De regelneven van de haven

Rotterdamsche Waterklerken Vereeniging

Het klinkt als een stoer jongensavontuur. Een schip vaart de haven binnen en sterke mannen roeien met hun bootje het schip tegemoet. Wie het beste kan roeien, komt als eerste bij het schip aan en gooit zijn touw met haak uit zodat deze over de reling van het schip blijft hangen. Vervolgens klim je aan boord van het schip. Als je dan ook nog eens de kapitein aanbiedt om ‘s avonds ergens een neut te gaan drinken, dan had je de job als waterklerk.

Hoe het er honderd jaar geleden aan toe ging in de Rotterdamse haven legt voorzitter Ruud Meuldijk, al 39 jaar in het vak, haarfijn uit. “De basis van het werk van de waterklerk is dus op het water gelegd, maar ook in de kroeg. Daar werd gezegd: ‘Je hoeft niet meer naar die boot toe, die is nu van mij.’ En naarmate er steeds meer formaliteiten bij kwamen kijken, ging het werk vanuit kantoor plaatsvinden om zaken in een contract vast te leggen wat er aan boord werd besproken. Zo is de naam waterklerk ontstaan. Die gasten van toen waren niet alleen uitstekende roeiers, ze waren de vertegenwoordigers voor de kapitein. Zij regelden alles voor hem.”

 ‘Je hoeft niet meer naar die boot toe, die is nu van mij’

Handvol kwartjes

De waterklerken van nu heten vaker agenten of operators. De wereld is enorm veranderd. Mark Broos behoort met zijn 25 jaar tot de nieuwe generatie: “Veel mensen realiseren zich niet wat er allemaal bij komt kijken als een schip de haven binnenvaart. Ik wist dat zelf ook niet.” Meuldijk somt het op: “de lading aangeven bij de douane, de lossing regelen, onderdelen bestellen, een zieke of zelfs een dood bemanningslid aan boord. Dat betekent dus actie ondernemen”, zegt hij. Meuldijk stamt nog uit de tijd zonder computers en mobiele telefoons: “Ik had altijd een handvol kwartjes bij me en stond dan in de rij voor de telefooncel, maar ik moest wel twintig belletjes doen om alles te regelen.”

Regelneef

Daar is niks aan veranderd. “Al is alle documentatie gedigitaliseerd en kun je veel voorbereiden door moderne communicatie, je bent nog steeds de regelneef”, gaat Broos verder. Wat hij leuk vindt aan dit werk, is dat je nooit weet wat de dag brengt. Deze ochtend stond er politie in de haven, een ambulance en een traumahelikopter. Hij dacht: “Het zal toch niet voor mijn schip zijn.” Het tegendeel was waar. Tijdens het afmeren had het schip dat hij ontving, een ongeluk gekregen. Dan begint het. Je moet de leiding pakken, creatief zijn en oplossingen bieden, zodat de kapitein zo min mogelijk zorgen heeft. “Niks is een probleem”, zegt Meuldijk.

Naar schepen toe

Automatisering en digitalisering heeft, zoals overal, het vak veranderd. De nadruk is op het kantoor komen te liggen. Ook de snelheid waarmee het werk moet worden gedaan, is veranderd. De kapitein heeft geen tijd meer om aan wal te komen en de kroeg in te gaan. Hij moet zijn rusttijden aanhouden om de volgende dag weer te kunnen varen. “Wat je dus ziet, is dat jonge waterklerken amper meer de tijd hebben om naar schepen toe te gaan, echt in de haven te zijn”, vertelt Meuldijk. En Broos herkent dat, maar ervaart ook dat de kapitein persoonlijk contact nog wel waardeert: “Hij heeft dan een goed gevoel bij zijn vertegenwoordiging”, zegt Broos. “En de kapitein heeft nog steeds allerlei verzoeken. Met Koningsdag de stad in of nieuwe schoenen voor zijn zoon. Dat regel je dan gewoon.”

Rotterdamsche Waterklerken Vereeniging

Meuldijk en Broos leerden elkaar kennen op het Scheepvaart- en Transportcollege. Broos volgde er een extra opleiding tot tanker-operator en Meuldijk gaf er ‘s avonds les. “Slimme jongens herken je snel”, zegt Meuldijk. “In dit vak moet je aardig wat skills hebben. Je moet je talen spreken, sociaal zijn en tegelijkertijd stevig in je schoenen staan.” In Broos zag hij een topper en het bestuur vroeg hem toe te treden als commissaris van het bestuur van de Rotterdamsche Waterklerken Vereeniging, dat dit jaar negentig jaar bestaat. “Er lopen inmiddels meerdere jonge waterklerken bij de vereniging rond. Ik vind het leuk om naar de evenementen te gaan en neem vaak mijn vriendin mee. Voor de vrouwen is het ook fijn om bepaalde aspecten van het vak te delen. We zijn namelijk best vaak van huis, dag en nacht.”