Rotterdammers maken Rotterdam

Het geheugen van de stad

Laura Schalkwijk Tekst
Rafael Philippen Beeld

Ooit stond het op de nominatie voor de sloop. Nu is het een unieke plek waar Rotterdammers en hun bijzondere levensverhalen samenkomen. Verhalenhuis Belvédère ‘op de Kaap’ is zo langzamerhand een begrip aan het worden. 

Ze kwamen zomaar binnenwandelen, de mensen en hun verhalen. Zo ontstond Verhalenhuis Belvédère, daar op de hoek van de Rechthuislaan in Katendrecht. Bij toeval. Zoals die man met die wandelstok in zijn hand. ‘Vroeger heb ik hier worstelwedstrijden gedaan.’ Een andere dag stapte een stoïcijnse Griek binnen, verscholen achter een donkere zonnebril. ‘Ik heb hier twintig jaar lang een nachtclub gehad.’

‘Iedereen heeft wel een verhaal. Dat willen we hen laten vertellen om het door te geven’

“Dit pand heeft een grote aantrekkingskracht op mensen’’, begint Linda Malherbe. Zij is de oprichter van het verhalenhuis, samen met Joop Reijngoud en Els Desmet. “Je vóelt hier de geschiedenis.’’

Inderdaad. Een voet over de drempel en het verleden omarmt je. De tafels, gehaakte kleedjes erop, ouderwets servies, de visgraat parketvloer, Shandy op de kaart, een bokkenpootje bij de koffie. Aan de wand valt de levensgrote foto op. Zes kinderen geflankeerd door hun Chinese vader en Nederlandse moeder, een Katendrechts familieportret uit de jaren twintig.

Volkskeuken

In de weekenden is Verhalenhuis Belvédère de zoete inval. Dan kan iedereen terecht voor een drankje, voor een praatje, voor een expositie. Of genieten van de volkskeuken voor een tientje, waarbij een Rotterdammer (vaak van Bulgaarse, Chinese, of Griekse komaf) kookt en ondertussen zijn of haar verhaal vertelt.

Doordeweeks is de ruimte te huur voor doopfeesten, trouwerijen en bedrijfsvergaderingen. Toen burgemeester Aboutaleb en zijn wethouders er vergaderden, bereidde een Chinese vrouw uit de wijk hun lunch. “Dat is ons doel: mensen met elkaar verbinden op alle mogelijke manieren.’’

Op de eerste verdieping staat telkens uitgebreid een Rotterdams verhaal tentoon. Neem het verhaal van meester Yip, nu dik tachtig jaar, Chinees, Rotterdammer, violist en Feyenoorder. Hij is gemarteld, gevlucht en beland in het Katendrecht van de jaren zestig. Of dat van de Kilima Hawaiians; ‘s lands populairste band uit de jaren veertig kwam uit Rotterdam en speelde aloha-muziek.

“We zijn het geheugen van Rotterdam’’, verwoordt Malherbe hun concept. “Iedereen heeft wel een verhaal. Dat willen we hen laten vertellen om het door te geven. Tegelijkertijd brengen we mensen met elkaar in contact.’’

‘Van Groningen tot het Zeeuwse Veere, ook daar willen ze nu een verhalenhuis’

Op bovenliggende etages wordt momenteel nog flink geklust. Daar zat tijdens de Tweede Wereldoorlog de graficus Wally Elenbaas met zijn Joodse vrouw ondergedoken. Helemaal boven komt nog een gastenverblijf voor schrijvers of kunstenaars die hun eigen land moesten ontvluchten, zoals meester Yip dat ook deed.

Half in puin

Een vooropgezet plan was het Verhalenhuis allerminst. In oktober 2008 zochten Malherbe en haar bondgenoten eigenlijk naar een tijdelijke tentoonstellingsruimte in Katendrecht. Hun oog viel op dit pand, toen nog leegstaand en half in puin. “Dit is het, dachten we meteen.” Uiteindelijk wisten de drie het pand – al sinds 1978 op de nominatie voor de sloop – te redden uit handen van projectontwikkelaars.

Na hun succesvolle tentoonstelling volgden meer exposities. Ze openden de Volkskeuken, ze organiseerden klusweekenden om het gebouw op te knappen. Alles sloeg aan. Bezoekers, vrijwilligers, ze kwamen met velen. Ondertussen bleven de verhalen binnenlopen, letterlijk.

Met het succes kwam ook financiële steun. Dankzij de Rabobank, Deloitte en talloze particulieren konden ze het pand in december 2012 kopen van de gemeente en beginnen met verbouwen. “Zelfs vanuit Amsterdam kregen we geld. Maar we hopen dat nog veel meer mensen het Verhalenhuis willen steunen.’’ Nu, drie jaar later, is Verhalenhuis Belvédère een begrip aan het worden. Ook buiten de stadsgrenzen. “Van Groningen tot het Zeeuwse Veere, ook daar willen ze nu een verhalenhuis.’’

Nieuw hoofdstuk

En zo kreeg het historische hoekpand een nieuw hoofdstuk in een verhaal dat al in 1894 begon en de afgelopen 120 jaar vele veranderingen kende. De naam Belvédère verscheen in 1915 voor het eerst op de gevel toen het een café-restaurant werd en bleef tot in de jaren dertig een jazzclub. Naast een worstelpaleis en nachtclub, was het ook nog een bioscoop en een wijkmuseum.

Ondanks de enorme geschiedenis is weinig in het pand meer origineel. Malherbe: “Alleen de zuilen op de begane grond stammen nog uit de begintijd. Die twee hebben echt alles gezien.’’