De dam die onze stad haar naam gaf

Iconen

In 2020 was het precies 750 jaar geleden dat de dam in de Rotte aangelegd werd. Aan die dam hebben we dan wel de naam van onze stad te danken, het blijkt bij lange na niet het eerste teken van leven in de veengrond onder onze voeten. Arnold Carmiggelt, hoofd Archeologie Rotterdam, en Paul van de Laar, bijzonder hoogleraar stadsgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit en directeur van Museum Rotterdam, duiden het belang van de dam voor de stad.

‘Zelfs de naam van het riviertje blijkt taalkundig uit de prehistorie te stammen en wil zoveel zeggen als troebel of stilstaand’

“Om het ontstaan van de dam in de Rotte, en dus van de stad, te begrijpen”, trapt Arnold Carmiggelt af, “moeten we ver terug in de tijd, naar 2500 jaar geleden. Toen ontstond de Rotte als afwatering van het veengebied dat hier lag. Dit maakte menselijke bewoning mogelijk, we hebben dan ook resten uit die tijd teruggevonden.” Zelfs de naam van het riviertje blijkt taalkundig uit de prehistorie te stammen en wil zoveel zeggen als troebel of stilstaand.

Vanaf 250 na Christus wordt het stil aan de oevers van de Rotte, maar in de Middeleeuwen komen sporen van bewoning terug: er is één akte uit 1028 die melding maakt van een boerengehucht met een kerk. Het dorpje heeft in de akte ook een naam: Rotta. Het is mogelijk de Latijnse verbastering van de prehistorische naam van de rivier.

Beukelsdijk

Rond Rotta gaan bewoners, om landbouwgrond te winnen, sloten graven die afwateren op de Rotte. “Maar dat is als een spons waar je water uitdrukt”, stelt Carmiggelt. “Die zakt in. Ook het veengebied klinkt in en wordt kwetsbaar voor overstromingen.” Eerst vertrekken de boeren naar hoger gelegen gebied, maar ze keren terug om de landbouwgrond te herwinnen en gaan dijken bouwen. Dijken die tot op de dag van vandaag in het straatbeeld terug zijn te vinden. Zo is de Beukelsdijk een van die oude dijktracés.

De laatst aangelegde dijk, en dit is een belangrijke voor het ontstaan van Rotterdam, is de Schielands Hoge Zeedijk. Wil je die dijk volgen? Loop dan via Schiedamseweg, Mathenesserdijk en West- zeedijk het Vasteland op. Sla af en loop via de Schiedamsedijk en de Korte Hoogstraat naar de Oostzeedijk en Honingerdijk. Die straten liggen allemaal op de Schielands Hoge Zeedijk.

‘De straat die op de dam kwam te liggen, werd Hoogstraat genoemd omdat hij wat hoger lag dan de overige straten’

Hoogstraat

De oplettende lezer merkt het al. In deze opsomming van wegen ontbreekt een stukje: de Hoogstraat. Nadat het dijkfront in 1250 gereedkwam, was het veengebied dat Rotterdam zou worden ingepolderd. Op dat ene stukje na: waar de Rotte uitmondde in wat wij kennen als de Oude Haven. “Een gevaarlijk punt”, stelt Carmiggelt. “Bij hoogwater liep het achterland via de Rotte alsnog onder. Dat kon men niet laten bestaan, dus werd in 1270 een laatste dijk aangelegd. In de Rotte. En leg je een dijk aan in het water, dan noem je dat een dam. In de dam kwamen sluizen, erop verrezen huizen. De straat die op de dam kwam te liggen, werd Hoogstraat genoemd omdat hij wat hoger lag dan de overige straten.”

Binnenrotte

Hoe we dit zo precies weten? Al in de Tweede Wereldoorlog mocht de stad van de Duitse bezetters onderzoek doen naar de dam. “Mogelijk als een soort genoegdoening voor de schade die ze hadden aangericht”, stelt Carmiggelt. “Maar het belangrijkste onderzoek vond eind jaren tachtig plaats, bij de aanleg van de Willemsspoortunnel. Er kwam een compleet schip onder het damlichaam vandaan. Dit puntertje van Rotterdam blijkt in 1270 als fundering aangebracht te zijn.”

Wat veel mensen niet weten, is dat de dam nog altijd onderdeel is van de stad, al ligt hij meters onder de grond. Dat vindt Carmiggelt dan ook het meest fascinerende aan het hele verhaal. “Mensen denken soms dat de stad ontstaan is na het bombardement in 1940. Voor het zichtbare deel van het stadshart is dat dan wel correct, maar til bij wijze van spreken een stoeptegel op en je komt een rijke historie van duizenden jaren tegen.”

Sturm und Drang

En die rijke historie leert ons veel, stelt stadshistoricus Paul van de Laar. “De dam staat symbool voor de eerste paal die geslagen werd door de eerste Rotterdammers. Mensen die van buiten kwamen. En voor het feit dat wij dus altijd al een stad van diversiteit geweest zijn: van mensen die van elders naar Rotterdam komen en zich hier thuis voelen.”

Maar bovenal ziet Van de Laar een belofte in de dam: “Een belofte die we steeds moeten waarmaken als stad. De dam staat voor de verbeelding die we nodig moeten hebben om ons te ontwikkelen en te weten welke kant we op kunnen gaan als gemeenschap. Wij willen heel graag vooruitkijken, maar we moeten daarbij de geschiedenis niet vergeten. Al kost het ons soms moeite, omdat we met Sturm und Drang, met staal, ijzer en kolen ons verleden weggedrukt hebben.” 

Maar Van de Laar weet zeker: “Rotterdam en de Rotterdammers hebben het verleden nodig voor hun identiteit. Er is meer behoefte aan kennis over ons verleden vóór het bombardement dan ooit tevoren. Rotterdam wordt nu vooral beschreven in de superlatieven van vooruitgang, met zijn architectuur en havens. Maar waar komt dat vandaan? Wat ligt er achter ons? Zonder verleden kleuren we slechts een deel van ons heden in.”

En ver hoeven we niet te zoeken, naar dat verleden, weet de stadshistoricus. “Simon Schama zei het mooi: the archives of my feet. Loop door de stad, volg de dijkgordels, de dammen en de dijklichamen die zich openbaren in onze stadsplattegrond. Onze voeten tonen ons verre verleden. Dit is geen stad waar je op het eerste gezicht verliefd op wordt. Dat kan niet; wij zijn de stad van second love. Je krijgt een band met Rotterdam als je er leeft, je gaat de stad begrijpen als je ziet hoe zij geografisch en demografisch ontstaan is. Die geografie én demografie zijn bij die dam in de Rotte begonnen, 750 jaar geleden. De dam verknoopt ons heden en verleden met elkaar.”