragen en als ik door het Kralingse Bos ren, herken ik een Rocky Balboa in mij die zichzelf naar een tweede kans knokt. In De Kuip vloek ik in eerste instantie de voltallige hoofdselectie bijeen om me daarna te verbeelden dat ik de nieuwe Dirk Kuyt ben die Feyenoord verlost. En met een dikke lichtbruine wollen shawl ben ik de knappe uitvoering van Dick Advocaat.

‘De gekste dingen gaan er door je heen als je in je badjas staand plast als The Dude’

De gekste dingen gaan er door je heen als je in je badjas staand plast als The Dude.

Vandaag had ik in de stad een afspraak met Gers!-fotografe Marieke. Onderweg vroeg ik me af hoeveel Rotterdammers met een dubbele pet leefden, hoeveel een dubbele agenda hadden of met een dubbele tong praatten.

Het leven is een rollenspel. Hoe meer passies, hoe meer petten je geacht wordt te dragen. Jules Deelder deed niet aan triviale verkleedpartijen. Jules leed aan van alles, maar niet aan een identiteitscrisis. Hij was een petloos dichter. Ja, okee, soms een hoedje. Voor de foto.

Ik vroeg Marieke of ik voor de foto mijn platte pet mocht ophouden.

‘Ik vertoon me nergens zonder die pet’, zei ik erbij.

We liepen door de gang naar de geïmproviseerde fotostudio. Iedere kantoorruimte leek op een museumvitrine. Het was indrukwekkend.

‘Ja, vind je het mooi?’, vroeg Marieke.

‘Nou petje af’, antwoordde ik.