Tering, tyfus, kolere, pleuris!

over het Rotterdams

Wat een pleurisgoed blad is dat Gers! eigenlijk. Een zin die zomaar uit de mond van een willekeurige Rotterdammer kan rollen. Maar eh… is dit nou positief of negatief? Voor niet-roffa’s is het soms best verwarrend, dat grove taaltje. Rotterdams staat bovenaan de ladder als het gaat om dialect met een hoog scheldwoorden-gehalte. Professor en taalkundige Marc van Oostendorp neemt dit eigenaardige fenomeen onder de loep.

Een dag niet ‘gegodvurredomd’ is een dag niet geleefd. Het is Rotterdammers op het lijf geschreven. Niet omdat ze nou zo negatief in het leven staan, maar omdat scheldwoorden lijken te zijn ingebed. Van Oostendorp: “Rotterdams is echt de taal van het volk, meer dan andere dialecten. Zo praat in de Achterhoek iedereen Achterhoeks, ook de notaris en de dokter. Maar Rotterdams is de taal van de havenarbeiders. Van de stoere mannen en vrouwen. Daar horen harde woorden bij.”

Ziektes

Tering, tyfus, kolere, pleuris: Rotterdammers schelden graag met ziektes. Marc: “Als ik zeg dat ik iets niet goed vind, komt dat niet zo binnen. Maar als ik zeg dat ik iets teringslecht vind wel. Het is een manier om woorden kracht bij te zetten.” 

‘Nee joh, pleurt op man!’ klinkt gewoon net wat sterker dan: ‘nee joh, dat meen je niet.’

Als we het omdraaien, is het zoeken naar lieve Rotterdamse woorden een stuk lastiger. Dat is niet omdat Rotterdammers geen lieve dingen tegen elkaar zeggen, maar de manier waarop komt niet altijd even zoet over. ‘Hé tyfuslijer!’, kan zomaar een begroeting zijn tussen twee oude schoolvrienden…
Echte old school Rotterdamse scheldwoorden, zoals krotenkoker en geepekop, hoor je bijna niet meer. Van Oostendorp: “Vroeger zal het woord krotenkoker ontzettend beledigend zijn geweest. Maar tegenwoordig is het niet hard genoeg meer en heeft het minder effect. Dan gaan we op zoek naar woorden die dat wel hebben. Hetzelfde geldt voor drommels, een verwijzing naar de duivel. Jaren geleden was dit echt een scheldwoord. Inmiddels kennen we het als een grappig woord uit een kinderserie. Ook scheldwoorden ontwikkelen zich dus in de loop der jaren.”

Wie weet, misschien dat we over 100 jaar Rotterdamse peuters wel liefkozend horen praten over die kolereclown en teringacrobaat…


Prof. dr. Marc van Oostendorp

is gespecialiseerd in taal verandering en -verloedering. In 2002 verscheen van hem het boek Taal in stad en land: Rotterdams. Van Oostendorp is hoogleraar Fonologische Microvariatie aan de Universiteit Leiden en senior onderzoeker bij het Meertens Instituut. Hij heeft tientallen boeken, artikelen en publicaties op zijn naam staan en verzorgt rubrieken op radio en in (vak-)bladen.