Rotterdammers maken Rotterdam

‘Zeven procent van de Rotterdamse kinderen heeft gehoorschade’

Christina Boomsma Tekst
Lennaert Ruinen Beeld

Professor Vincent Jaddoe
Beeld: Erik van ‘t Woud

‘Wie is er niet groot mee geworden?’ Generation R is de Rotterdamse variant van de bekende pindakaasreclame. Een hele generatie Rotterdamse kinderen is opgegroeid met de onderzoeken, scans en proefjes van Professor Vincent Jaddoe en zijn collega’s. Nu staan ze voor een nieuwe fase van het onderzoek naar de groei, ontwikkeling en gezondheid van opgroeiende kinderen in Rotterdam.

“Wij zien de stad Rotterdam als ons laboratorium”, zegt Jaddoe. “Het is de wereld in het klein, met allerlei verschillende mensen en achtergronden, allerlei culturen, arm en rijk… Daarom is het onderzoek een spiegel voor heel Nederland.”

Jaddoe en zijn team volgen meer dan 10.000 Rotterdamse kinderen die van 2002 tot 2006 geboren zijn, vanaf de eerste echo tot ze minimaal 21 zijn. Iedere vier jaar komen de kinderen langs voor een serie tests en onderzoeken op allerlei gebied: van slaapgedrag tot longinhoud, van woordenschat tot botdichtheid. Het onderzoek naar kinderen van dertien is bijna afgerond, in april start de groep die 17 jaar wordt. Jaddoe: “Wat mij bijvoorbeeld opviel in alle onderzoeken was de flinke gehoorschade die we bij jonge kinderen aantroffen. Wij hadden gedacht dat we dat vooral op latere leeftijd zouden zien, bij jongeren die naar festivals en concerten enzo gaan. Maar zeven procent van de kinderen rond de leeftijd van negen jaar heeft al gehoorschade. Koptelefoons spelen daar waarschijnlijk een hele grote rol in.”

Het begint voor de geboorte

In Rotterdam is veel verschil te zien tussen wijken. “Met name de wijken op Zuid verdienen aandacht. Kinderen die opgroeien in armoede hebben relatief vaker overgewicht en een ongezonder gebit. Het is belangrijk dat we proberen om alle kinderen een goede start te geven. Uit ons onderzoek blijkt dat de periode voor de zwangerschap al heel belangrijk is voor de gezondheid van het kind. Ook tijdens de zwangerschap zelf is het belangrijk om op je gezondheid te letten. Bijna de helft van de Rotterdamse vrouwen slikt onvoldoende foliumzuur, terwijl je daarmee veel aandoeningen kunt voorkomen. Ik pleit er daarom voor dat mensen al naar de verloskundige, huisarts of het consultatiebureau gaan als ze een kinderwens hebben. We zijn erg blij dat we nu een volgend onderzoek zijn gestart: Generation R Next. Daarbij kijken we heel specifiek naar de periode voor en tijdens de zwangerschap. Ik nodig stellen die een kinderwens hebben, of die zwanger zijn, van harte uit om hieraan mee te doen. Op deze wijze kunnen zij bijdragen aan een nieuwe generatie gezondere Rotterdammers”

Meedoen voor de echo’s

Voor veel mensen zijn de extra echo’s die je krijgt als je zwanger bent een belangrijke reden om zich aan te melden voor het onderzoek. Maar daarna blijft ongeveer driekwart van alle mensen nog jarenlang meedoen, uit allerlei wijken en van allerlei achtergronden. “Dat is een veel hoger aantal dan wij van tevoren hadden durven hopen,” zegt Jaddoe. “Voor de kinderen zelf geldt dat ze veel onderzoeken leuk vinden om te doen, vooral die onderzoekjes die direct resultaat opleveren, zoals woordenschatspelletjes of zo hard mogelijk blazen in een slangetje waardoor een luchtballon op het scherm omhoog gaat. Uiteraard zijn er ook kinderen die er soms even geen zin meer in hebben.”

Heel soms ontdekken de onderzoekers een ernstige ziekte bij een kind. Jaddoe: “Dan is het best lastig om uit te leggen waarom het een tijdje duurt voordat wij dat soort uitslagen ontdekken en doorgeven. Maar wij hebben nu eenmaal hele grote aantallen onderzoeksresultaten om te bekijken en het gaat niet om de resultaten van het individuele kind. Toch ontdekken we dit soort dingen vaak eerder dan wanneer er klachten ontstaan. Uiteindelijk is onze ervaring dat ouders en kinderen blij zijn als we iets ontdekken, en er een verwijzing naar de arts uit voortkomt.”

Rotterdamse kinderen doen het goed

Als onderzoeker focust Jaddoe vooral op wat beter kan. “Maar de meeste Rotterdamse kinderen doen het gewoon heel goed, dat wil ik hier graag benadrukken. Ik ben zelf ook vader en ik woon in Rotterdam. Ik maak regelmatig een wandelingetje door verschillende wijken om te kijken hoe het daar is. Voor de gezondheid van de kinderen is het heel belangrijk dat er voldoende groen is en genoeg speelplekken. Als ik de baas was in Rotterdam, zou ik daar als eerste aan gaan werken.”

Ook al ziet Jaddoe veel dingen die beter kunnen, de Maasstad is zijn stad en hij piekert er zeker niet over om te verhuizen: “Ik ben gek op Rotterdam.”

Voor meer informatie over de resultaten van het onderzoek kun je terecht op de website van Generation R: generationr.nl. Hier kunnen ouders zich ook nog aanmelden voor het volgende onderzoek: Generation R nextGeneration R next.

Juna en Mus

Wat vinden jullie ervan dat je ouders je opgegeven hebben voor Generation R?

“We vinden het goed dat onze ouders ons hebben ingeschreven, want dat betekent dat wij meehelpen aan een onderzoek over onze generatie. Dat vinden we heel interessant.”

Vind je het goed dat er zoveel kinderen onderzocht worden om beter te snappen hoe kinderen in Rotterdam opgroeien?

“Ja, want dan krijg je een goed beeld van hoe kinderen in Rotterdam opgroeien. En als dan blijkt dat er iets niet goed zou zijn, kan dat worden opgelost op basis van de onderzoeksresultaten. Het is ook goed dat er veel kinderen worden onderzocht, want als het er maar een paar zouden zijn, dan geven de onderzoeken geen goed beeld van alle kinderen in Rotterdam.”

Welke tests en proeven die je hebt gedaan voor Generation R zijn je bijgebleven?

Mus: “Ik kan me nog goed herinneren dat we een MRI-scan moesten doen en dat ik toen naar het begin van de film Happy Feet heb gekeken. We moesten ook een tekening van een olifant maken met onze moeder om te kijken of we goed samen konden werken. Dat was heel grappig.”

Juna: “ik kan me herinneren dat ik heel hard in een buisje moest blazen, maar ik had de hele tijd geen lucht meer en dan moest ik opnieuw.”

Wat vond je het leukst om te doen en wat vond je vervelend?

Mus: “Ik vond het tekenen van die olifant met mijn moeder heel leuk, en het plassen in een potje minder, haha.”

Juna: “Het leukst vond ik de MRI-scan, want dan mocht ik een film kijken! Het minst leuk vond ik de vragenlijsten, want dat voelde soms een beetje ongemakkelijk om te beantwoorden.”

Wat zou je zelf willen weten als jij onderzoeker was?

“Wat we interessant zouden vinden om te weten, is of kinderen in Rotterdam een slechtere gezondheid hebben vanwege de vervuilde lucht.”

Wat zou je willen weten als je onderzoeker was?

“Wat we zouden willen veranderen, is dat er meer moet worden gedaan aan het tegengaan van luchtvervuiling en giftige uitstoot van gassen die onder andere de auto’s afgeven. Ook zou ik een strenger rookverbod voor de jeugd willen, omdat het nou eenmaal heel slecht is voor de gezondheid.”

Nena

Wat vind je ervan dat je ouders je opgegeven hebben voor Generation R?

“Ik vind het goed dat ze me hebben opgegeven, zo helpen we anderen mensen met hun onderzoek en je komt veel te weten over je eigen lichaam.”

Vind je het goed dat er zoveel kinderen onderzocht worden om beter te snappen hoe kinderen in Rotterdam opgroeien?

“Ja, het is beter om zo’n groot onderzoek met veel kinderen te doen. Iedereen is anders en daarom kom je ook veel meer te weten als je een grote groep gebruikt van verschillende leeftijden.”

Welke tests en proeven die je hebt gedaan voor Generation R zijn je bijgebleven?

“De test die ik me vooral goed kan herinneren is de MRI-scan, hierbij heb ik ook zelf een foto van mijn hersenen gezien. De gehoortesten en de longtesten zijn mij ook erg bijgebleven.”

Wat vond je het leukst om te doen en wat vond je vervelend?

“Het leukst vond ik altijd de spelletjes die we op een computer mochten spelen. Het waren altijd verschillende soorten spellen en soms kon je ook iets winnen. Eigenlijk vond ik niks vervelend of erg om te doen.”

Wat zou je zelf willen weten als jij onderzoeker was?

“Ik zou denk ik meer willen weten over wat voor effect uitlaatgassen eigenlijk op je longen hebben. Er zijn namelijk veel meer mensen met astma die in een stad wonen dan in een dorp of op het platteland.”

De onderzoekers geven tips aan de mensen die de stad besturen. Ze zeggen wat er beter moet voor de gezondheid van de kinderen. Wat zou jij willen veranderen?

“Ik zou graag meer parken en speeltuinen in de stad willen hebben voor kleinere kinderen en over het algemeen meer groen. Steeds meer kinderen blijven namelijk altijd binnen om bijvoorbeeld spelletjes te spelen op een telefoon of om tv te kijken. Zo krijgen ze niet veel frisse lucht meer en kunnen ze hun energie niet goed meer uiten.”

Niek

Wat vind je ervan dat je ouders je opgegeven hebben voor Generation R?

“Leuk, want dan mocht ik altijd tijdens een schooldag daar naartoe en hoefde ik daarna niet meer naar school, dus was ik altijd eerder uit. En het was altijd wel leuk spannend wat je dan moest doen.”

Vind je het goed dat er zoveel kinderen onderzocht worden om beter te snappen hoe kinderen in Rotterdam opgroeien?

“Ja, want uiteindelijk kunnen we dan meer mensen gezonder maken.”

Welke tests en proeven die je hebt gedaan voor Generation R zijn je bijgebleven?

“De MRI-scan, een spel waar je geld kon verdienen, een ademhalingstest op een fiets, pissen in een potje, oogdruppeltjes… Ja, dat waren wel mijn favoriete dingen die ik heb moeten doen.”

Wat vond je het leukst om te doen en wat vond je vervelend?

“Oogdruppeltjes waren sowieso het leukst. Eigenlijk kan ik niks stoms bedenken.”

De onderzoekers geven tips aan de mensen die de stad besturen. Ze zeggen wat er beter moet voor de gezondheid van de kinderen. Wat zou jij willen veranderen?

“Ik zou wel meer skateparks willen. Dat is niet alleen leuk, maar het is ook goed voor kinderen om te bewegen.”

Pepijn

Wat vind je ervan dat je ouders je hebben opgegeven voor Generation R?

“Aan de ene kant fijn, want je komt veel over je gezondheid en ontwikkeling te weten. Maar het kan ook vervelend zijn. Een ander heeft beslist dat jij deelneemt. Als je niet zit te wachten op al die onderzoekjes en vragenlijsten, moet je die wel achttien jaar meedoen. Dat is dan best heftig.”

Vind je het goed dat er zoveel kinderen onderzocht worden om beter te snappen hoe kinderen in Rotterdam opgroeien?

“Ik vind het een goed onderzoek. Zo komen ze veel te weten over kinderen in Rotterdam, bijvoorbeeld waar je rekening mee moet houden als kinderen opgroeien. Ik denk dat wij de kinderen die na ons komen helpen om gezond te blijven doordat de artsen nu veel te weten komen over ons.”

Welke tests en proeven die je deed voor Generation R zijn je bijgebleven?

“Ik herinner me dat ze met een stokje in mijn neus gingen wroeten, om snot te verzamelen. Dat deden ze eerst voorin mijn neus en dat voelde naar. Toen ze ook achterin mijn neus wilden schrapen, heb ik gezegd dat ik dat niet wilde. Ook de eerste keer dat er bloed geprikt werd, herinner ik me. Dat was zo’n raar gevoel!”

Wat vond je het leukst om te doen?

“Wat ik grappig vond, zijn spelletjes die je moest spelen om te kijken hoe eerlijk je bent. Dan lag er vier euro en die kon je winnen, maar je kon het ook laten liggen voor degene die na jou komt. Wat doe je? Zo testen ze hoe je omgaat met allerlei vragen in het leven. Het allerleukste vond ik rennen en fietsen om je uithoudingsvermogen te testen.”

Wat zou je zelf willen weten als jij onderzoeker was?

“Ik zou willen weten wat de invloed is van de lucht op onze longen en ademhaling. Tast de lucht in de stad ons ademhalingssysteem aan? Wat is de invloed van luchtvervuiling? Ga je slechter zien, leef je korter? Ik denk dat je voor deze vragen verder moet kijken dan Rotterdam. Dat je de omstandigheden in de stad moet vergelijken met de situatie waarin kinderen op andere plekken in Nederland leven. Mijn tip aan de stad heeft hier ook mee te maken: leg de grote wegen op andere plekken dan midden in de stad. Zorg ervoor dat mensen minder met de auto naar de stad komen, dan wordt de lucht ook minder vies.”