Rotterdammers maken Rotterdam

De brokstukken van Rotterdam

Karin Koolen Tekst
Marlies Lageweg Beeld

Headerfoto: Leeuwarden

Waar is al het puin van Rotterdam gebleven? Wat is er met de oude stad gebeurd? Die vragen waren voor Marlies Lageweg, beeldend kunstenares, aanleiding voor nader onderzoek. Project DNA Rotterdam (2014) was een feit. De zoektocht naar brokstukken en verbrand puin bracht haar naar Brabantse en Overijsselse bospaden, Urker dijken, industriegebieden, landweggetjes, Dordtse wederopbouwwijken en een vliegveld in Friesland. “In Rotterdam zelf heerste na het bombardement juist een sterk anti-historische stemming.”

Het begon eigenlijk met haar ouders, blikt Lageweg terug. “De oorlog was bij ons thuis altijd een ding. Als kind dacht ik soms ‘weer dat verhaal’ als mijn moeder over het bombardement begon, maar het heeft een grote impact op haar gehad.”

Lagewegs moeder woonde als kind op de grens van het bombardement, het huis van Lagewegs overgrootouders verdween in de brand. “Net als bij veel Rotterdammers werd pas jaren later duidelijk welke sporen dit bombardement en het verdwijnen van een bekende wereld had nagelaten. De oude binnenstad was weliswaar verdwenen, maar bleef deel van het collectieve geheugen, overgedragen door verhalen en herinneringen. Uit die verhalen sprak een soort heimwee. Het contrast tussen ‘romantisch verleden’ en heden leek steeds sterker. Ik kende de stad pas vanaf de jaren tachtig en negentig. Ik besloot die oude stad te gaan zoeken.”

Je ging op zoek naar de bestemmingen van het puin. Hoe heb je die zoektocht aangepakt?

“Een deel was bekend. Zo zijn Singels als de Schiekade gedempt met puin, dat weten de meeste mensen wel. Zo kon er een wegennetwerk worden aangelegd voor het snelverkeer. Maar er was vijf miljoen kubieke meter puin. Kun je het je voorstellen? Dat werd allemaal opgeslagen in enorme depots in en buiten de stad. Lang niet alles kon worden gebruikt voor het dempen in de stad zelf. Wat was er met de rest gebeurd? Ik ben eerst bij de gemeentelijke dienst monumenten langsgegaan, maar trof daar weinig info. Ook in het stadsarchief was er nauwelijks informatie over het puin. Ik ben via-via gaan zoeken. Via lokale historische genootschappen, verspreid over Nederland, kwam ik veel te weten.”

Overschie

Waar kwam je zoal terecht?

“In Steenwijk bijvoorbeeld. Daar is, diep in de bossen, een karrenspoor aangelegd met verbrande brokstukken. Het is inmiddels helemaal verscholen onder een bospad. Dat was ook het geval in de bossen bij Oisterwijk. Ik ben in Heerhugowaard terechtgekomen, in Hilversum en Leeuwarden, waar het vliegveld aangelegd is met het puin. Veel puin is met schepen afgevoerd naar plaatsen die aan het IJsselmeer liggen. Er zijn dijken mee aangelegd. In de Noordoostpolder bij Urk, om een voorbeeld te noemen, kennen ze de Rotterdamse Hoek. Maar er zijn ook hele wijken met flats mee gebouwd in Dordrecht, Hoek van Holland en bij Overschie. De Harreweg tussen Delft en Schiedam is ermee aangelegd.”

Nog meer dan over haar familiegeschiedenis, ging het project over de wijze van wederopbouw. “De door brand verwoeste binnenstad moest in eerste instantie worden geruimd – dat had prioriteit. In de weken die volgden ontwierp stadsarchitect Witteveen een nieuwe binnenstad die een synthese was tussen verleden en toekomst; het oude zeventiende-eeuwse stratenplan zou grotendeels gehandhaafd blijven, maar dan wel toegankelijker voor het verkeer. Vandaar het dempen van singels en grachten.”

Deze plannen gingen een invloedrijke club havenbaronnen en industriëlen niet ver genoeg (1). “Halverwege de oorlog verdwenen de plannen van Witteveen van het toneel en werden deze vervangen door een in functies opgedeelde binnenstad, zonder de ‘loden last’ van de geschiedenis.”

Steenwijk

Er heerste in die tijd een tendens om niet terug te kijken…

“Er was geen aandacht voor het trauma dat het bombardement teweegbracht. Al direct na de oorlog werd de wederopbouw aan de Rotterdammer gebracht met retoriek over het eigentijdse, vooruitstrevende, moderne Rotterdam. Er is toen ook een film gemaakt in opdracht van het gemeentebestuur en het Bureau Voorlichting en Publiciteit, en in een huis-aan-huis folder uit 1946 worden vooral de brede verkeerswegen en de zakelijke architectuur aangeprezen. De oude binnenstad wordt als chaotisch, vies en benauwd gekwalificeerd en de bevolking wordt aangeraden vooral geen sentimentele gevoelens over de oude stad te koesteren. Er werd letterlijk geadviseerd om herinneringen niet te laten hechten aan wat welbeschouwd tekortkomingen waren. Er werden nationale tentoonstellingen en manifestaties georganiseerd om de wederopbouw te begeleiden, in kranten wordt elke stap op weg naar herstel gevierd. Tot in de jaren zeventig werd wél 18 mei gevierd als de Wederopbouwdag, terwijl het bombardement zelf níet herdacht werd.”

‘Het was een surreële ervaring om op een afgelegen pad middenin de bossen bij Steenwijk brokstukken van een granieten keukenblok te vinden’

Moderner

Al voor het bombardement op de binnenstad op 14 mei 1940 had Rotterdam de ambitie een modernere stad te worden. Sinds de tweede helft van de negentiende eeuw was het aantal inwoners door de groei van de haven fors toegenomen. In de ogen van de stadsontwikkelaars paste de zeshonderd jaar oude binnenstad met zijn grachten en smalle steegjes niet goed meer bij de eisen van de moderne tijd. “Het bombardement bood, hoe cru ook, een uitgelezen kans dit probleem in een keer op te lossen. Na het bombardement werd het rampgebied in snel tempo geruimd. Circa 144 monumentale panden konden nog worden gered na het bombardement en de daaropvolgende vuurzee, maar deze monumenten werden daarna alsnog gesloopt omdat ze niet pasten in de nieuwe visie op de stad. Die houding is heel anders dan in andere steden die gebombardeerd zijn.”

Ondertussen waaierde de oude stad zich, geruisloos en ongemerkt, uit over het land. Hoe was het om die plekken te bezoeken?

“Samen met mensen van een lokaal historisch genootschap ben ik naar de plekken gegaan waar het puin nog aan de oppervlakte ligt. Dat gaf een zekere historische sensatie! Het was een surreële ervaring om op een afgelegen pad middenin de bossen bij Steenwijk brokstukken van een granieten keukenblok te vinden en door de hitte van de brand geblakerde en vervormde bakstenen en ornamenten. We hebben een aantal brokstukken opgegraven en meegenomen naar Rotterdam. Mijn project bestaat uit een serie foto’s, zowel van de brokstukken die ik opgroef als de landschappen waar ik het Rotterdamse puin aantrof.”

Het project begon met de geschiedenis van je moeder. Hoe heeft zij de ontdekkingen ervaren?

“Ook zij wist niets over de geschiedenis van het puin en ze vindt het heel mooi. Ik denk dat het voor oudere Rotterdammers ook belangrijk is te weten wat er met de oude binnenstad is gebeurd. Om überhaupt stil te staan bij die donkere dag. Als je de geschiedenis ontkent, blijft het als een fantoom rondzingen. Ik vond het mooi om puin als een metafoor terug naar de stad te brengen. Wij varen altijd op de Kralingse Plas, daar is ook puin gestort. Dat weten we nu.”

1. Zie voor meer over deze commissie en de wederopbouwplannen van Witteveen en Van Traa de column van Kees Vrijdag (Foutje, bedankt!) en het artikel Orde scheppen in de chaos: dat was het doel.

www.wederopbouwrotterdam.nl

Kralingse Plas