Een zorgcentrum in Ahoy

Ahoy Rotterdam

Leon Anink is brandweerman. Maar ook facilitair manager en chainmanager. “Ik zet graag een bedrijf op, of een afdeling. Maar dat is eigenlijk ook een bedrijfje. Als het loopt, wordt het voor mij saai. Dan wil ik weer wat anders.” Dat kon. De vacature locatiemanager zorgcentrum Ahoy stond open via de interne klussenpool bij de Veiligheidsregio en Anink solliciteerde. Hij werd het en kon direct op zijn sollicitatiedag al aan de slag. Hij bouwde het zorgcentrum op in april en bouwde het eind mei weer af. Zorglocatie Ahoy werd nooit in gebruik genomen. Hoe heeft hij dat ervaren?

“Ik was het contact tussen alles wat er hier gebeurde. ‘Run dit bedrijf’ werd er tegen me gezegd. Nou, dat doe ik dan. Ik zorg dat mensen samenwerken en dat de financiën op orde zijn, of in ieder geval inzichtelijk. Of het nuttig was dat we dit gedaan hebben, ondanks dat hier geen patiënt gelegen heeft? Volmondig ja. Ja, we namen de beslissing dit zorgcentrum op te zetten in het heetst van de pandemie voor Nederland. Terwijl we beelden zagen van opgestapelde lijkkisten in de straten van Italië, Nederlandse ic’s volstroomden en Brabantse ziekenhuizen de eerste noodkreten uitten. Dan kun je niet afwachten of je het net wel of net niet redt.”

Uniek in de wereld

Voor Anink zelf was het ook nuttig: “Ik heb veel bijgeleerd en kon veel ervaring toepassen. We hebben dit in no-time opgezet. Dat waren echt halve dagen werken, en dan bedoel ik 12 uur per dag”, lacht hij. “Ik werkte met een superteam. En ik weet zo snel ook geen ander vergelijkbaar project ter wereld. Ja, volgens mij in Atlanta, waar ze iets hebben opgezet, maar dan in het soort tenten waarin wij de catering hadden hier in Ahoy. En wel iedereen op een stretcher en volgens mij niet met zo’n strikte organisatie van stromingen.”

Die snelheid van werken kon, omdat er geld, middelen en kennis voorhanden waren. “En vooral de wil om het snel en goed te regelen. Op z’n Rotterdams dus. Ahoy stond leeg, want het Songfestival ging niet door. Er was nog een lege zorg-BV over, van notabene een ziekenhuis op Schiermonnikoog. Die mochten we gebruiken om van de tijdelijke zorglocatie ook echt een officiële zorglocatie te maken. Anders zou er nog geen paracetamolletje geleverd mogen worden.”

‘Afgelopen Pinksteren konden mensen in de Hoogstraat proosten op een terrasvlonder van Ahoy-hout’

Van ziekenhuisplafond naar terrasvloer

Inmiddels zijn de producten en zorgmiddelen teruggestuurd naar de leveranciers die ze terug wilden nemen. De units waaruit het noodzorgcentrum was opgebouwd, zijn ontmanteld en de geschonken spulletjes zijn, in overleg met de schenkers, verdeeld over verschillende goede doelen in de regio. Een aantal producten kon niet terug naar de leveranciers. Anink: “Die zijn verkocht en het restant wordt via de veiling verkocht. Een deel van het gebruikte hout is door een initiatiefnemer opgekocht om daar vlonders voor de horeca van te maken. Afgelopen Pinksteren konden mensen dus in de Hoogstraat proosten op een terrasvlonder van Ahoy-hout.”

Half april, toen het zorgcentrum operationeel was, kwam Gers! langs. Ahoy was leeg en het koste de enkele mensen die er waren, geen enkele moeite om anderhalve meter afstand te houden. In de grootste concerthal, de arena, waren de lichten gedimd (“dat scheelt weer kosten”) en er stond een enorme witte tent op de plek waar normaal nationale en internationale artiesten schitteren. Het is de cateringtent, met aan de zijkant drie, vier enorme gekoelde containers.

Anink somde op wat er allemaal klaar stond. “Normaliter zouden hier 172 mensen in bedden kunnen liggen en er zou per shift zo’n 24 man zorgpersoneel aanwezig zijn. Die moeten allemaal eten. Dat zou hier mise-en-place klaargemaakt worden.” Hij wijst aan hoe alle stromingen schoon blijven. Het is duidelijk waar de aanvoer en afvoer binnen komen en weer uit gaan. Zowel van mensen als van goederen. “Kijk, we hebben het hier ingericht op de zwaarste categorie. Mensen die echt enorm ziek zouden zijn. Corona-patiënten die of te goed of juist te slecht voor het ziekenhuis zouden zijn. Dan moet het zo ingericht zijn dat alles superschoon is en dat je dat kunt garanderen.“

Ahoy het zorgcentrum

Door gangen en onder de tribunes door, loopt Anink naar de volgende hal. Er hangen borden met strenge opschriften om je totaal te ontsmetten. Vooral niet de verkeerde deur open te trekken. Anink trekt een deur open: “Kijk hier zouden de verplegers zichzelf omkleden, ontsmetten, beschermingsmiddelen aantrekken en hier” - hij trekt weer een deur open - “is dan het zorgcentrum.”

Het ziet eruit alsof er een ziekenhuis op pootjes is geland in Ahoy. Hal 2 is donker en er staan witte cabines op pootjes in de zaal. De cabines hebben ramen en hier en daar een deur. Via een plateau en een klapdeur en ineens is het net alsof je in een ziekenhuis staat. Met de kenmerkende ziekenhuisgeur, de gemarmerde linoleumvloer, de goedbedoelde schilderijen, de ontsmettingsmiddeldispensers, de verrijdbare bedden op de gang en de bewegwijzering naar de verschillende afdelingen. “Ja, dat heeft een drukker hier ter plekke staan doen. Welke bordjes? Wat moet erop? Hop, binnen een dag gemaakt en gemonteerd.”

‘Normaliter zouden hier 172 mensen in bedden kunnen liggen’

Het is net een filmset. Een gloednieuw zorgcentrum dat nog nooit gebruikt is. Anink trekt nog een deur open: “Kijk, dit is een verpleegkamer.” Perfect opgemaakte bedden, een plantje bij het bed, een stoel voor bezoek, gordijnen om af te scheiden, een nachtkastje voor je spulletjes. Even verderop zijn er zelfs kamers voor de palliatieve zorg, voor mensen die het niet meer zouden redden. Het zijn ruime kamers, er staat een kleurige, paarse neporchidee. Niet het mooiste laatste uitzicht misschien. “Maar wel de mogelijkheid om überhaupt afscheid te nemen. Voor jou en je familie. Coronapatiënten die overlijden, mag je echt niet meer zien als ze dood zijn. Ze gaan in een zak, en dan in een kist die nooit meer opengaat. Dat wilden we hier niet. We wilden echt de mogelijkheid bieden om wel afscheid te kunnen nemen.”

Gemaakt voor mensen

Het valt sowieso op dat er goede bedden staan. Je had ook heel Ahoy vol kunnen zetten met stretchers, toch? Leon trekt een verbaasd, en vervolgens een resoluut gezicht. “Nee zeg. We wilden het hier een beetje menselijk hebben. Als coronapatiënt lig je minimaal drie weken in een zorgcentrum. Die leg je niet op een stretcher. Voor het personeel zou het ook loodzwaar worden. Die wilden we ook goede omkleedfaciliteiten bieden, goed eten, even ruimte voor zichzelf, de mogelijkheid om zich te douchen als ze weer naar huis gaan, oppeppende teksten bij de spiegel…”

Er staan eindeloze rijen lockers, bankjes en douchecabines. Wasstraten met kartonnen dozen die uitpuilen van de mondmaskers, schorten en handschoenen. “Hier zou het mortuarium komen. Dat hebben we wel alvast maar opgedoekt.” We zeggen gedag (“Blijf allemaal gezond, hè!”) en lopen Ahoy uit, naar een leeg parkeerterrein. Door de artiesteningang, waar hopelijk snel weer echte artiesten zullen binnenkomen.