De ecologie op sleeptouw

Interview André de Baerdemaeker

Zwijnen met jongen lopen door het centrum van Berlijn. De smog verdwijnt boven grote wereldsteden. Dolfijnen zwemmen rond in de grachten van Venetië. De monniksgier zweeft weer boven Spanje. Met het tot stilstand komen van de mensenwereld, is de natuur wereldwijd opgeveerd. Welke effecten zijn merkbaar in Rotterdam? Of er al dolfijnen in de Maas zwemmen? André de Baerdemaeker, ecoloog bij Bureau Stadsnatuur, heeft het antwoord.

Bureau Stadsnatuur weet alles over de natuur in de stad. En als ze nog iets niet weten, onderzoeken ze dat. Zo kunnen ze bedrijven en gemeenten adviseren die willen weten hoeveel verschillende planten en dieren er voorkomen in een gebied. Zodat een gebied gezond en leefbaar blijft voor iedereen.

En? Zwemmen er al dolfijnen in de Maas?

“Nee, en ik weet dat het verhaal van die dolfijnen in Venetië ook niet klopt. Die zwommen in Sardinië. Er duiken nu ook foto’s op van gebeurtenissen die al veel eerder dan de coronapandemie waren. En die worden dan gelinkt aan deze periode. Als je echt naar de feiten kijkt, kun je er veel nepnieuws uit halen. Er zwom laatst een bever in de Delfhavense Schie, dat wel. En dat was ook erg bijzonder, want dat is in geen tweehonderd jaar voorgekomen. Maar die was gewoon op zoek naar nieuw leefgebied waarschijnlijk, omdat de Biesbosch en Oude Maas al vol zaten.”

Er moet toch wel iets merkbaar zijn?

“Er zal gerust invloed zijn, maar niet heel schokkend. De meeuwen op het Binnenwegplein zullen wel gebaald hebben dat er minder mensen waren en vooral dat de Bram Ladage dicht was. Wist je dat dat niet zomaar meeuwen zijn? Het zijn altijd dezelfde meeuwen. Die hebben onderling echt bepaald wie er voorrang heeft. De kleine mantelmeeuwtjes hebben maar af te wachten of er nog iets voor ze overblijft. De zilvermeeuwen hebben eerste keuze. Die vogels eten overigens niet alleen maar daar. Meeuwen hebben een enorme actieradius. We hebben een voorbeeld van een geringde vrouwtjesmeeuw die op de Maasvlakte broedt, foerageert op het strand van IJmuiden en alleen frietjes komt eten bij Bram als ze jongen heeft.

De meeuwen zullen ook wel gemerkt hebben dat er minder visserijschepen op pad gingen; die zijn een makkelijk doelwit voor eten. We zullen het straks misschien merken, als er minder nesten zijn. Maar misschien ook niet. Ze moeten gewoon nu iets harder werken voor de kost. Het voordeel is wel, dat ze daar meer tijd voor hebben, omdat ze minder gestoord worden door mensen. Meer opbrengst per fourageeractie dus. Omdat dieren minder opgeschrikt worden, durven ze ook meer. Er zijn zelfs hazen gezien op de voetbalvelden van Blijdorp.’

Dus het was toch anders dan anders.

“Wat er vooral anders was, is de mens. Die ziet opeens de natuur om zich heen. In zijn achtertuin of balkon, of in het parkje waar het broodnodige loopje gedaan kon worden. Mensen merken nu ook dat ze bijvoorbeeld helemaal niet tevreden zijn met het aandeel natuur in de stad. Ze missen het. Een mens is ook niet gemaakt om in een omgeving van glas en steen te leven. We zijn, net als alle andere dieren, afhankelijk van een groene omgeving. Nu we verplicht thuis moesten zitten, voelden we dat extra goed. Zo worden er ook veel vragen gesteld aan natuurorganisaties als Natuurmonumenten en de Vogelbescherming. Welke vogel is dit? Hoe kan ik mijn tuin vogelvriendelijk inrichten? Wat is dit voor insect? Noem maar op.”

Daar ben jij vast heel blij mee?

“Natuurlijk! Blij dat meer mensen zien wat ik al jaren zie. Hoe bijzonder de natuur is, ook in de stad. Wist je bijvoorbeeld dat spinnen met een zelfgemaakt parachuutje in daktuinen terechtkomen? Dat heet ballooning. Al die jonge spinnetjes gooien een netje van spinrag uit en laten zich op de wind meevoeren. Als jij twintig hoog een groen dak aanlegt, zul je zien dat spinnetjes en vliegende insecten de eersten zijn die je tuintje weten te vinden. En gierzwaluwen zijn weer heel blij met al die spinnetjes, om ze op te eten. Zo zie je hoe een zo’n actie – een daktuin aanleggen of een bloembak ophangen – al een beetje effect heeft.”

Hoe nu verder?

“Heel simpel eigenlijk. Denk niet te moeilijk. Als je enthousiast bent over de natuur om je heen, hoe klein ook, dan kun je zelf echt wel dingen bedenken. Ik tuinier zelf ook op die manier: gooi wat zaadjes of plantjes in je tuin, geveltuin of bloembak en kijk wat het doet en welke beestjes daarop afkomen. Laat jezelf verrassen. Noem het vooral geen tuinieren, want dan wek je bij jezelf verwachtingen. Pruts gewoon wat aan en zoek op wat je wil weten. Vandaar waarschijnlijk al die vragen van mensen aan natuurorganisaties. O, de Zoogdiervereniging, Vlinderstichting en natuurlijk het Natuurhistorisch Museum zijn ook aanraders wat dat betreft.”

De Tien van Rotterdam

“We kunnen met zijn allen nu wel een groots gebaar maken voor de natuur in en rond Rotterdam. Als je namelijk bepaalde soorten plantjes en diertjes in je ministukje natuur hebt, dan volgt er meer. Er zijn basiselementen waarmee je de ecologie kunt opbouwen. Als we nu eens met alle Rotterdammers de Tien van Rotterdam bepalen, dan kunnen we de hele ecologie op sleeptouw nemen. Welke soorten willen wij als Rotterdammers ondersteunen? Dan geven we dat lijstje aan de wethouder en maken we een plan hoe we dat voor elkaar kunnen krijgen.

Ik doe een suggestie: de bosuil staat aan de top van de voedselketen. Deze statige uil doet het goed in die delen van de stad waar veel groen is. Hij leeft van ratten en muizen, maar pakt soms ook vogels, kikkers en kevers. De dag brengt hij graag door in een boomholte of dichte naaldboom. Waar we bosuilen aantreffen, zien we dat ook veel andere dieren het goed doen. Bosmuizen bijvoorbeeld, want daar leeft die uil van, maar ook vleermuizen omdat zij ook boomholtes nodig hebben. Het grijpt allemaal in elkaar.

Misschien hebben de lezers van Gers! ook nog wel wat suggesties voor diersoorten die goed in onze stad passen en waar nog wel wat voor gedaan mag worden?”

Volgend jaar dan dolfijnen in de Maas?

“Nou, ik ben al blij met die bever hoor. Maar wie weet, een otter in de Maas zou wel spectaculair zijn. En dat lijkt nog slechts een kwestie van tijd. Het liefste heb ik, dat een gebied gewoon gezond en leefbaar is voor iedereen. Voor mensen, planten en dieren dus. En als deze coronaperiode eraan bijdraagt dat dat beter wordt, lijkt me dat een van de positieve effecten van dat stomme virus.”