“Rotterdam mag nu niet achterover leunen”

Margreeth Olsthoorn en Marko de Jong

Op het eerste gezicht hebben ondernemers Margreeth Olsthoorn en Marko de Jong weinig met elkaar gemeen. Maar zet ze langer naast elkaar en je vindt steeds meer overeenkomsten. Twee ondernemende types die het met hun succesvolle bedrijf nét even anders doen dan de rest van de markt. Zij in fashion, hij in vastgoedontwikkeling. We strijken neer in de Witte de Withstraat voor een kop koffie en spreken over Rotterdam als ondernemersstad, lokale politiek en bedrijven die met de tijd mee evolueren. 

Margreeth kennen we als de uitgesproken verschijning met een prachtige winkel aan het einde van de Witte de Withstraat: MARGREETH OLSTHOORN. Op de gevel prijkt haar eigen naam. Ze is, letterlijk, het visitekaartje van de door haarzelf gecureerde shop en collectie. Haar bijzondere schoenen, de flair waarmee ze haar sjaal om zichzelf heenslaat en de architectonisch vormgegeven earcuff, verraden haar liefde voor de fijne kunsten. Naast haar schuift Marko aan. De eerste indruk is dat wat je verwacht van een typische ondernemer; met zijn gulle glimlach en welgemanierde voorkomen weet hij je nog een baksteen te verkopen. Skills die hij letterlijk heeft vertaald naar het verkopen van stenen, in de vorm van eigentijdse stadsappartementen.

Of het nu koffie, een huis of een auto is; het moet over schoonheid gaan, niet over geld’

Marko (45) werd zeventien jaar geleden ondernemer. Hij begon als financieel adviseur in de vastgoedwereld, maar al snel vond hij hetgene dát hij financierde, leuker dan het financieren zelf. Toen hij middenin de crisis met zijn vrouw Lieke een eerste woning aan de Bergpolderstraat had opgeknapt en binnen een dag verkocht, was Gideon Wonen geboren. Marko: “We kunnen maatwerk bieden aan huizenkopers die normaal geen architect en adviseurs zouden inschakelen. Een soort van Suit Supply voor huizen van €200.000 tot ongeveer €450.000. Recent is de vastgoedmarkt honderdtachtig graden gedraaid. Niet lang geleden belden verkopers dagelijks bij ons aan om huizen aan te bieden. Nu start het bieden direct bij livegang op Funda. Hierdoor zijn we weer aan het oriënteren hoe we onze inkoop verder gestalte gaan geven.”

Na de kunstacademie in Rotterdam startte Margreeth (51) met de vader van haar kinderen een bedrijf. Margreeth: “We zagen het niet eens als een onderneming.” Beljon was een combinatie van vintage design klassiekers van mode en meubels. Eerst op de Gouvernestraat, later in een gekocht pand aan de Oude Binnenweg. “Onze winkel voelde als een woonhuis waar je op elke verdieping iets anders kon vinden. Russisch kinderspeelgoed, bijzondere kledingstukken, designstoelen en objecten zonder functie. Een soort concept store, wat tegenwoordig helemaal in is.” Uiteindelijk koos Margreeth voor de verdieping in de mode en ging zij solo verder. De lat legde zij toen nóg hoger. “Ik heb een voorliefde voor de conceptuele kant van mode. Avant-gardistisch. Als curator , stylist en ontwerper creëer ik een eigen label. Wat ik nog mis, maak ik zelf.”

Rotterdam is niet dé modestad of dé vastgoedstad van Nederland. Toch hebben jullie bewust gekozen voor deze stad om te ondernemen. Waarom?

Margreeth: “Ik ben niet zo honkvast, ik zou evengoed in Berlijn of Parijs kunnen wonen. Voordat ik hierheen kwam, woonde ik in Den Haag en Tel Aviv. Ik vond Rotterdam aan het begin helemaal niet zo tof, vond de stad en de mensen onverschillig. Of weer het tegenovergestelde; de Rotterdamse pats. Ik heb een periode gehad waarin mensen vroegen of mijn zaak wel een winkel was, omdat het meer rauw is dan glam. Voor mij biedt schoonheid kracht of troost. Of het nu koffie, een huis of een auto is; het moet over schoonheid gaan, niet over geld. Uiteindelijk ben ik in Rotterdam gebleven voor mijn kinderen, maar evengoed ook omdat ik kon voortborduren op de naam die ik hier had gemaakt.”

Marko: “Voor mij was het een logische keuze; ik ben hier geboren en getogen, Rotterdam is mijn stad. Vastgoed gaat om locatie. Dat gevoel van die lokale marktkennis moet je hebben óf kopen. Ook heb je je netwerk nodig om te kunnen inkopen. Dat netwerk heb ik hier. Het is mooi hoe de stad opgroeit. Er zijn veel landmarks gebouwd, wijken komen steeds meer met elkaar in verbinding, openbare plekken worden steeds logischer ingedeeld. Dit levert bewustwording en trots op, social media heeft hier een sterke invloed op. Rotterdam staat nu op alle belangrijke internationale lijstjes. Als we het vergelijken met Amsterdam staat toerisme hier in de kinderschoenen, maar het groeit wel harder.”

Margreeth: “Als je ervoor openstaat, dan voel je echt de vibe van Rotterdam. Het leeft! Deze kant van de Witte de Withstraat is enorm veranderd. Daarom heb ik recent mijn ingang verplaatst naar de Schiedamsedijk. Eerst zag je vooral mensen aan deze kant van de straat en nu stroomt het vanaf een andere kant. Er zijn nieuwe plannen voor hoogbouw aangekondigd, zoals de Baan Tower en de Cooltoren. Zat ik niet in de mode, dan verkocht ik auto’s of vastgoed.”

Marko: “Dat verbaast me niets. Kijk bijvoorbeeld naar Piet Boon en Remi Meijers - allemaal academie-mensen. Een architect die bouwkunde heeft gestudeerd, bekijkt wonen vanaf buiten. Maar stel je het binnenaspect van wonen voorop, blijkt het juist een heel creatief denkproces.”

Wat heeft deze stad nodig?

Margreeth: “Datgene waar ik heel lang op hoopte, is gekomen: Rotterdam bruist, het centrum wordt weer chic en tof. Nu alleen nog de lokale politiek. Ik heb lang gevonden dat Rotterdam iets wilde hebben wat ze niet hadden. Als een ontevreden kind zeuren om wat er niet is. Je zou juist het licht moeten schijnen op wat je wel hebt.”

Marko: “Er heerst in Rotterdam een ambtenarencultuur. Er wordt teveel langs elkaar heen geleefd door het zakenleven en de gemeente.”

Er zijn verhalen over huurders die al decennialang op dezelfde plek ondernemen, maar door populariteit van een gebied hun huur niet meer kunnen betalen. Terwijl zij de pioniers in dat gebied waren. Gaan we ten onder aan ons eigen succes?

Margreeth: “Het is triest. Geef subsidie aan een kleine kruidenier of een eigenaar van een speciaalzaak, in plaats van aan een nog niet bestaand underground concept. Die zaken hebben we nodig om ervoor te zorgen dat onze binnenstad niet gaat lijken op alle andere grote steden. Met discountzaken, H&M’s en Mediamarkten.”

Marko: “Mensen gaan klagen als kleine retailers uit het straatbeeld verdwijnen, bijvoorbeeld Donner, niet beseffend dat ze er zelf aan hebben meegewerkt. Eten, boeken en kleding bestellen we allemaal online. Als je je als ondernemer niet aanpast aan wat er nu gevraagd wordt, red je het niet. De overlever is niet de sterkste of slimste, maar degene die zich het beste kan aanpassen aan de nieuwe situatie.”

Margreeth: “Ik zou wel een winkelpand willen kopen, maar dat is in deze stad heel moeilijk. Er is te weinig te koop. Terwijl het juist een toevoeging zou kunnen zijn aan een gebied.”

Marko: “En datgene wat te koop staat, is vaak niet ideaal qua wijk of locatie. Daarom zie je dat panden met winkelbestemming worden omgebouwd naar woningen. Dat verkoopt wel. We hebben liever woonkamers dan leegstand.”

‘Wij kopen de rotte appelen uit de vastgoedmarkt’

Hebben jullie aan de positieve ontwikkelingen in Rotterdam bijgedragen?

Margreeth: “Het tandwiel zet je steeds een stukje strakker voor jezelf. Zo werkt dat voor mij. Ik zou geen boetiek kunnen hebben die dertig jaar hetzelfde is. Mode is tijd. Mode groeit, net als een stad.”

Marko: “Wij hebben heel sterk het gevoel dat we hebben bijgedragen. En met de actuele veranderingen gaan we gewoon weer op zoek naar nieuwe manieren om het verschil te maken. Wij kopen de rotte appelen uit de vastgoedmarkt. Erna zijn ze echt prachtig. Het trekt een andere bewoner aan dan daarvoor, en dat is belangrijk voor de mix van mensen in de binnenstad. We hebben daar alle lagen van de bevolking nodig. In de jaren zestig vertrokken veel bewoners uit het centrum en bleef alleen de sociale lagere klasse in het centrum wonen. Van de gekke! In iedere wereldstad is wonen in het centrum het populairst en duurst, en in Rotterdam wilde tijdenlang niemand in het stadshart wonen. Hier dragen we met onze appartementen ons steentje aan bij.”

Margreeth: “Dat is enorm nodig inderdaad. Ik werd echt droevig van de status van het centrum. Je creëert dan een onmogelijke situatie om de rest van de potentie te benutten.”

Marko: “Een goed voorbeeld is de opfrissing in de Provenierswijk door het nieuwe centraal station. Het is gaaf om te zien hoe dingen ontwikkelen - soms gepland, soms gebeurt het gewoon. Kijk maar naar de Witte de Withstraat. Het is in 25 jaar een gezinsstraat geworden. Een creatieve straat. Daar hebben Margreeth en ik allebei wel een klein beetje aan meegeholpen denk ik.”

Margreeth: “Je gaat als ondernemer continu aan de slag met de huidige tijdsgeest. Zo maak je het verschil. We zijn een creatieve stad, maar het komt ons niet aanwaaien. Het succes is er nu, maar we mogen niet achterover gaan leunen.”