Rotterdam is een technostad

Interview Ferry Corsten

Nadat onze fotograaf vraagt of hij een mooi jasje heeft voor de shoot, antwoordt hij: “Nee, gewoon lekker dit.” Hij woont dan niet meer in Rotterdam en werkt veel in het buitenland, met zijn wat-je-ziet-is-wat-je-krijgt-houding is trance-legende Ferry Corsten nog steeds één van ons.

Onze Ferry groeide op in het noordwesten van Rotterdam, in de wijk Ommoord. Als jochie van twaalf was hij onbewust al bezig met de eerste voorbereidingen op zijn glorieuze carrière. “Op aanraden van een oudere buurjongen luisterde ik op de donderdagavonden naar het radioprogramma Soulshow van Ferry Maat. Een van de radio-items was ‘Bond van Doorstarters’, een contest waarbij luisteraars hun eigen mixen konden insturen. Het was de kunst zoveel mogelijk platen op zo’n creatief mogelijke manier in elkaar te draaien. Het begon te kriebelen. Dat wilde ik ook kunnen! Ik heb toen naar een uitleg van dj Ben Liebrand gekeken en ben daarna zelf een beetje gaan knutselen.”

‘Natuurlijk wil ik eens dat album maken dat een Grammy wint’

Eigen tracks

Een paar jaar later verkende Ferry het Rotterdamse uitgaansleven. Tijdens het stappen leerde hij nieuwe mensen kennen. Waaronder Robert, die een goede maat van hem werd. De jongens deelden dezelfde hobby en gingen samen een beetje knippen en plakken. “In die tijd leerden we een groep jongens met een eigen studiootje kennen, heel minimaal hoor. Maar daar hebben we onze eerste eigen tracks gemaakt.”

Hun eerste release kwam uit toen Ferry nog maar zestien jaar was. Hij kocht in die tijd vaak platen bij Hithouse Records aan de Nieuwe Binnenweg. Daar werkte dj Paul Elstak. Paul werkte destijds ook bij een platenlabel in België. Dat kwam goed uit. “We gaven onze tracks mee aan Paul en dat leidde tot onze eerste release: ‘Spirit Of Adventure’. Het geld dat ik daarmee verdiende stak ik in apparatuur en zo begon ik mijn eigen studiootje te bouwen.”

In 1996, toen Ferry een jaar of 23 was, scoorde hij zijn eerste bescheiden top 40-hitje: ‘Don’t Be Afraid’. Niet veel later barstte de bom. Met zijn track ‘Out Of The Blue’ brak hij door in Engeland. En omdat Engeland leading was in de trancewereld, zat hij binnen no time over de hele wereld.

Van Rotterdam naar Capelle

Hij ‘woonde’ net op zichzelf ten tijde van zijn doorbraak. Tussen aanhalingstekens, want Ferry bracht zijn dagen vooral door in Engeland, Azië, Australië en later ook Amerika. Zijn leven was te gek, stelt hij, maar een complete chaos. Daarom vond hij het wel lekker om net buiten de stad te gaan wonen, in Capelle. En dat vindt hij nog steeds. “Een chaos aan de ene kant en een oase van rust aan de andere kant; die balans is heel lekker. Ik woon nu trouwens aan de IJssel. Als ik thuiskom en een blik naar buiten werp voelt het alsof ik op vakantie ben.”

Hoewel Ferry niet meer in ons stadje woont en vaak in het buitenland zit, voelt hij zich nog steeds één van ons; een echte Rotterdammer. “In hart en nieren”, zegt hij vol trots. “Ik moet wel eerlijk zeggen dat ik het nieuwe Rotterdam niet zo goed ken. Ik denk nog aan de Binnenweg met alle platenzaken. Daar was ik iedere vrijdag en zaterdag te vinden. Ondertussen is er veel veranderd. Nieuwe clubs bijvoorbeeld, allerlei restaurantjes die oppoppen. Ik ben niet meer zo up to date, maar dat de stad zo aan het transformeren is, is prachtig en daar ben ik trots op!”

De Capellenaar houdt van de Rotterdamse mentaliteit. “Rotterdammers zijn zo lekker straight to the point. Zodra iemand tegen mij zegt dat Rotterdammers bot zijn, zeg ik dat Rotterdammers geen lelijke dingen zeggen, maar dat ze gewoon heel direct zijn. Er zit geen sugarcoating overheen, zeg maar.”

Samen met zijn vrouw Lia heeft Ferry twee prachtige kinderen. Gabby, een meisje van acht, en Seb, een jongentje van twee. Voordat de kids in hun leven kwamen, was Ferry regelmatig een maand van huis. “Dat is nu wel anders. Ik tour nu eigenlijk alleen nog maar in de weekenden - daar heb ik bewust voor gekozen. Als ik toch langer wegga, dan niet langer dan tien dagen. Twee weken geleden zat ik bijvoorbeeld in Amerika voor twee weekenden en de dagen daartussenin zat ik in de studio in LA. Dat is nu lang zat.”

Papa Ferry kijkt er altijd weer naar uit om naar huis te gaan, naar zijn vrouw en kinderen. “Dan springen we blij op de trampoline in onze achtertuin, brengen we een bezoekje aan Diergaarde Blijdorp of doen we iets anders leuks.”

Rotterdam technostad

Ferry’s nuchterheid past dan wel goed in het Rotterdamse plaatje, zijn sound niet zo. “Rotterdam is echt een technostad. Hardstyle en house hoor je ook wel, maar trance niet. Trance is niet het geluid dat Rotterdammers willen horen. Daarom ben ik hier niet vaak.” Hoewel onze stad volgens Ferry altijd al meer een technostad is geweest, heeft hij hier in het verleden wel een aantal feestjes gebouwd. Bijvoorbeeld tijdens de Dance Parade, die in 2009 de Rotterdamse straten verliet. Voor zijn grootste fans vliegt Ferry over de Nederlandse grens. “Ik vind het heerlijk om in Australië te zijn. Het publiek in Melbourne is echt te gek, zo lekker uitbundig. Amerika is ook geweldig, in het bijzonder Californië, omdat mijn geluid daar heel populair is. En ik vind het fantastisch om in Japan te zijn, al vanaf heel lang geleden. Tokyo is waanzinnig. De mensen zijn normaal erg rustig, maar als ze uitgaan en drankjes naar achteren tikken, zijn het heel andere mensen.”

‘In Japan springen ze gillend drie hoog op elkaar en hier staan ze met een peukie in de lucht’

Het komt dus niet vaak voor, maar als Ferry in Nederland draait moet hij flink schakelen. “Nederlanders zijn over het algemeen vrij ingetogen. In Japan springen ze gillend drie hoog op elkaar en hier staan ze met een peukie in de lucht. Misschien nog even fluiten op een paar vingers tussendoor en dat is het dan.” Ferry vertelt dat het soms lastig is aan te voelen wat ze dan willen horen. “Maar je moet in ieder geval in jezelf blijven geloven. Het komt namelijk vaak voor dat ze er lafjes bij staan en me na afloop vertellen dat de show echt waanzinnig was. Het is dus niet zo dat ze er geen moer aan vinden; ze uiten het alleen anders. Nederlanders hebben gewoon die nuchterheid.”

Zijn tijd vooruit

Ferry gaat al aardig wat jaartjes mee. Zijn eigen teller staat inmiddels op 42 en hij gaat nog steeds full steam. Hoe flikt hij dat? “Ik heb een eigen sound, een eigen smoel, en die wordt goed gewaardeerd bij een groot publiek. En aan de andere kant probeer ik mijn werk lekker luchtig te houden. Ik lach veel en elke dag waardeer ik wat ik doe.” Daarnaast blijft Ferry continu zijn tijd vooruit en bewijst hij keer op keer dat hij geen trendvolger, maar een trendsetter is. Om vernieuwend te blijven kijkt hij vaak terug in de tijd. “Ik keek bijvoorbeeld lange tijd naar de jaren tachtig en bracht elementen van toen naar nu. Daarnaast denk ik dat de levensduur van je succes ook afhangt van op je bek durven gaan. Dat heb ik vaak genoeg gedaan.”

Hoe lang onze trance-legende nog plaatjes blijft draaien, durft hij niet te zeggen. “Ik heb ooit geroepen dat ik tot mijn veertigste door zou gaan, maar inmiddels ben ik 42. Met draaien zal ik straks wel stoppen hoor, maar met muziek maken nooit.” Zou Ferry nog dromen hebben? “Natuurlijk wil ik eens dat album maken dat een Grammy wint.”