Schoonheidsslaapje

RET

Wie regelmatig over de A16 ter hoogte van IJsselmonde richting Rotterdam scheurt, zal de grote P&R Beverwaard niet zijn ontgaan. Sinds 2011 kunnen hier niet alleen 500 auto’s parkeren; onder het parkeerdek is een van de twee tramremises van de RET. Hier ondergaan zeventig trams als een soort schoonheidsslaapje hun avondritueel en brengen ze de nacht door.

Na een lange werkdag tuffen de trams één voor één de remise binnen. Maurice Unck, de nieuwe directeur van de RET, en Remco Outjes, senior onderhoudsspecialist, lopen trots door het gebouw, dat onderdeel is van het Europese samenwerkingsproject Tramstore21. Binnen dit project bouwen steden als Brussel, Dijon, Blackpool en Rotterdam efficiënte en duurzame tramremises. Duurzaamheid is een thema dat onze stad sowieso hoog in het vaandel heeft staan: ze wil de duurzaamste wereldhaven worden.

Dat duurzame is goed gelukt. Terwijl we langzaam richting de werkplaats lopen, vertelt Unck uitgebreid over de remise op Zuid. “Eigenlijk kun je zeggen dat het gebouw uit vier onderdelen bestaat. Het is de overnachtingsplek van onze trams en het startpunt voor onze bestuurders en conducteurs. Zij beginnen de dag hier met een kopje koffie en gaan dan op weg. We hebben hier kantoren zitten, de werkplaats voor al het onderhoud van onze trams en bovenop het dak zit een grote parkeerplaats. ’s Avonds komen de voertuigen binnen en ’s ochtends kunnen ze weer helemaal fris van start.”

Energiepalen en regenwater

Wat de meeste mensen niet weten, is dat de remise ook duurzaam gebouwd is. Zo is er voor de bouw gerecycled beton gebruikt en wordt

het pand via natuurlijke temperatuur-verschillen verwarmd en gekoeld. Van de in totaal 2.700 heipalen zijn er 512 speciale energiepalen. De grond zorgt ervoor dat deze energiepalen in de winter verwarmd worden, als het in de bodem warmer is dan bovengronds en in de zomer juist gekoeld omdat de bodemtemperatuur dan van nature wat lager is dan bovengronds.

In de zomer is de remise heerlijk koel, in de winter lekker warm. Regenwater wordt in drie grote, ondergrondse tanks opgeslagen en gebruikt om wc’s door te spoelen en trams te wassen. Het tapwater wordt opgewarmd in een zonneboiler en in de kantoren en op de werkplaats wordt zoveel mogelijk gebruikt gemaakt van natuurlijk licht en lichtsensoren, waardoor er nooit ergens onnodig een lamp brandt. Unck: “We kunnen zo de helft op onze energierekening besparen.”

Bij binnenkomst in de werkplaats staat een Feyenoord-tram op een van de sporen te blinken. “Kijk er nog maar even goed naar, over een uurtje is hij weer kaal”, wijst Outjes. “Het nieuwe voetbalseizoen is van start, dus dan mogen we niet meer met deze kampioenstram rondrijden.” Iedere avond doorlopen de trams hetzelfde traject. Outjes: “Eerst tanken we zand. Dat klinkt misschien raar, maar we spuiten zand tussen de rail en het wiel, zodat de wielen meer grip hebben op de rails, bijvoorbeeld als we moeten remmen. Zeker met guur herfstweer. Dan vallen de bladeren van de bomen en al die platgereden blaadjes geven veel olie en vet af, waardoor onze trams een langere remweg hebben. Door zand te strooien op de rails, krijgen we meer grip op de rails en glijden we minder ver door.”

Na de tankbeurt wordt er gestofzuigd. Dit gebeurt niet met een kleine handstofzuiger, maar met een enorme zuignap die op de achterste deur wordt vacuüm gezogen. We krijgen een kleine demonstratie. De tramdeuren gaan dicht, het apparaat begint te werken. Outjes gooit wat gescheurde papiertjes op de grond, die al snel met windkracht 8 naar achteren worden gezogen. Onze haren wapperen flink en Outjes is bijna niet meer te verstaan. “Zo zuigen we binnen drie minuten de hele tram uit”, lacht hij als de wind weer is gaan liggen en wij onze haren in model strijken.

Formule1

Daarna rijdt de tram over het wielmeet-systeem. Dat controleert de wielen. Unck: “Goed geslepen wielen zorgen voor minder gebonk van de trams. Dat is prettiger voor onze reizigers en geeft minder geluidsoverlast voor de omgeving.” Daarna gaat de tram door de wasstraat. Denk aan een gigantische autowasstraat, waarna het voertuig weer blinkend schoon is. “We gebruiken hiervoor regenwater wat ook weer een paar keer wordt hergebruikt.”

Dan is het tijd voor het quickservicespoor. Unck: “Vergelijk het maar met een quick-fix zoals bij Formule1. We redden het alleen niet in vier seconden. Op dit spoor verhelpen we kleine storingen. Is er iets groters aan de hand, dan verplaatsen we de tram naar een van de andere zes sporen.”

Iedere week krijgt de tram een prioriteitenlijst qua onderhoud, om de voertuigen zo optimaal mogelijk te houden. “Mocht er volgens de bestuurder iets mis zijn met de tram, dan kijken we daar direct naar. Als omwoners klagen over een tram, vaak door een hard en piepend geluid, dan halen we de trams waar mogelijk uit de rit om te kijken of we het probleem kunnen verhelpen. We willen zo min mogelijk overlast veroorzaken.”

In de vernieuwde remise is het makkelijk werken voor de monteurs. Omdat de trams sinds 2003 gelijkvloers zijn, zodat kinderwagens en rolstoelen makkelijk naar binnen kunnen, zit de meeste technologie op het dak in plaats van onder de tram. En mochten de monteurs wél onder de tram moeten, dan kunnen ze er makkelijk bij. Outjes: “Vroeger stonden we kromgebogen onder de tram. Nu past er makkelijk een vent van twee meter onder.”

‘Vergelijk het maar met een quick-fix zoals bij Formule1. We redden het alleen niet in vier seconden’

Monteurs in opleiding

In de remise lopen veel railvoertuigmonteurs in opleiding rond. Deze leerlingen volgen een Beroepsbegeleidende Leerweg (BBL) op het Techniek College Rotterdam. Outjes: “Het onderhoud van onze trams is een specifiek vak. Als we een vervanger nodig hebben, kunnen we niet zomaar een uitzendkracht inhuren. Onze technieken zijn te ingewikkeld om in een keer te begrijpen.” Daarom werkt de RET nauw samen met het Techniek College. Leerlingen volgen een betaald traject met kans op een baan. De senior onderhoudsmonteur is erg blij met de samenwerking. “Er verandert veel binnen het openbaar vervoer, er komen steeds nieuwe technieken bij. Onze monteurs lopen tegenwoordig niet alleen met een steeksleutel, maar ook met een laptop rond, bijvoorbeeld om storingen uit te lezen en te verhelpen. Op school leren ze de basisstof en hier in onze werkplaats leren we ze de fijne kneepjes van het vak.” De huidige groep onderhoudsmonteurs heeft een gemiddelde leeftijd van 55 jaar. Remco: “We zoeken nu nieuwe, jonge talenten, zodat we over tien jaar de uitstroom van deze monteurs kunnen opvangen. Het is een groot succes. De oude garde coacht het jonge talent. Zo leren ze veel van elkaar.”

Na het onderhoud worden de trams naar het overnachtingsgedeelte gereden om te genieten van hun welverdiende rust. Morgen mogen ze de Rotterdamse passagiers weer fris en fruitig vervoeren.