Op 4 augustus 2008 meert het gerenoveerde vlaggenschip van de Holland-Amerikalijn aan en krijgt de mooiste plek van de stad als ligplaats toegewezen: het 3e Katendrechtse Hoofd. Anderhalf jaar later gaat het schip open voor publiek en beginnen tientallen mensen met hun werk als vrijwilliger aan boord.
Het SS Rotterdam is 228 meter lang, 28 meter breed en behoorde in haar hoogtijdagen tot de top 10 grootste passagiersschepen ter wereld. Om dit schip draaiende te houden, werken er tegenwoordig ruim 150 vrijwilligers. Dit zijn vaak gepensioneerden met zeebenen, waarvan er veel na hun zeeleven op Katendrecht zijn gaan wonen.
Op een mooie, zonnige dag in november spreken we drie van deze vrijwilligers: Mini Schoenmaker en Jannes Schuurhuis zijn er al vanaf de opening in 2010 bij. Jan Egberts kwam later, in 2016.

Op slag verliefd
Mini Schoenmaker
Mini Schoenmaker kwam twintig jaar geleden met haar man Henk op Katendrecht wonen, in een van de rode torens aan de Maas. Een paar jaar later kreeg ze een briefje in de bus. Het SS Rotterdam zou hier op Katendrecht aan de kade afmeren en ze zochten vrijwilligers. Haar man meldde zich aan en er stond een kennismakingsgesprek gepland. Maar Henk werd ziek en overleed na een kort ziekbed. Dat ging allemaal zo snel, dat er de dag na het overlijden iemand van het SS Rotterdam voor de deur stond voor een afspraak met Henk. Mini vroeg haar binnen voor een bakkie en zo werd uiteindelijk Mini vrijwilligster op het schip.
Cruises
Ze was nog jong toen ze de wereld over reisde. Op 10 juni 1970 nam Mini een baan bij de Holland-Amerika Lijn. Met de Nieuw Amsterdam voer ze de trans-Atlantische route van Rotterdam naar New York. En in de winterperiode maakte het schip cruises in de Caraïben. Aan boord werkte ze op de receptie. Hier ontving ze de gasten, beantwoordde vragen en deed administratief werk.
In 1971 mocht ze aan boord van het SS Rotterdam. Dezelfde baan, een ander schip en een andere sfeer. Want met het SS Rotterdam voer ze cruises in de Caraïben en maakte ze een wereldreis van drie maanden. Aan boord liep ze Henk tegen het lijf. Hij deed Food and Beverage Control. Ze waren op slag verliefd. Ze trouwden en zouden samen naar Tanzania verhuizen omdat Henk daar een baan had gevonden. Op het laatste moment ging dat niet door, want er waren onlusten en het land gooide de grenzen dicht voor buitenlanders.
Heineken
Gelukkig vond Henk een andere baan. Bij Heineken in Zoeterwoude. Ze woonden jaren met hun gezin in Oudewater en kwamen aan het begin van deze eeuw naar Rotterdam. Niet omdat hier hun roots lagen, Mini komt uit Holten, maar omdat ze vanuit het appartement op de kop van Katendrecht zo mooi uitkeken over de Nieuwe Maas.
Ze is inmiddels de tachtig gepasseerd maar werkt nog steeds als vrijwilliger op het stoomschip. Ze leidt bezoekers die in de shop een audiotour huren rond door de prachtige zalen. Afgelopen zomer bracht mini met haar gezin, maar helaas zonder Henk, speciaal voor haar tachtigste verjaardag alsnog een bezoek aan Tanzania. Waarmee de cirkel prachtig rond is.

Samen de wereld over
Jan Egberts
Jan Egberts woont sinds 2014 op Katendrecht, waar hij de buurman van Mini werd. Twee jaar later solliciteerde hij bij het SS Rotterdam. Eigenlijk hadden ze niemand meer nodig, maar toen bleek dat Jan het in zijn carrière tot hoofd scheepswerktuigkundige had geschopt, de hoogste rang, en omdat hij alles wist van de stoommachines onderin het schip, mocht hij toch komen.
Jan kwam uit Nijmegen en was acht jaar oud toen hij, gekleed in blauwe jeans en een geel overhemd, de mode van die tijd, op bezoek ging bij zijn opa en oma. Hij liep over de Willem Buytewechstraat langs de Scheepvaartschool. En dat vond hij zo interessant dat hij meteen wist wat hij later wilde worden. Hij haalde er zijn diploma en tekende in 1968 in een van de groene torentjes van het huidige Hotel New York zijn eerste contract bij de Holland-Amerikalijn.
Veel mankementen
Op het SS Nieuw Amsterdam, later bleek dat hij hier tegelijk met Mini werkte, werkte Jan ongelooflijk hard. Het was een oud schip met veel mankementen, waardoor de WTK-ers er makkelijk twaalf uur per dag moesten werken. Ondertussen trouwde hij in uniform met zijn liefde Betty en zij gingen aan boord van het SS Nieuw Amsterdam op huwelijksreis. Jan werkte tijdens die reis gewoon door en had door zijn rang als officier ook de taak de passagiers op het schip te vermaken. Betty voer twee maanden mee en ondanks dat zij het nooit gezegd heeft, zag ze dat een man op de passagiersvaart niet goed zou zijn voor het huwelijk.
In 1973 ging hij terug naar school en nam een baan aan op de wilde vaart. Dat betekende dat hij op een schip onder vreemde vlag voer, samen met Betty, tien maanden lang! Daarna heeft hij nog twaalf jaar op chemicaliëntankers gevaren voordat hij door Wärtsilä werd gevraagd daar in dienst te komen.
Servicemanager
De meeste tijd uit zijn loopbaan werkte Jan als Servicemanager bij Wärtsilä, een Fins bedrijf dat wereldleider was en is in de productie van scheepsmotoren en andere scheepstechniek. Voor dit bedrijf reisde hij samen met zijn vrouw de wereld over. Van Nederland naar India, Japan, Chili, Ecuador, USA en uiteindelijk naar Duitsland. Pas in 2014 verhuisden ze vanuit Hamburg weer naar Rotterdam.
En daar is Jan een bezig baasje. Naast de twee dagen in de week dat hij rondleidingen geeft in de machinekamer van het stoomschip, werkt hij op dinsdag als vrijwilliger bij Vereniging De Lijn, dat de belangen van oud HAL-medewerkers behartigt. Op woensdag beheert hij als vrijwilliger van Vrienden van het stoomschip de collectie met memorabilia en archieven van het SS Rotterdam. En op vrijdag is hij, ook als vrijwilliger, te vinden in de bibliotheek van het Maritiem Museum.

Soms wel twee weken aan de kade
Jannes Schuurhuis
Jannes Schuurhuis woont in Brielle en is sinds het begin aan het SS Rotterdam verbonden. Net als Jan is hij scheepswerktuigkundige, maar hij kwam in zijn loopbaan niet verder dan 2e werktuigkundige. En dat was volgens Jannes de schuld van zijn vrouw.
Jannes komt uit Dalfsen in Overijssel. Hij had de zee nog nooit gezien, maar besloot toch al op zijn zevende dat hij naar zee wilde. Met zijn ouders verhuisde hij naar het westen en het gezin streek neer in Hekelingen. Hij ging in Brielle naar de machinistenschool en begon in 1964 bij de HAL. Zijn ouders moesten bij de burgemeester tekenen voor toestemming, omdat Jannes pas zeventien jaar was toen hij ging varen.
Vanwege een personeelstekort begon hij zijn loopbaan niet als leerling, maar meteen als assistent. Eerst op het MS Westerdam en later op het SS Andijk, een vrachtschip op de Mexicodienst. Dat was erg leuk, want waar een passagiersschip meestal dezelfde dag weer uit de haven vertrok, lag een vrachtschip soms wel twee weken aan de kade en had de bemanning kans de stad en het nachtleven te verkennen.
Mooiste tijd
Van 1966 tot 1971 voer Jannes op het SS Rotterdam. En dit was de mooiste tijd van zijn leven waarin hij veel vrienden maakte. Zes ervan werken nu ook als vrijwilliger op het SS. En in deze jaren maakte Jannes promotie van 4e werktuigkundige tot 2e.
Zijn laatste klus voor de HAL was het ophalen van een oud schip in Boston. Het SS Argentina voer hij samen met een team naar Bremen waar het schip het dok inging voor renovatie. Daar werd het omgedoopt tot het SS Volendam, waar Jannes nog anderhalf jaar op gevaren heeft.
Meenemen
Jannes ging opnieuw naar school om zijn vervolgdiploma’s te halen. Toen gebeurde er iets wat zijn leven veranderde. Tijdens zijn studie in Rotterdam was hij veel te vinden in de Harbour Jazz Club. En daar kwam hij een prachtig meisje met Indonesische looks tegen. Ze kregen verkering en zouden gaan trouwen.
Nu mocht je, als je op de vaart zat, je vrouw twee maanden per jaar meenemen op het schip. Maar tijdens een overtocht met het veerpondje bij Rozenburg werd ze al van een paar kleine golven flink zeeziek. En ze zei tegen Jannes: “Als jij blijft varen, dan wordt het niks.” Natuurlijk koos hij voor haar en hing zijn uniform aan de wilgen. Pas na zijn pensioen deed hij dit uniform weer aan. Voor zijn werk als vrijwilliger en gids op het SS Rotterdam.