Foutje, bedankt!

Column Kees Vrijdag

Beeld: Marieke Odekerken

‘Hoera, er is weer schaarste’. Dat liedje van Annie M.G. Schmidt speelt door mijn hoofd als ik lees dat er weer woningnood is. Er is alle reden om huizen te bouwen. Wethouder Bas van Bouwen-en-nog-veel-meer heeft al een aantal bouwpotjes op het vuur staan. Veelal projecten rond de binnenstad: Feyenoord City, Merwe-Vierhavens, Kralingse Zoom, Hart van Zuid, Rijn- en Maashaven. Rotterdam ziet kansen voor het beter benutten van de ruimte bij ov-knooppunten en metrolijnen, heet het.

Toch is er een open plek in het stedelijke gebied die bij lange na nog niet voldoende is ingevuld: de Binnenstad. De gedachte van de Moderne Bouwers, onder aanvoering van Van Nelle-directeur Kees van der Leeuw, was een stad met strikte scheiding van functies. Al in 1933 had een select gezelschap onder de naam Congrès Internationaux d’Architectes Modernes (CIAM) tijdens een vaartochtje op de Middellandse Zee fraaie, utopische vergezichten gemaakt. In zijn film New Neapolis toont filmmaker en beeldend kunstenaar Gyz la Rivière een fragment van deze historische reis.

Grote inspirator van CIAM was architect Le Corbusier, de Rem Koolhaas van die tijd. Fantastische theorieën in fraai verpakte woorden, tevens het flux de bouche om de vakgenoten, bestuurders en bouwers over de streep te trekken.

‘We zien de stad om 18.00 uur leeg gorgelen met brommers en auto’s over de natte basaltkeien richting buitenwijken’

Wonen? Buitenaf!

In het kielzog van die CIAM-stroming en nog voor men echt ‘Aan den Slag!’ kon met de wederopbouw, koos het gemeentebestuur voor een plan, waarin wonen nagenoeg uit de binnenstad verbannen werd. Kantoren, bedrijfsverzamelgebouwen, straten met banken, aparte winkelpromenades en warenhuizen, publieke gebouwen en bioscopen. Die kwamen er wel. Wonen? Dat deed je maar in de nieuwe wijken buitenaf.

Zo bouwde Rotterdam lustig voort aan een functionele binnenstad naar Amerikaans downtown-model. Tot Jan Schaper in 1966 de vinger legt op de cruciale weeffout in zijn film ‘Stad zonder hart’. Treffend is de passage waarin je: ‘de stad om 18.00 uur leeg ziet gorgelen met brommers en auto’s over de natte basaltkeien richting buitenwijken’. Een troostelozer beeld van het Wederopgebouwde Rotterdam is er niet.

Zwevende satelliet

In het CIAM-gezelschap bevond zich één criticus die voor de tristesse van de plannen waarschuwde: de Franse beeldend kunstenaar Fernand Léger. Volgens hem had ‘de functionele stad veel weg van een kunstmatig universum, een vrij zwevende satelliet, losgezongen van de werkelijkheid’. Hij gaf zijn weerwoord door te stellen dat men naar de mensen in de straat moest luisteren. En inmiddels zijn de ideeën bijgesteld: een binnenstad zonder bewoners is een foute gedachte. Daar is iedereen het over eens. De Binnenstad moet een City Lounge worden met twee keer zoveel mensen: 60.000 in 2040 in plaats van 35.000 nu.

Gelukkig biedt de basis-weeffout van toen ook kansen. Rotterdam is uniek in zijn weer opgebouwde binnenstad. Er zijn talrijke lege bouwenveloppen; ook gebouwen die een woonfunctie kunnen krijgen. De International Architecture Biënnale Rotterdam (IABR) heeft een paar jaar terug niet voor niets zeven verdichtingsstrategieën én zeven vergroeningsstrategieën gepubliceerd. Die moeten hand in hand gaan, natuurlijk. Dankzij de gemaakte CIAM-fout en met grote dank aan het briljante IABR-plan kunnen we thans wethouder Kurvers volmondig toeroepen: ‘Doorbouwen Bas!’