Gers? of Gers!

Column Marcel Jongmans

Beeld: Marieke Odekerken

Is Rotterdam over tien jaar Gers! of Gers? Waar gaan we heen als Maasstad? Zijn we nog cool als het kunstwerk van de Markthal is verbleekt? Hebben de kubuswoningen hun laatste bezoekers gehad? Hoelang kunnen we teren op ‘de Rotterdam’ of het nieuwe Timmerhuis?

Hier moeten we serieus over nadenken. Want net als alle andere steden bevindt ook onze stad zich in een tijdperk van enorme veranderingen. Hoe lang houden we het nog vol op fossiele brandstoffen? Is het antwoord op die vraag ‘niet zo heel lang meer’, dan wordt het hoog tijd na te denken wat we doen met Pernis en de Botlek. Als robotten, zoals op de Tweede Maasvlakte, al het werk doen, hoelang kunnen we de haven dan nog als banenmotor zien? Eindhoven is momenteel de stad die onze landelijke economie draaiende houdt. Die positie is 010 al verloren.

Nu is de tijd om na te denken over morgen. Want de toekomst is al begonnen. Nu we onszelf opnieuw hebben uitgevonden, breekt wat mij betreft een nieuwe periode aan voor Rotterdam. Een tijd waarin we deze stad net even zeven stappen verder brengen.

‘Nu we onszelf opnieuw hebben uitgevonden, breekt een nieuwe periode aan’

Een aantal Rotterdammers is al druk bezig met transitie. Paul van Roosmalen denkt na over nieuw gebruik van onze bijna eindeloze vierkante meters platte daken. Op de Keilewerf zoeken en vinden ze nieuwe samenwerkingsvormen en ze stimuleren er de lokale maakindustrie. In de Hub aan de Middellandstraat werken 3D-printers met plastic restafval van festivals. Philip Troost vergist niet alleen, maar doet dat ook nog eens in een 3D-geprinte tank. Hij kan straks alle bussen van de RET voorzien van lokaal geproduceerd biogas. De Zorgvrijstaat in West laat zien hoe zorg anders kan. Slimmer, beter, gezonder.

Maar laten we eerlijk zijn. Het aantal bedrijven dat haar werknemers verwacht tussen acht en negen, van maandag tot en met vrijdag en daarmee vervuilende, veel te dure files veroorzaakt, is schrikbarend groot. Nog steeds kieperen we achteloos ons vuil weg zonder na te denken wat we ermee kunnen. Het UWV geeft nog extra sollicitatietraining, terwijl we op weg zijn naar een maatschappij waar nog nauwelijks werk is. Ons onderwijs leidt op voor banen die er straks niet meer zijn. En als we echt een schonere, gezondere stad willen, zijn we dan bereid onze parkeerplaatsen op te offeren voor groen? Onze pleinen voor water? Onze muren voor planten?

De grote vraag is dus: blijven we doen wat we altijd al deden?

Blijven we Gers! of zijn we straks nog wel Gers?