Van zwempalen tot mijlpalen

Ruben Boogaard was als uitvoerder vanaf het begin betrokken bij de bouw van het depot. Wat dacht hij toen hij voor het eerst de bouwtekeningen in handen kreeg, wat is hem bijgebleven van de bouw en zijn er dingen misgegaan?

“Toen ik de tekening voor het eerst in mijn handen kreeg dacht ik wel even van ‘Oké…’. Er kwamen gelijk allemaal vragen naar boven over hoe we dit of hoe we dat moesten gaan doen. Naast de bouwtekeningen hebben we ook met BIM – Building Information Modeling – gewerkt. Dat betekent dat ik het bouwwerk op mijn iPad kan zien voor het gebouwd is; driedimensionaal en met allemaal data eraan gekoppeld. Toen ik dat 3D-model voor het eerst zag, kon ik gelijk zien dat het supergaaf was wat we moesten gaan doen.”

Plezierig en leerzaam

“Het was een enorme uitdaging en ik heb er met ontzettend veel plezier gezeten. Ik heb er ook heel veel van geleerd. Wat je ook aan ervaring hebt: dit is zo’n project waar je nieuwe ervaring en kennis opdoet.” En nee, niet alles ging van een leien dakje: “Na het maken van de funderingspalen, kwamen we erachter dat de palen waren verschoven. Ze stonden niet meer op hun oorspronkelijke positie. Sommige palen waren zelfs dertig tot veertig centimeter verschoven. De palen waren, zeg maar, gaan zwemmen in de ondergrond. Uit onderzoek bleek dat het gelukkig geen probleem zou opleveren.”

Bijzondere onderdelen

Uiteindelijk is alles goed gekomen en kan Boogaard terugkijken op een geslaagd project. “Als het helemaal klaar is, ben je trots. Het is het geheel van zo’n project. Een project met zoveel bijzondere, gave onderdelen, zoals de gevel, de constructie, de daktuin, het atrium met al die enorme trappen daarin. Zo heb je elke keer weer nieuwe mijlpalen.”

Op de vraag wat Boogaard het mooiste vindt van het gebouw, hóór je hem bijna denken. Pfff, steunt hij dan uiteindelijk. “Dat is een goeie. Er zitten zoveel mooie dingen aan dat gebouw. Bij het mooiste knoop ik er ook meteen een gevoel aan vast. Sommige dingen hebben meer voeten in de aarde gehad dan andere. Wat het meeste opvalt, het geheel mede uniek maakt, en wat ik echt heel gaaf vind? Dan zeg ik toch wel de spiegelgevel.”