De twaalfde man van Amsterdam

Aan het eind van de oude tramlijn 10 ligt een klein Belgisch biercafé. Het is vernoemd naar de legendarische zanger Jacques Brel. Er staan meer dan zestig speciaalbieren op de kaart en Feyenoordsupporters komen hier op zondag naar de wedstrijd kijken. Gers! was bij de match tegen Willem II. O ja. Hadden we al gezegd dat café Brel in Amsterdam ligt?

De zon schijnt helder aan de hemel, maar er waait een stevige wind. We naderen café Brel op de hoek de Van der Hoopstraat en de Van Hallstraat. De Ajax-vlag boven de ingang van de kleine kroeg is een aantal keren om de stok heen gedraaid. De derde ster, wit op rood, wordt met elke windvlaag even zichtbaar en verdwijnt dan weer.

Tv op de wc

We bevinden ons in de Staatsliedenbuurt in Amsterdam. Aan de bar kijken drie man naar de voorbeschouwing van de wedstrijd. Achter de bar staat Piet. Samen met Mike - die vandaag vrij is - runt hij het café dat in 2012 haar deuren opende. Piet woont al dertig jaar in Amsterdam. Soms klinkt zijn Belgische tongval door zijn Amsterdamse accent heen, alsof hij zichzelf eraan wil herinneren zijn roots nooit te vergeten.
“Grappig”, zegt hij, “dat we in Rotterdam bekend staan als het café voor Feyenoorders. Dat heb ik nooit geweten. Schreeuw het ook maar niet van de daken.” Hij knipoogt. Zelf is Piet voor Telstar. Hij wijst op de sjaal boven de bar. Aan de wand hangen verder vaantjes, vlaggen en foto’s van alle andere bekende clubs. We ontwaren een vlag van Feyenoord. Ooit hing er nog één, vertelt een van de gasten aan de bar. Die schijnt naar beneden gehaald te zijn. Door wie wordt niet helemaal duidelijk.
In de kleine kroeg hangen drie grote televisieschermen, een vierde prijkt op de wc; zo hoeft er geen doelpunt gemist te worden. Het hele café ademt voetbal en iedereen is vrij zijn eigen clubje aan te moedigen.
“Wat wij hier doen kan niet op de wallen, daar komt geheid herrie”, zegt Piet. “Maar dit is een buurtkroegje, iedereen kent elkaar, sommigen gaan heel ver terug. Natuurlijk wordt er weleens gekscherend gedaan, maar altijd vriendschappelijk.”

Jeugdheld

Jan bestelt een cola light. Hij is een rasechte Amsterdammer én al zijn leven lang trouwe Feyenoordsupporter. “Door Van Hanegem”, legt hij uit. “Dat was mijn jeugdheld.” Is het weleens lastig, de Rotterdamse club aanmoedigen in de thuisstad van haar aartsrivaal? Jan haalt nuchter zijn schouders op. “Nee hoor, nooit last van gehad. Maar op sommige plekken zou ik niet gauw in mijn Feyenoordshirtje lopen.”

Gelukkig, er komt er nog één binnen. Een Feyenoorder. Michael komt uit Suriname, woonde zeven jaar in Rotterdam-Noord en alweer veel langer in de hoofdstad. “Rotterdam was nooit echt mijn stad”, zegt hij verontschuldigend nadat Piet hem een vaasje voorzet. “Maar mijn liefde voor Feyenoord is altijd gebleven. Als de club eenmaal in je hart zit…” Halverwege zijn zin roept hij plotseling naar Jan, aan de andere kant van het café: “Speelt Van Persie nou toch mee?” “Ja, hij is vrijgesproken, die rode kaart is ingetrokken.” Michael knikt gerustgesteld. Nu kan er niks meer misgaan.

Hand in hand

De wedstrijd is begonnen. Vandaag is het niet druk in café Brel. “Het is geen belangrijke wedstrijd”, stelt Karel, een vijftiger die zich samen met de jonge Pepijn aan de ronde tafel heeft gevoegd. “Je had het hier moeten zien toen we tegen AZ speelden, voor de beker”, zegt hij zonder zijn blik nog van het scherm te halen. “Toen stond het buiten rijen dik, fietsers moesten eromheen.”
Een half uur later zal Karel tijdens de rust zijn telefoon tevoorschijn halen en een filmpje laten zien. Een uitgelaten menigte in café Brel zingt ‘Hand in Hand’. De beker was binnen. “Mooi man!”

Sociale woningbouw

Pepijn is de jongste van het stel. Hij draagt een sporttas en zijn trainingstenue. “Voor de bekerfinale hebben we iedereen opgeroepen hier naartoe te komen. Dat gaat via een besloten facebookgroep, ‘de twaalfde man van Amsterdam’. Daar delen we allerlei gekkigheid, maar ook oproepen.” Pepijn woonde en studeerde jarenlang in Kralingen en werkt nu als business consultant in Amsterdam. Hij sluit niet uit ooit terug naar de havenstad te gaan, al bevalt het hem prima in de Staatsliedenbuurt: “Je treft hier nog veel sociale woningbouw, maar ook jonge hoogopgeleiden. Lekker gemixt, deze buurt lijkt nog het meest op Rotterdam.”
Zelf voetbalt Pepijn ook. Hij wil niet met zijn echte naam in het artikel. Al helemaal niet op de foto. “Ik werk soms namelijk voor een andere ploeg. Welke? Een Amsterdamse, laat ik het daarbij houden”, lacht hij.

Achteruit spelen

Plotseling gejuich, gevolgd door een gezamenlijke zucht als de bal op de paal landt. “Gooi die mensen eruit, ouwe”, roept een gezette man met dik Amsterdams accent naar Piet als hij vanaf het terras even binnenloopt. “Ze juichen voor de verkeerde!” Het gelach stopt meteen als Van Persie een nieuwe voorzet doet. “Ze beginnen op Ajax te lijken”, meent Jan, “ze gaan ook achteruit spelen.”
Hoewel de hele kroeg voetbal ademt, is er geen Feyenoordshirtje te bekennen. Misschien ook omdat Ajax hierna speelt. “Toen we landskampioen werden, was het geen probleem”, zegt Karel. “Toen liepen we allemaal in onze shirtjes.” De oud-Rotterdammer, geboren op de Bergweg, verhuisde voor de liefde en werkt nu in een kroeg in de Jordaan. “Na dat kampioenschap daagde een collega me uit om een avond in Feyenoordshirt te serveren - we hebben zo gelachen.”

Niet voor je lol

De eindstand is 1-1. “Feyenoorder ben je niet voor je lol”, zegt Karel met een zucht. Instemmend geknik. De voorbeschouwing voor Ajax-AZ is inmiddels begonnen. Het is ineens druk in café Brel. Er worden handjes geschud, er wordt eten opgeschept. Eten is op zondag gratis. Vandaag serveert Piet chili con carne met salade. Michael en Pepijn gaan naar huis. Jan was al weg. Karel blijft nog even zitten. Als we naar buiten lopen, hangt de Ajax-vlag weer goed.