Kloppend hart van Rotterdam

Prinsheerlijk aan de Maas!

Karin Koolen Tekst
Marc van der Stelt Beeld

Dat het Wereldmuseum in een prachtig monumentaal pand huist op één van de mooiste plekken van de stad, dát is bekend. Maar wie kent ook de geschiedenis van het gebouw? Die is namelijk minstens zo fascinerend. We gaan terug naar 1851…

Het is niet moeilijk voor te stellen waarom prins Hendrik van Oranje-Nassau de Veerhaven uitkoos als thuisbasis voor zijn Yachtclub. Waar de Veerhaven tegenwoordig een ligplaats is voor plezierboten en historische zeilschepen, zijn alle grote Rotterdamse rederijen hier begonnen. In de Veerhaven werd het fundament gelegd voor de wereldhaven die onze stad nu is. Dus denk je eens in, Rotterdam in de negentiende eeuw: de statige panden aan de Maas, bedrijvigheid in de haven, opgestroopte mouwen en zeelieden uit alle windstreken op zoek naar eten en vertier. De veerboot naar Katendrecht die af- en aanmeerde moet de plek nog bruisender hebben gemaakt.

Prijsvraag

Vanaf 1851 meerden de luxe jachten van de Vereeniging der Koninklijke Yachtclub in de Veerhaven aan. Prins Hendrik, broer van koning Willem III en door zijn lange carrière in de marine wel Hendrik de Zeevaarder genoemd, richtte de vereniging in 1846 op. Voor het prestigieuze clubgebouw dat hij aan de Willemskade liet bouwen, schreef hij in 1849 een prijsvraag uit. Uit de vijfentwintig ingediende voorstellen werd het voorstel van de Amsterdamse architect Godefroy uitgekozen. De Yachtclub werd gebouwd op een driehoekig terrein; de afgeronde hoek met hoektoren is tot op heden één van de eyecatchers in het Scheepvaartkwartier. Wie goed kijkt, ziet op de top van de toren een goudkleurige zeemeermin.

Het gebouw telde in eerste instantie twee verdiepingen; pas in 1908 werd het met een verdieping verhoogd. Op de begane grond bevonden zich de kleed- en waslokalen, dienstruimtes en bergingen. Vanaf de eerste verdieping en het balkon konden leden van de sociëteit genieten van de wedstrijden op de Maas. Op de eerste verdieping bevond zich de eetzaal en op de tweede verdieping was een appartement gebouwd voor de prins.

‘De Yachtclub huisvestte van begin af aan een almaar groeiende collectie scheepsmodellen en etnografische voorwerpen die de leden aan de vereniging schonken’

De eerste stappen naar een museum waren toen al gezet. De Yachtclub huisvestte van begin af aan een almaar groeiende collectie scheepsmodellen en etnografische voorwerpen die de leden aan de vereniging schonken. De historische verzameling scheepsmodellen vormde later de basis voor het Maritiem Museum Prins Hendrik, dat in 1874 in het pand werd geopend. Je raadt het vast al; dit is het huidige Maritiem Museum aan de Leuvehaven.

Etnografisch

Prins Hendrik overleed in 1879 en het gebouw werd eigendom van de gemeente. De Yachtclub – waar het al een tijdlang niet goed mee ging – werd in 1882 door gebrek aan financiële middelen opgeheven. Een paar jaar laten trokken vrienden van prins Hendrik, die hem eveneens met raad en daad hadden bijgestaan tijdens de oprichting van de Yachtclub (waaronder dr. Elie van Rijckevorsel), aan de bel bij de gemeente. Hun voorstel: een etnografisch museum in het gebouw. Rotterdam ging akkoord, want Nederlandse handelscontacten overzee, het kolonialisme, de groeiende missie en zending en de opkomende volkenkundige wetenschap hadden een dergelijke behoefte gecreëerd. Op 1 mei 1885 werd het Museum voor Land- en Volkenkunde, thans het Wereldmuseum, officieel geopend. Het Maritiem Museum verhuisde in 1948 naar een eigen gebouw.

Jaren intensief gebruik lieten hun sporen achter in het pand. Dus werd het gebouw tussen 1982 en 1986 door de Haagse architect Menno Homan opgeknapt op basis van een oude prent van Godefroy. Ook voorzag Homan het gebouw van eigentijdse museale voorzieningen. Alle aanbouwen op de binnenplaats werden vervangen door een driehoekig bouwdeel met een staalconstructie. Hierin is onder andere het multiculturele theater De Evenaar gevestigd.

Verdubbeld

Weer jaren later, we zijn inmiddels in 2000, werd het museum uitgebreid met twee naburige panden aan de Willemskade. Hiermee verdubbelde het oppervlak. Intern zijn de panden verbonden, maar vanwege de monumentstatus bleven de gevels ongewijzigd. En in 2007 tenslotte nam de directie het initiatief voor de meest recente verbouwing. Bij die restauratie zijn de originele kleuren van en gouden accenten in de buitengevel teruggebracht. De entree kreeg een nieuw trappenhuis met lift. De balzaal en salon werden voorzien van nieuwe technische voorzieningen. En op de begane grond kwamen een mediatheek, reisbureau, winkel, ontvangstbalie, restaurant en wijnbar.

Als Hendrik de Zeevaarder nu vanaf ‘zijn’ balkon uitkeek over de Maas en de skyline van Rotterdam, dan zou hij zich vermoedelijk een paar keer goed in de ogen wrijven. Het statige pand aan de Willemskade heeft de stad ingrijpend zien veranderen en groeien. Het museum vertelt de verhalen van verleden en heden, van dichtbij en ver weg. Maar één ding is zeker; de tijd heeft hier allerminst stilgestaan!