Kijk eens wat vaker in de spiegel van...

Aan de Westersingel zit Kapsalon Daan Brakman. Daan heeft ruim vijftig jaar geleden de kappersschaar opgepakt en hem niet meer losgelaten. Inmiddels kapt en knipt zijn zoon Ramon ook al dertig jaar. “Ramon runt hier, samen met zijn vrouw, eigenlijk de toko, hoor”, zegt Daan met onverbloemde trots. “Ik ben blij dat ik nu weer twee ochtenden mag komen knippen. Dat kon een tijd niet door het coronavirus. Ik hoor bij de risicogroep.”

Bij binnenkomst word je echt welkom geheten. Ook als vrouw, al kom je er dan niet voor een kappersbeurt; ze knippen en scheren hier alleen mannen en jongens. Gelukkig zetten ze ook een fatsoenlijke koffie op een machine die in een Italiaanse koffiebar niet zou misstaan. Een gezellige hoek hangt vol met bruidegomfoto’s, waarop de bruidegoms omringd zijn door de mannen die ongetwijfeld ook op hun bruiloft zullen zijn. Allemaal goed gekapt en voor de pui van de kapsalon.

Daan: “Dat is een jarenlange traditie, maar die is spontaan ontstaan. Een vaste klant ging trouwen en belde op het laatste moment of, wij twee dagen later, hem en zijn mannelijke gevolg konden knippen. We gooiden het in de groep – er knippen meer mensen bij ons – en iedereen kon. ‘Kom maar door’, zeiden we. Maar we dachten: daar gaan we iets speciaals van maken. Dus we regelden champagne bij binnenkomst en verse broodjes. Het werd zó gezellig in en buiten de kapsalon op de vroege ochtend, dat de politie kwam polsen wat voor feest dit was. Sindsdien doen we dit. Als we van vaste klanten weten dat ze gaan trouwen, nodigen we ze hiervoor uit.”

Coronakapsel

De kapsalon was acht weken dicht tijdens de lockdown. Ramon: “We hebben alles ontsmet, schotten opgehangen en desinfectie bij de ingang geplaatst. Het was hartverwarmend hoeveel reacties we kregen van klanten. Of ze niet alvast vooruit konden betalen bijvoorbeeld om ons de lock-down door te helpen. En toen de salon weer open mocht, regende het afspraken. Ik hoorde alleen maar ‘ploing ploing ploing’ in de afsprakeninbox. De agenda zat zo vol, ik kon niet eens lunchen of naar de wc, haha.”

Drukker of kapper?

Het was ruim vijftig jaar geleden niet vanzelfsprekend dat Daan kapper zou worden: “Dat was toeval. Ik kon best goed leren, maar mijn vader verscheurde altijd mijn proefwerken als er ook maar een foutje in zat. Dat motiveerde niet echt, zeg maar. Dus ik spijbelde. Daar kwam hij op een gegeven moment achter en haalde me van school. ‘Dan ga je maar werken.’ Hij regelde een baantje bij een drukkerij, kocht een schort en schoenen en maakte een afspraak bij de kapper. Ik moest er op mijn best uitzien op mijn eerste werkdag. Ik raakte aan de praat met die kapper. En natuurlijk had ik geen zin in die baan bij de drukkerij. ‘Wil je geen kapper worden?’, vroeg die kapper. Dat leek me wel wat. ‘Nou, dan ben je vanaf nu kapper.’ Ik mocht vegen en leerde de schaar hanteren bij kapsalon Heezen. Ik ben nooit naar die drukkerij gegaan. Later heb ik nog wel de kappersdagschool in Amsterdam gevolgd. En toen ik alles kon wat ik wilde, ben ik mijn eigen zaak begonnen. De twee antieke Belmontkapstoelen aan het begin van de zaak, zijn de twee stoelen waarmee ik begonnen ben.”