Joop Ruter is een loopfenomeen

De snelste opa van Nederland

De snelste opa van Nederland komt uit Rotterdam. Joop Ruter, 82 jaar, is een loopfenomeen. In zijn leeftijdsklasse heeft de tachtiger inmiddels alweer alle nationale records op de baan van de 100 meter tot de 10.000 meter op zijn naam staan. ,Die snelheid in mijn poten is mijn mazzel.’

Op de koffie bij Joop. Zie hem nonchalant zitten op de bank in zijn huis. Zijn zongebruinde huid, het lijf nog altijd zeer pezig en afgetraind, om zijn bijzondere benen een blauwe spijkerbroek en daaronder: de hardloopschoenen. ,Die vind ik toch het fijnst om te dragen,’ zegt Joop, immer energiek.

Het is vijftig jaar lang een van de best bewaarde geheimen van Rotterdam geweest: het looptalent van Joop. Pas op zijn 51ste trekt hij de hardloopschoenen aan, nadat het bedrijf waar hij als uitbener heeft gewerkt failliet gaat. Plotseling werkloos. ,Drieëndertig jaar bij dezelfde baas. Je denkt: dat zal mij toch niet gebeuren?’

,Die snelheid in mijn poten, dat is gewoon mijn mazzel geweest'

Alleen maar thuiszitten is niks voor de markante man uit Crooswijk. Hij gaat hardlopen, en geniet intens van alle aandacht die hij krijgt. ,,Die snelheid in mijn poten, dat is gewoon mijn mazzel geweest. Ineens ligt de wereld open en stal ik de show.’’

Joop blijkt een loopfenomeen. Zo snelt hij op 56-jarige leeftijd op de marathon in 2 uur en 42 minuten naar de Coolsingel. Ogenschijnlijk gemakkelijk zweeft hij de afgelopen decennia naar tientallen nationale records, twee wereldrecords en onwaarschijnlijk veel zeges. Het levert hem een sponsorcontract bij Adidas op en het brengt hem op veel plekken in de wereld. Zo is er die ontmoeting met looplegende Haile Gebrselassie bij een persconferentie in Duitsland. ,,Zit ik daar, Jopie uit Crooswijk naast Haile. Met alle camera’s op ons gericht. Ik zal je eerlijk zeggen: ik had het effe niet meer.’’

In fijn plat Rotterdams vertelt Joop over zijn hardloopbelevenissen. ,,Als ik er ben, moet ik er ook wezen,’’ zegt hij over zijn winnaarsmentaliteit. Hij verbaast zichzelf dagelijks. ,,Soms denk ik: kolere, Joop! Hoe oud ben je nou? 82? Nou, zo voel ik mij nog helemaal niet hoor. Het gaat nog zo makkelijk.’’

In zijn huis liggen stapels met krantenartikelen over hem, foto’s van gewonnen wedstrijden, medailles. ,,Al die aandacht… Dat geeft mij een kick. Iedereen kent mij eigenlijk. Tijdens de marathon in Rotterdam roept iedereen in Crooswijk ‘Jooooopie’ naar mij. Daar ga ik harder van lopen, hoor. Ik zeg altijd maar zo: iedere ouwe lul heb een veer in zijn reet nodig. Dat houdt mij ook jong, denk ik.’’

Trots haalt hij herinneringen op aan zijn wereldtitel in 1991 in Finland. ,,Ik ga daar in Helsinki op de 5000 meter achter de poeperd van de Duitse favoriet aan. En ik zie de finish, en ik gaat ‘m zo in de laatste meters voorbij. Ongelooflijk.’’

Of aan zijn bezoek in Canada bij Ed Whitlock, ook een loopwonder op leeftijd. De twee waren concurrenten, maar met veel wederzijds respect. ,,Dus die Whitlock laat mij daar zijn trainingsrondje zien. Die vent liep drie keer per week drie uur lang rondjes van 1500 meter. Om een kerkhof. Daar had-ie de sleutels van. Nou, dan ben je toch wel gek of niet? Echt een geweldige kerel.’’

Nee, dan liever zijn vaste trainingen. Op dinsdag en donderdag bij de groep van ‘Van Kempen’, een illuster loopgezelschap van kwieke veteranen bij Joops atletiekvereniging PAC Rotterdam. Op die avonden haalt de tachtiger op de ‘tweehonderdmetertjes’ nog eenvoudig een snelheid van 18 kilometer per uur. Na afloop drinkt Joop in de kantine graag een biertje met zijn makkers. En in het weekend loopt Joop - alleen - door het Kralingse bos.

Ouder worden voelt voor Joop als een feestje. Nu hij op 16 april in Spijkenisse het Nederlandse record liep op de Engelse mijl heeft hij in zijn leeftijdsklasse (80-84 jaar) alweer alle baanrecords op zijn naam staan. Met twinkelende oogjes: ,,Nu wil ik weer graag 85 worden.’’

Dan kan Joop weer op recordjacht, altijd onder toeziend oog van zijn drie zoons. ,,O, ze zijn zo gek op die ouwe. Mooi toch? Nee, aan stoppen denk ik nog niet. Ik loop nog als een tierelier, joh.’’