De dromen van wethouder Fahid Minhas

Interview Fahid Minhas

Hij houdt van Schiedam. Desondanks mochten er nog wel stappen gezet worden, oordeelde Fahid Minhas. Dus toen hij de kans kreeg, hoefde hij niet lang na te denken. Hij zegde zijn baan als projectontwikkelaar op voor een carrière in de politiek. Als wethouder en locoburgemeester van Schiedam zet hij zich vandaag de dag in voor een rijker en diverser woningaanbod en een aantrekkelijker vestigingsklimaat. Gers! ging met hem in gesprek over zijn daden en zijn dromen voor Schiedam.


“Meneer Minhas mag de locatie voor ons interview uitkiezen”, zeiden we tegen de bestuurssecretaresse. Immers, wie kent de leuke plekjes van Schiedam beter dan de man die er al meer dan twintig jaar woont en zich dagelijks met hart en ziel inzet voor de bebouwde stad? Kiezen deed Minhas echter niet: we togen gewoon de héle binnenstad door.

Ouwe S’dam

Op een zonovergoten vrijdagmiddag stapt Minhas het gemeentehuis aan het Stadserf uit. Een strak gesneden donkerblauw kostuum, zelfverzekerde pas en gulle glimlach. Vrijdag is de favoriete dag van de wethouder, steekt hij van wal. Niet omdat het weekend dan voor de deur staat, dan werkt hij immers vaak gewoon door, maar omdat er op deze dag markt in de stad staat.

“Ik haal elke vrijdag een visje op de markt”, vertelt hij. “Kibbeling, en steeds bij een andere ondernemer. Ik ben gek op de markt. Hier zie je de Schiedammers, hier raak ik in gesprek met de koopmannen.” Minhas groet her en der bekende gezichten en gaat dan voor naar de kaasboer. “Kende je deze al?”, vraagt hij terwijl hij ons een plankje Ouwe S’dam voorhoudt. Glimlachend: “Jullie hebben Rotterdamsche Oude, maar ook wij hebben een eigen kaas.”

Jarenlang werkte Minhas als projectontwikkelaar bij Provast in Den Haag, het bedrijf dat onder andere verantwoordelijk was voor de Markthal, de Terraced Tower aan de Boompjes en de plannen voor Feyenoord City. “Als zo’n project was afgerond, was je weg en verloor je het zicht op het gebruik ervan. Nu ben ik veel buiten en blijf ik betrokken.” Hij heft zijn armen in een wijds gebaar: “Dít zijn de mensen voor wie ik het doe.”

Kansen pakken

Voordat we in de bijzondere loopbaan van Minhas duiken, blikken we terug. Het was Minhas’ vader die op zeventienjarige leeftijd als arbeidsmigrant uit Pakistan vertrok. De jonge Bashir reisde het werk achterna en kwam terecht in Maleisië, Griekenland, Turkije, Italië, Portugal. Via een bedrijf belandde hij tot slot in Nederland, waar zijn vrouw, een docente in Pakistan, het stel was kort daarvoor getrouwd, ook naartoe kwam.

“Via Boxtel kwamen ze op de Beukelsdijk in Rotterdam terecht”, vertelt Minhas. Hij en zijn twee broers en twee zussen zijn geboren en getogen in Rotterdam-West. “Op mijn tiende zijn we naar de Schiedam verhuisd. Een bewuste keuze van mijn vader; ons nieuwe huis was dichtbij het station en dat zou het de kinderen makkelijker maken bij een latere studie.” Want dat had Bashir scherp voor ogen: zijn kinderen zouden gaan studeren. “Mijn vader zei altijd tegen ons: ‘Dit land biedt je alle kansen om alles uit je leven te halen, dus pák die kansen. Werk hard en ga studeren, want niemand pakt zo’n diploma meer van je af.’ De drive van mijn ouders om alles uit het leven te halen, werd ook mijn drive.”

Nadat Minhas zijn diploma aan het Rotterdamse Wolfert van Borselen haalde, koos hij voor een studie Bouwkunde aan de HTS bij de Coolhaven. “Ik hoopte destijds architect te worden en vervolgde mijn studie dan ook aan de TU Eindhoven. Al snel realiseerde ik me dat mijn tekenvaardigheid niet goed genoeg was. Ik vond rekenen en economie ook veel leuker en stevende dus steeds meer af op een carrière als ontwikkelaar.”

Jong en fit

Minhas ging in 2011 bij Provast werken. Een jaar daarvoor was zijn politieke carrière al gestart bij de lokale VVD. “We keken altijd naar het journaal en naar NOVA. De discussies triggerden mij: wat gebeurt er, wie bepaalt? Ik vond overal wat van.”

In Schiedam viel hem op dat veel sociale huurwoningen in verwaarloosde toestand verkeerden. “En er was enorm veel roulatie. Mijn ouders hadden, net als een aantal anderen in de wijk, een koophuis dat ze juist goed onderhielden. Het contrast in de wijk was hierdoor erg groot. Zonde! Ik belde de woningbouwcorporatie toen gewoon op: ga de boel nu eens opknappen.”

Een paar weken later schoof de toen 22-jarige Minhas aan bij een vergadering van de adviescommissie van diezelfde corporatie om mee te denken. “Toen ontdekte ik hoeveel zij met de politiek te maken hebben én hoeveel kansen daar liggen. Ik zat al bij de VVD, maar na dit besef ben ik fractiemedewerker geworden.”

Een tijdlang combineerde hij die functie met zijn werk voor Provast, want hij was naar eigen zeggen jong, fit en gezond, had bovendien een enorme drive én vond de stad belangrijk. “Het was juist de combinatie van die twee banen die me veel bracht”, herinnert hij zich. “Bij Provast werkte ik aan grote projecten, ik zat met gemeenten aan tafel, wethouders, de directie van de Amsterdamse Zuidas. Ik zag prachtige dingen gebeuren en dacht steeds: in Schiedam pakken we te weinig kansen! Ik wilde de stad verder brengen, ik wilde dóór.”

Minhas zegde de vrijdagmiddagborrels met vrienden en collega’s wat vaker af, meldde zich aan voor een volgende termijn in de raad én schreef mee aan het verkiezingsprogramma. De tijd brak aan om zijn baan bij Provast op te zeggen. “Mijn baas reageerde wel even verbaasd en probeerde me nog kort op andere gedachten te brengen. Het was best een opmerkelijke stap, zeker omdat ik binnen Provast had kunnen doorgroeien. Maar hier in Schiedam ligt mijn roeping, dat voelde ik aan alles. De tijd was rijp.”

Nieuw segment

In 2018, hij is dan dertig, wordt hij niet alleen de jongste wethouder ooit van Schiedam maar ook de jongste locoburgemeester van Nederland. In zijn portefeuille pronken naast Bouwen en Wonen, Ruimtelijke Ordening en Bedrijventerreinen ook Sport en Havens & Maritieme ontwikkeling.

Maar wat wil hij nu precies veranderen in die stad? “Ik vond dat we meer konden inzetten op stedelijke ontwikkeling”, stelt Minhas. “Schiedam had en heeft veel sociale huur en daarmee een eenzijdige bevolkingssamenstelling. De afgelopen jaren trokken honderden Rotterdammers naar Schiedam omdat ze hier goedkoper konden wonen. Rotterdam heeft natuurlijk de Rotterdamwet, waarmee overlastgevers of mensen zonder inkomen uit arbeid worden geweerd uit Rotterdam-Zuid. Maar hier hebben we óók kwetsbare gebieden, wijken waarin een groot deel van de bevolking op bijstandsniveau leeft en waar leefbaarheid onder druk staat. Ik wil midden- en hoge inkomens aantrekken en zorgen voor een evenwichtige spreiding. Ook voor Schiedammers die van een klein appartement naar een grotere woning willen doorstromen.”

‘De prachtige binnenstad is de kracht van Schiedam en die moeten we koesteren’ 

Voorbeelden van nieuwe bouwprojecten zijn er genoeg. Zoals de woontorens in Schieveste. Hier worden binnenkort circa 3500 nieuwe woningen gerealiseerd voor de midden- en hoge inkomens, maar ook voor studenten en young professionals. Minhas is bijzonder trots op dit initiatief: “Voor veel mensen wordt Rotterdam onbetaalbaar, maar ze zoeken wel een stedelijk knooppunt om te wonen. Dat vinden ze hier. We zijn nu al bezig met een betere verbinding vanaf die plek naar het station, want Station Schiedam Centrum is heel belangrijk voor de regio; ook mensen van de Zuid-Hollandse eilanden, Vlaardingen en Maassluis komen hiernaartoe om verder te reizen.”

Helemaal aan de andere kant van de stad is enkele jaren geleden de A4 tussen Delft en Schiedam aangelegd. Daar was lang veel ophef over. Minhas: “Maar die snelweg zou er komen, hoe dan ook, dus we bekeken hoe we die zo stil en schoon mogelijk konden inpassen. Dat is heel goed gelukt.”

In de onderhandelingen van destijds bleek een ondergrondse tunnel te duur en werd gekozen voor een landtunnel mét vleugels. Op die tunnel is een groengebied en een sportcomplex aangelegd. Een mooie ontwikkeling, aldus Minhas: “We hadden elders in de stad twee kleinere sportverenigingen. We zijn met hen in gesprek gegaan en boden hen aan om kostenneutraal te verhuizen naar de nieuwe plek bovenop de landtunnel. Uiteindelijk zijn de verenigingen gefuseerd en hebben die stap gezet. Zij hebben nu een schitterend nieuw sportcomplex en wij, je raadt het al, nieuwe grond om te bouwen. Zo zoeken we steeds naar oplossingen waar alle betrokkenen beter van worden.”

Toeristische trekpleister

Ondertussen ligt de drukke markt achter ons. Regelmatig wijst Minhas horecagelegenheden en andere voorzieningen aan. Velen zijn gevestigd in monumentale panden die een nieuwe bestemming kregen, zoals de bibliotheek in de oude Korenbeurs. Minhas: “Ik vind het echt mooi om te zien dat de private markt dit oppakt. De gemeente faciliteert dit maximaal. Schiedam heeft een prachtige historische binnenstad, kijk maar naar de schitterende grachtenpanden bij de Lange Haven. De binnenstad is de kracht van Schiedam en die moeten we koesteren.”

Eén van de krachten, haast hij zich te zeggen, want er is meer. De ligging bijvoorbeeld. Minhas pakt zijn iPhone en opent de kaart van Schiedam. “Zie je hoeveel groen?” Hij wijst de gemeentegrens aan. “Schiedam is rijk aan parken en ligt aan het prachtige Midden-Delfland.” En natuurlijk dichtbij Rotterdam en alle uitvalswegen. “Vooruit, consumenten doen hun grote inkopen vooral in Rotterdam, maar hier liggen weer andere, unieke kansen, zoals de molens en de oude distilleerderijen.”

Spijt

Wat heeft het wethouderschap hem gebracht, vragen we ter hoogte van de voormalige distilleerderij Dirkzwager, een gebied dat wordt herontwikkeld en straks naast woningen ook culturele ondernemers een mooie plek zal bieden. “Ik houd van de stad”, antwoordt Minhas met trots in zijn ogen. “Het is prachtig te zien wat er door de tijd heen is opgebouwd en welke voorzieningen er zijn.”

Om dat overeind te houden, moeten er wel voldoende dragers zijn, benadrukt hij stellig. “Ik zet daarom nu zo in op het behouden van midden- en hoge inkomens en het aantrekken van een nieuwe instroom hoogopgeleide mensen. En we verduurzamen stap voor stap alle sociale huurwoningen. Zo kan ik nu écht een verschil maken.”

Spijt van zijn overstap naar de politieke arena heeft hij nog geen dag gehad. “Ik ben bezig voor de Schiedammers, ik kom onder de mensen en zie de stad opknappen. Iets leukers bestaat niet.”

‘De drive van mijn ouders om alles uit het leven te halen, werd ook mijn drive’

Wandelend door de stad zien we nog tal van voorbeelden van herinrichting. Sint Joris Doele, een monument uit 1743, fungeert nu als feest- en trouwlocatie. Het Wennekerpand, vroeger een distilleerder, is nu een plek waar een kleine bioscoop, een balletstudio, een radiostudio en een theater onderdak vinden. Verderop komt binnenkort een zorggroep voor ouderen. Er stopt toevallig net een bus met toeristen. Druk kwebbelend maken ze de ene na de andere foto van de nabijgelegen molen.

Minhas, die zelf in Schiedam West woont, doet dat ook graag: rondleiden. Of een carrière als gids iets is, mocht het wethouderschap gaan vervelen? Hij lacht hartelijk. “Ik leid bezoekers graag rond. Het is de beste manier om uit te leggen wat ik voel bij de stad en welke visie we hebben.”

We lopen ook langs naoorlogse bouwwerken die Minhas een doorn in het oog zijn. Er is door de jaren heen veel gesloopt, een koers die gelukkig gedraaid is. “Het is nu de tijd om eisen te stellen”, zegt Minhas met een spijtige blik naar de gebouwen. “Authentieke nieuwbouw die in het stadsbeeld past. Maar wat er staat, staat er.” Hij haalt zijn schouders op. Het liefst lijkt hij de ‘lelijke’ bouw eigenhandig te willen aanpakken. “Het zal vast een keer aangepakt worden”, besluit hij. “Tot die tijd kijken we er maar een beetje omheen.”

In de verf

Net zo’n doorn in het oog was de Hoogstraat, die nu flink aangepakt wordt. Als je het Minhas vraagt, is de Hoogstraat binnenkort weer een bruisende straat met boetiekjes, galeries, speciaalzaken, ambachten en woningen. “Er mag nu, in tegenstelling tot vroeger, gewoond worden op de Hoogstraat. Dat trekt een heel ander soort ondernemers en bewoners. Hij wijst op de winkels die net weer verhuurd zijn en waar druk geklust worden. Gevels staan weer in de verf.

We komen aan bij de Koemarkt en de Broersvest. “Hier moet nog veel gebeuren”, stelt hij. “De Bram Ladage is verbouwd, maar verder doet het plein rommelig en druk aan met lelijke kiosken, schreeuwerige gevels en neonreclame. Diversiteit hoort in grootstedelijk gebied, maar ik schaam me weleens als ik zie hoe sommige panden erbij staan. Diversiteit is goed, maar ongeorganiseerde chaos niet. We gaan orde scheppen in de reclame-uitingen op de Broersvest en eigenaren aanmoedigen hun vastgoed op te knappen. Daarnaast willen we de entree van de stad opknappen en een betere verbinding maken met de Buitenhavenweg. Daar profiteren alle Schiedammers van.”

Minhas’ ogen gaan schitteren als we de Buitenhavenweg oplopen, het verlengde van de Lange Haven. Dit gebied doet robuust aan dankzij de binnenvaartschippers langs de kade en de enorme loodsen van distilleerderijen en in de verte de molen van Nolet. “Kijk nou eens om je heen.” Minhas heft zijn armen. “Zie je het voor je, terrassen, restaurants, woningen. Dit gebied heeft zoveel potentieel, zo prachtig aan het water. Dat bedoel ik nou, zoveel kansen. Schiedam is nooit af. Gelukkig maar, want dan zou mijn werk erop zitten.”

Vergeten visje

Hoe komt Minhas aan zijn inspiratie? Hij glimlacht: “Ik bezoek veel steden, in binnen- en buitenland. Laatst nog Zaanstad, dat is het Schiedam van Amsterdam. Daar hebben ze dezelfde overloop van Amsterdammers als wij hier van Rotterdammers. Hoe voorzie je voor die groep en, net zo belangrijk, hoe profiteer je zo goed mogelijk van een historische binnenstad? Dat zijn belangrijke vragen.”

Terug op de markt schiet Minhas iets te binnen: zijn visje, bijna vergeten! Bij een van ‘zijn’ kramen bestelt hij een portie kibbeling voor ons en zichzelf. Hij eet het op zijn gemak op aan de statafel en roept dan naar de dame in de kraam: “Het was weer heerlijk!” Hij moet er weer vandoor. Hij heeft zo een uitje met de coalitie. “minigolfen.” Hij lacht even: “In Schiedam, dat wel!” Terwijl hij wegloopt, nog die laatste vraag: wat mist Schiedam nog? Zijn antwoord is kort en stellig: “De eer die het verdient!”