Het evangelie volgens Sander de Kramer

Interview Sander de Kramer

Hij is de man met het grootste hart van Rotterdam. Voorvechter voor dak- en thuislozen, de verschoppelingen waar de gemiddelde mens met een boog omheen loopt. Hij is Chief Ouwe Dibbes in Sierra Leone, waar hij eigenhandig weeskinderen uit diamantmijnen trok. Sander de Kramer kan het simpelweg niet laten: “Dat heb ik van mijn moeder.” Als hij onrecht ziet, doet hij er wat aan. Desnoods met gevaar voor eigen leven. Het is zijn heilig moeten.

De eerste grijze haren schemeren door in zijn driedagenbaard. Hij ploft neer op het zachte leer van de bank en zijn ijsblauwe ogen priemen door de ruimte, op zoek naar niets in het bijzonder maar wel alert. Sander de Kramer neemt de omgeving in zich op terwijl de ober een nipje wijn uitschenkt in een groot kelkglas. Op de halfopen verdieping in wijnbar Het Eigendom aan de Witte de Withstraat is verder niemand; op speciaal verzoek zitten we hier zodat het interview in alle rust kan verlopen. Achter hem rijen wijnflessen. Naast hem het atrium dat uitzicht biedt op de lange bar beneden. “Gezellig, man”, stelt hij met fonkelende oogjes als hij naar de brandende kaarsjes kijkt op de tafeltjes om ons heen.