Hoop

We weten wat het is. Als het hart van je stad wordt geraakt door blinde haat en zwarte woede. We weten hoe het voelt. Als ze je alles afnemen en meer dan dat. We weten wat één moment in de tijd kan betekenen: voor altijd getekend. We kennen het gevoel van radeloosheid. Doorgegeven door DNA en de altijd aanwezige verhalen van heldenmoed, kapot gesprongen ramen en onhebbelijk verlies.

Maar wij weten ook dat strijd sterker maakt. Dat een weggeslagen centrum ruimte biedt. Wij weten dat ondanks het verdriet om die ene of om velen, ondanks de nimmer aflatende heimwee naar die oude, mooie stad, je verder kunt. Dat je letterlijk en figuurlijk kunt bouwen aan een nieuwe en stralende toekomst. Opdat we nooit vergeten, maar de herinnering van dat wat ooit gebeurde, niet langer meer in de weg staat.

Onze stad staat fier overeind. Ieder gebouw lijkt nu, harder dan ooit, te zeggen ‘we shall overcome’. Iedere toren met haar eigen lichtjes vormt samen de skyline van een stad die vertelt dat duisternis oplost, als er maar genoeg licht is.

Voor handen uit de mouwen is het voor onze stadsgenoten zeshonderd kilometer verder op nu veel te vroeg. Voor niet lullen, maar poetsen de wonden veel te vers. Vertel mensen niet dat je sterker wordt door strijd, als de strijd voor heel even, totaal lijkt te zijn verloren. Wat nu past is stilte en een troostende, helpende hand. Een handreiking vol begrip. Omdat we weten wat het is als je rechtstreeks en voor altijd in je hart wordt geraakt.

Rotterdam. Stad van beton en gebouwen, van een rauwheid die soms haar weerga niet kent. De stad van pleurt op en ouwehoert niet. Stoer, mannelijk en ongepolijst. Rotterdam is dat en zoveel meer. Maar soms, heel even, toont Rotterdam haar kwetsbare gezicht.

Dan is ze niet rauw, stoer of Gers! Maar een stad die laat zien dat je van de grootste klap iets moois kan maken. Dan is Rotterdam niet langer meer een hoop stad, maar de stad van hoop.