Oost west, Zuid best

Terwijl de rivier nietsvermoedend de stad in tweeën splijt verandert Rotterdam in hoog tempo. Ze is in beweging als nooit tevoren. Rotterdam is drukdoende om de status als wereldhavenstad meer en meer op de kaart te zetten. Steeds hoger en hoger worden de gebouwen die langs de Maas als reusachtige paddenstoelen omhoogschieten. Niet alleen het centrum van de stad vernieuwt en verandert. Ook Rotterdam-Zuid mengt zich steeds nadrukkelijker op het toneel. Waar tot voor kort de Rotterdammers aan de ‘goede’ kant van de rivier hun neus steevast ophaalden voor die ‘boeren’ van Zuid, lijkt daar langzaam maar zeker verandering in te komen. Met behulp van enthousiaste mensen die ‘van Zuid’ komen lukt het om het stadsdeel een ander gezicht te geven. Wij maakten kennis met de mensen die Rotterdam-Zuid door hun aderen hebben stromen.


Margreet Rolink

Op Zuid op mijn gemak

Toen er rond 1900 havens werden gegraven en de werklui hun onderkomen zochten in de kleine arbeidershuisjes van de Afrikaanderwijk, kon men nog niet vermoeden hoe de Rotterdamse wijk zich in honderd jaar zou ontwikkelen. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw kwamen de eerste arbeidsmigranten uit het Middellandse Zeegebied hieraan om het zware en vuile werk op te knappen. Inmiddels is de Afrikaanderwijk opgebloeid tot een wijk met een energieke mix van bewoners.

Margreet Rolink voelt zich in de Afrikaanderwijk als een vis in het water. “In 2000 verhuisde ik min of meer per ongeluk van Noord naar Zuid en kwam ik in de Afrikaanderwijk terecht. Wat een verademing was dat. Opeens zeiden er mensen gedag tijdens het boodschappen doen, dat komt in Rotterdam-Noord maar zelden voor. Die echte aandacht voor elkaar.”

Eigenlijk zou het onderkomen van Rolink op Zuid maar tijdelijk zijn maar voor geen goud verhuisde ze weer terug naar de overkant van de rivier. “Ik werd zo verliefd op de wijk dat ik stadsrondleidingen ben gaan geven en inmiddels draagt Rolink als wijkraadslid haar steentje bij aan het wel en wee van de Afrikaanderwijk. “Natuurlijk zijn er dingen die ik graag anders zou zien. De bezuinigingen op Duimdrop bijvoorbeeld, dat gaat me erg aan het hart. Kinderen die het thuis niet al te breed hebben moeten altijd bij Duimdrop terecht blijven kunnen, daar mag nooit op beknibbeld worden,” vindt Rolink.

Redouane Oulad

Betrokken bewoners

De Tweebosbuurt is de afgelopen periode heel veel in het nieuws geweest. Niet altijd even positief en dat is jammer, vindt voormalig jongerenwerker Redouane Oulad. Hij vertelt enthousiast over zijn betrokkenheid bij verschillende activiteiten binnen de wijk. Hij kent dit gebied van Rotterdam-Zuid op zijn duimpje. Al zevenendertig jaar woont hij in de stad en negentien daarvan spendeerde hij in de Tweebosbuurt. Hij weet wat er leeft in de wijk en is maar wat trots op ‘zijn’ buurt.

Toch is hij ook bezorgd. Dat de wijk gesloopt wordt is inmiddels wijd en zijd bekend maar het doet de vijftigjarige Rotterdammer nog altijd pijn. De mensen uit de buurt verspreiden zich straks over andere delen van de stad. Er is geen goed contact tussen de gemeente en de mensen die er wonen, meent Oulad. Dat de buurt bekend staat als een achterstandswijk herkent hij helemaal niet. “Mensen kennen elkaar. Mensen letten op elkaar en de bewoners helpen elkaar als dat nodig is.” Samen met andere wijkbewoners zorgt Oulad voor activiteiten en bijeenkomsten in de wijk. Sporttrainingen, koffiedrinken en taalcursussen bijvoorbeeld. Zo zorgt hij samen met anderen wijkbewoners voor connecties en helpt hij mee de jeugd te stimuleren om te voorkomen dat ze eventueel een verkeerde afslag nemen. Op deze manier kan hij zijn vroegere baan als jongerenwerker toch niet loslaten. “Mensen helpen zit in mijn bloed. Dat past bij mij en bij Rotterdam Zuid.”

Lorenzo Elstak

Adem in adem Zuid

Op het puntje van Rotterdam-Zuid schuurt de kade van Katendrecht tegen het centrum aan. Je hebt geen verrekijker nodig om de overkant te kunnen ontwaren. De eens zo roemruchte Rotterdamse wijk gooit in hoog tempo het roer om. Waar eens de verweerde huizen op het Deliplein het decor vormden voor nachtelijke escapades van lallende zeelieden, staan nu glanzende nieuwbouwlofts te schitteren in de herfstzon.

“Het is jammer dat de oorspronkelijke bewoners hier nu moeite hebben om te blijven wonen. Er zou een betere afstemming moeten zijn tussen oude en nieuwe bewoners. De sfeer van Katendrecht moet behouden blijven.” Als geboren en getogen Kapenees kent Lorenzo Elstak de wijk als geen ander. Voorheen studeerde hij bestuurskunde en was hij actief als professioneel danser. Tegenwoordig vult de creatieve Rotterdammer zijn dagen als projectleider en runt hij zijn eigen entertainmentbedrijf. Dat Elstak hart voor de wijk heeft blijkt wel uit zijn bezigheden. Hij is druk met zijn ‘Platform Katendrecht’. Juist om deze sfeer in de wijk te behouden is het belangrijk om te verbinden. Hoezeer hij ook van de wijk houdt, toch is Katendrecht niet zijn eindstation.

Elstak denkt groter. Zes jaar geleden startte hij de stichting ‘Ik ben Wij’. Een organisatie die als doel heeft te werken aan een inclusieve samenleving. “Ik wil doelgericht verschillende werelden aan elkaar proberen te verbinden.” Door activiteiten in wijken te organiseren, wijkgesprekken te voeren, programma’s op scholen te stimuleren, teambuildingsessies te houden en workshops te geven probeert Elstak en zijn team een ‘wij-samenleving te creëren. Deze twee maatschappelijk betrokken projecten passen Elstak als een jas. “Mijn droom is om dit soort platforms in elke buurt van Rotterdam op te zetten. Noord of Zuid, we zijn allemaal Rotterdammers.”

Boyd Grund

Rotterdam-Zuid kan zo in een film

“In 1996 kwam ik voor het eerst van mijn leven op Noord. Ik mocht als voetballertje van Feyenoord met een van de eerste trams mee over de nieuwe Erasmusbrug. Dat was een hele belevenis. Voordat de Erasmusbrug er was kwamen wij als kind nooit aan de overkant van de rivier. Zuid was onze wereld.” Boyd Grund vertelt enthousiast over ‘zijn’ Pretorialaan, die hij de gezelligste straat van de stad noemt. “Ik verhuisde overal en nergens naartoe maar ik ben altijd verliefd op Rotterdam Zuid gebleven, waar ik ook naartoe ging.” De liefde voor Zuid heeft Boyd gebruikt bij zijn werk bij Bon Sjans, een organisatie die jonge Rotterdammers helpt een hernieuwde stabiele positie in de samenleving te verkrijgen.

Van overleven naar leven is het motto van dit sociale re-integratieproject in Rotterdam. “In mijn werk help ik jongeren. Als coach en begeleider ben ik altijd beschikbaar om deze gasten te sturen en te stimuleren. We gaan samen sporten en we organiseren creatieve activiteiten. Op dit moment ben ik bezig met een film waarin jongens uit Rotterdam-Zuid de hoofdrol spelen. Films maken is mijn lust en mijn leven en ik vond dat er een film moest komen over Zuid. Toen dat op zich liet wachten, ben ik zelf maar aan de slag gegaan. De verhalen die zich hier afspelen, moeten verteld worden. Het stigma dat aan deze gasten kleeft, moet als een stickertje losgepeuterd worden. Maar net zoals met stickers blijven er restjes zitten die je er een voor een af moet krabben. Er is veel meer talent in Rotterdam-Zuid dan men denkt! Daar moeten we veel meer in geloven en gebruik van maken.” Grund draagt er graag zijn steentje aan bij!

Orsine Muntslag

Spelenderwijs een betere wijk

De tram krult met piepende wielen de bocht om op de drukke Spinozaweg in de richting van station IJsselmonde. Als de mensen in de tram hun best zouden doen konden ze speeltuin Pascal aan de Pascalweg zien liggen. Ietsje verderop kijkt Orsine Muntslag het voertuig na. Ze heeft al heel wat trams voorbij zien komen in haar werkzame leven. Al meer dan vijfentwintig jaar houdt Muntslag zich bezig met maatschappelijke betrokkenheid. Heel de stad heeft de enthousiaste Rotterdamse al gezien in haar lange loopbaan. Sinds 2012 is ze neergestreken in Rotterdam-Zuid en doet ze haar sociale werk voor speeltuinvereniging Pascal in de wijk Lombardijen.

In de speeltuin organiseert Muntslag allerlei activiteiten die vooral gespitst zijn op de jonge bewoners van IJsselmonde. “De afgelopen jaren is de leesvaardigheid van de jeugd enorm achteruitgegaan,” vertelt Muntslag. “In de speeltuin proberen we daar op een leuke manier verandering in te brengen. Zo worden de voor de kinderen vrije woensdagmiddagen goed benut. De kinderen zitten veel met hun snufferd voor allerlei schermen, daarom lezen we voor, doen we taalspelletjes en worden er praatjes aangeknoopt. Door contact met de mensen te maken willen we ze bij de wijk betrekken.” De inzet van Muntslag en andere vrijwilligers lijkt zijn vruchten af te werpen. “Laatst kwam ik een jongen tegen in de buurt. “Juf, juf”, riep hij. “Dankzij u heb ik een mooi niveau neergezet bij Nederlands, dank u wel!” Ja, dan loop ik toch trots richting de speeltuin waar ik dat soort verhalen weer verder kan vertellen.” Muntslag hoopt dat de gemeente meer gaat bijspringen en betrokkenheid wil tonen. Dat zou een enorme inspiratie zijn voor iedereen die speeltuin Pascal een warm hart toedraagt. Aan het enthousiasme van Orsine Muntslag zal het zeker niet liggen.

Dulcineia Lopes de Brito

Blij in Brazilië en Bloemhof

Als een mes door een taart snijdt De Lange Hilleweg de wijk Bloemhof in Rotterdam-Zuid doormidden. De gietbetonnen huizen die in de jaren twintig van de vorige eeuw als arbeiderswoningen werden gerealiseerd bieden nu vooral huisvesting aan jonge mensen met kinderen uit heel veel verschillende culturen. Bloemhof werd jarenlang als een achterstands- en probleemwijk gezien. Dulcineia Lopes de Brito, (‘Dulci’), heeft niet zo veel met deze terminologieën. “Bloemhof is echt mijn thuis, achterstandswijk of niet,” begint Lopes de Brito haar verhaal.

Dat is wellicht het grootste compliment dat de Rotterdamse wijk kan krijgen. Bloemhof is namelijk lang niet de enige plek in Rotterdam die Lopes de Brito van dichtbij heeft meegemaakt. Een groot deel van de wereld heeft ze al gezien. De van origine Kaapverdische werkte eerder op de Nederlandse ambassade in Brazilië, is afgestudeerd sociologe en trekt nu als trainee voor wooncoöperaties voor haar werk door het hele land. Zo komt ze op heel veel verschillende plekken en in heel veel verschillende wijken.

Ook in Rotterdam heeft Lopes de Brito meerdere wijken van dichtbij gezien. “We woonden onder andere in Beverwaard en in Rotterdam-West, waar veel van mijn familie nog woont en waar ik nog heel graag over de vloer kom. De Kaapverdische gemeenschap in Rotterdam-West is een heel warme plek.” Lopes de Brito vertelt graag over de Kaapverdische geschiedenis en ze houdt er met veel plezier haar eigen website over ‘Cabo Verde’ op na. Maar hoezeer de Rotterdamse ook van haar Kaapverdië houdt, Bloemhof is inmiddels haar thuis. “Ik voel me prettig in Bloemhof, hier woon ik met heel veel plezier.”

Paul van der Lem

Zuid blijft Zuid

Café ’t Klooster staat er de afgelopen maanden maar verlaten bij. De normaal gesproken zo bruisende kroeg aan de Pleinweg in Rotterdam-Zuid heeft natuurlijk ook te kampen met het vervelende virus dat de horeca in Rotterdam nu al maanden in zijn greep houdt. Kroegbaas Paul van der Lem weigert echter mee te doen aan het heersende chagrijn.

De immer vrolijke Rotterdammer vertelt enthousiast over zijn kroeg in Charlois. “Iedereen is welkom. Oud, jong, dik, dun, rood, bruin, wit of paars. Zolang het gezellig is kun je bij mij een lekker biertje drinken en een leuke avond hebben,” brult Van der Lem door de telefoon. Op de vraag waarom Rotterdam-Zuid zo’n leuke plek is om een café te hebben heeft van der Lem een antwoord paraat. “Hier wonen alle nationaliteiten bij elkaar. Alles en iedereen komt bij mij over de vloer en dat bevalt prima. Er wordt geen onderscheid gemaakt, nooit! Dat gevoel vind ik heel prettig.”

Hij vergelijkt de situatie in Charlois met die van Vreewijk, een andere roemruchte wijk in Rotterdam. “Ik woon al heel mijn leven in het groene dorp onder de rook van De Kuip, maar dat is toch weer heel anders dan Charlois. Vreewijk is net een dorp. Daar wonen dezelfde mensen al tientallen jaren in hetzelfde huisje met hetzelfde tuintje. Ik woon ook al jaren met plezier in Vreewijk, maar die bruisende mix vindt je meer in Charlois terug. Dat is voor een caféhouder natuurlijk een veel aantrekkelijkere sfeer. Als deze hele coronaperiode voorbij is, kom dan maar eens een biertje halen, dan kun je de sfeer zelf proeven!”