Op de Nieuwe Binnenweg

Een bakkersmeisjesverhaal

Bakkers zijn vroege vogels. Ik ben geen bakker. Ik ben een bakkersmeisje. Om kwart over zeven begeef ik mij op weg naar de winkel om de andere vroege vogels van de stad brood te verkopen.

Op woensdag loop ik naar de winkel. Een man met een grote borstelsnor rijdt op de fiets dezelfde richting in. Ik loop snel, hij fietst langzaam. Dus met dezelfde snelheid. Hij krijgt me in de gaten, vlak nadat ik hem in de gaten heb. Hij lacht naar me. Ik lach niet, op aanraden van mijn moeder die mij leerde om niet met vreemde mensen te communiceren. Even later kijkt de besnorde man weer naar me om. Hij lacht. En ik lach dan toch ook maar. Eventjes raakt hij buiten zicht, en opeens loopt hij naast me, met zijn fiets aan zijn hand.

‘Mooie dag vandaag, vind je niet?’ vraagt hij stralend.

‘Jazeker. Heerlijk, die zon.’ antwoord ik.

‘Ga je met me mee koffiedrinken?’

Lekker direct, denk ik.

Maar ik zeg zo vriendelijk mogelijk: ‘Nou nee, ik moet werken, en op mijn werk ga ik theedrinken.’

‘Heb je een vriend?’

‘Ja. Een man.’ Zeg ik in de hoop dat ‘man’ meer overtuigd dan ‘vriend’.

‘Oh, sorry…’ zegt hij.

Hij weet even niet waar hij kijken moet. Hij stapt op zijn fiets, we wensen elkaar een fijne dag, en hij rijdt de Nieuwe Binnenweg op. Ik roep hem achterna, om de pijn te verzachten:

‘Je hebt een mooie lach. Blijven lachen!’

En dan wordt het zaterdag. Op zaterdagen begeef ik mij nog iets eerder op weg. En dat levert regelmatig een groot contrast op. Want terwijl ik de stad in loop, komen de feestgangers de stad uit. Zwalkend passeren ze mijn frisgewassen hoofd. Zij lachen. Ik lach.

Vandaag, twee januari, volstrekt zich wederom hetzelfde tafereel. En dan opeens:

‘Hoi!’

Aan de andere kant van de straat loopt een jongen. Hij heeft mijn leeftijd, hij ziet er niet slecht uit. Toch denk ik uit veiligheidsoverwegingen: Doorlopen. Geen aandacht aan besteden.

Ik loop door en besteed er geen aandacht aan.

‘Beste wensen!’ roept hij vrolijk.

Wat leuk! Ik stop en draai me om.

‘Gelukkig Nieuwjaar!’ roep ik terug.

Ik lach naar hem, het maakt me blij.

‘Mag ik met je mee?’

Ik lach: ‘Nee…’

Ik richt me weer op mijn route.

‘Zal ik je likken?’

?!?!?!!!!!!!!!!!!!!!!!

Doorlopen. Geen aandacht aan besteden.

‘Zal ik je poesje likken?’

Doorlopen! Geen aandacht aan besteden!

‘Zal ik je kutje likken?’

Doorlopen. Geen aandacht aan besteden.

Vroege vogels. En vreemde vogels.

Op de Nieuwe Binnenweg.