Op het lijf geschreven

Verborgen held

Je hebt van die mensen waarvan je denkt: waar haal je de tijd vandaan? Jeffrey Molenaar is zo iemand. Naast zijn werk als logistiek medewerker bij de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond werkt hij als vrijwillige brandweerman, klust hij in zijn nieuwe huis en helpt hij andere collega’s als ze hem nodig hebben. Zo bescheiden als hij is.

Drie jaar geleden maakte hij de switch van beroepschauffeur naar zijn huidige werkgever. Samen met een collega bevoorraadt hij veertig brandweerkazernes in de regio: van Dordrecht tot Ridderkerk. En in coronatijd zelfs tot ver op de Zeeuwse eilanden. De kazernes krijgen bluskleding, ademlucht, eten en drinken, en nu dus ook persoonlijke beschermingsmiddelen. In deze crisisperiode zijn het lange werkdagen voor Molenaar en zijn collega. Hij begint ‘s ochtends vroeg en is soms pas rond negen uur ‘s avonds thuis.

Kameraadschap

Zijn vader was beroepsbrandweerman en zo kwam hij als klein jongetje in aanraking met de wereld van de vuurbestrijders. Vanaf zijn tiende tot achttiende was hij vrijwilliger bij de jeugdbrandweer: “Ik vind het fijn als ik iets kan betekenen voor mensen in nood. Ook de kameraadschap onder de brandweermannen spreekt mij erg aan. We staan altijd voor elkaar klaar, waar iemand ook mee zit.”

Uitrukken voor reanimatie

Hij maakt elke maand wel iets mee. “We rukken regelmatig uit voor een reanimatie. Laatst was een heftruckchauffeur tijdens zijn werk onwel geworden. De brandweer moet binnen vier minuten onderweg zijn. Wij zijn ook nog eens met zes man. Een reanimatie is best inspannend. Wij kunnen dus echt het verschil maken,” zegt hij nuchter.

‘De kameraadschap onder de brandweermannen spreekt mij erg aan’

De vacature chauffeur bij de Veiligheidsregio was hem op het lijf geschreven: “Ik was al een bekend gezicht bij de brandweer en ik weet waar de mannen en vrouwen over praten. Dus dat komt goed van pas.”

Als hij niet werkt of opgeroepen wordt, klust hij in zijn nieuwe huis in Berkel en Rodenrijs waarin hij gaat samenwonen met zijn vriendin. Of hij helpt een collega. Ook rijdt hij (dit jaar dan uiteraard even niet) voor de Roparun. Hij pikt de lopers op die van groep wisselen, een heel weekend lang. Ook daar draait hij z’n hand niet voor om.