Rotterdammers maken Rotterdam

David Zee geeft de Chinese gemeenschap in Rotterdam een gezicht

Sander Grip Tekst
Chris Bonis Beeld

Hij zit aan een tafeltje op de stoep van Verhalenhuis Belvédère. Kopje koffie voor zich en een dikke Havana aan zijn lippen. Onder zijn donkerbruine designerhoed staat zijn haar strak in de brillantine. Blauw vest onder een donker colbert, de grijze broek nonchalant wijd vallend. Tot in de puntjes een heer. Dit is David Zee. Geen onbekende in het nachtelijke Rotterdam; hij zwaaide tien jaar lang de scepter in zijn jazz-latin cigar bar TinTin. Fenomeen onder rokend Rotterdam in de Mauritsstraat met uitzicht op de artiesteningang van de schouwburg.

Das war einmahl.

Nu geeft hij rondleidingen die starten bij dit huis vol verhalen. Logisch, want zijn verleden ligt hier. En das war nicht einmahl. Dat verleden is actueler dan ooit. Dat verleden vertelt het verhaal van de stad in ontwikkeling. Met de stuiptrekkingen die daarbij horen. Helaas.
Hij wenkt en stapt naar binnen. Bedachtzaam neemt hij een slok van zijn koffie en wijst op de foto in de eetzaal. Levensgroot is een understatement. Het beeld vult de hele muur van het verhalenhuis. In zijn ogen een zweem van weemoed. Maar bovenal trots. Na een paar minuten wijst hij. “Dat is mijn vader, Chinese Kees. En daar”, zijn vinger schuift een stukje naar links, “mijn opa. Een van de eerste Chinezen op de Kaap.”

Het verhaal van die Chinese Kees is er eentje voor de boeken. Dat schreef zijn zoon David dan ook. Niet zonder succes: het boek over zijn familie en de eerste China Town van het Europese vasteland is vertaald in het Chinees. “Het eerste Nederlandstalige boek dat ooit die eer te beurt valt”, vertelt hij vol trots als hij aan een tafeltje gaat zitten en begint te vertellen over zijn familie en over de Chinezen die al voor de Eerste Wereldoorlog voet aan wal zetten in Rotterdam.

Puzzelstukjes
Eerst dat boek. David verzamelt al vanaf zijn zestiende verhalen over De Kaap. Bij zijn oudtante thuis gingen de familieverhalen over tafel. Hij vond ze prachtig en wilde ze vooral niet vergeten. “Ik ging ze opschrijven en op mijn achttiende wist ik: hier ga ik ooit een boek van maken.” Lang is dat bij een idee gebleven. Maar David is inmiddels vader van een volwassen dochter en hij wil de verhalen doorgeven aan haar. Dat maakt nog steeds geen boek. Het laatste stukje van de puzzel die hij nodig had om het archief in te duiken en al zijn aantekeningen te structureren, kwam in dit verhalenhuis. “Ik ben in 2011 vanuit dit huis rondleidingen gaan geven op De Kaap. Daarbij bleek hoe hongerig mensen zijn naar verhalen over de Chinese gemeenschap hier.”

Liverpool en de Grote Oorlog
Het bijzondere aan zijn familiegeschiedenis is de verwevenheid ervan met de vroegste migranten uit China die zich hier vestigden. “In 1911 was er een grote havenstaking in Rotterdam, Amsterdam en Antwerpen. De havenbaronnen vonden dat uitermate vervelend. Ze hebben een groep van zeventig Chinezen de stad in gesmokkeld en hier op Katendrecht gehuisvest. Een paar dagen later zaten die mannen op de vaart om de stakingen te breken.”
In het kielzog van deze arbeiders maakte een Chinees uit Liverpool de oversteek naar Rotterdam. Hij opende een sigarenwinkeltje met een telex om te kijken of hij zijn landgenoten ook voor de rederij van zijn familie in Engeland kon laten werken. Al snel opende hij een boarding house voor Chinese zeelui en bood hen zo een vaste verblijfplaats op De Kaap.
De Chinese gemeenschap op De Kaap groeit snel, zeker als zij in de Grote Oorlog belangrijk worden om de scheepvaart operationeel te houden. David: “Die Europeanen waren bezig met hun oorlog en de Chinezen konden de handelsschepen bemannen. In 1914 waren er achtduizend Chinezen actief, aan het eind van de oorlog veertigduizend.”

Torpedo
De Chinese wijk in Rotterdam was de eerste echte China Town met meer dan zestig zeemanshotels, winkels en verenigingen die allemaal op de Chinese gemeenschap geënt waren. “Het zag er hier echt uit alsof je in China was. Mijn grootvader maakte onderdeel uit van de eerste groep Chinezen die zich hier vestigden. Hij voer voor de Hamburg-Amerikalijn. In 1912 zette hij voor het eerst voet aan wal op De Kaap en maakte kennis met de gemeenschap die hier voorzichtig aan het ontstaan was. Tijdens de Eerste Wereldoorlog voer hij voor een Engelse rederij en tot twee keer toe zat hij op een schip dat getorpedeerd werd. Beide keren overleefde hij en na de oorlog koos hij ervoor zijn geluk te beproeven in Rotterdam. Hier kon hij een goed leven opbouwen.”

Verboden
Toch was het geen gemakkelijke tijd, weet David uit overlevering. “Mijn opa was een ondernemende man, hij was kok en hij was lid van een Chinese sociëteit. Als in 1922 het eerste Chinese restaurant van Nederland opent op De Kaap, Chong Kok Low, wordt mijn opa er aangenomen in de keuken. Al vrij snel krijgt hij ook een relatie met mijn grootmoeder, een Nederlandse. Als zij zwanger wordt, wil het stel gaan trouwen. Maar dat wordt verboden door de overheid. De minister van Justitie, meneer Donner, vond het geen goed idee dat Nederlandse meisjes trouwden met dat Aziatische ongedierte. Mijn woorden, maar dat was wel degelijk de houding in die tijd. Ze hebben toch doorgezet, al kostte het mijn grootmoeder haar Nederlandse staatsburgerschap. Dat werd haar ontnomen. Die pijnlijke situatie gold voor meer stellen op De Kaap. Er waren iets van 120 interraciale relaties, maar er zijn maar 21 van hen getrouwd. Je moest nogal volhardend zijn om hier dat goede leven op te kunnen bouwen.”

Het kan nog gekker. Want na het afnemen van het staatsburgerschap, krijgt opa Zee op het stadhuis te horen dat zijn eerste kindje een Nederlandse naam moet krijgen. “De ambtenaar was helder: ‘Nee meneer. We zijn in Nederland, dus we gaan hier geen Chinese namen doen. Het werd William, mijn oom. Ook hun tweede kind, mijn vader, mocht geen Chinese naam krijgen. Hij werd Kees genoemd. Pas bij hun derde kind werd een Chinese naam geaccepteerd. Hoe bizar. En ik kan niet achterhalen wat de reden ervan geweest is, anders dus dan een afkeer van Chinezen. Zelfs bij de gastarbeiders die in de jaren 60 naar Nederland komen, is het verhaal: liever geen Chinezen.”

Reputatie
Intussen gaat de gemeenschap onderling heel goed met elkaar, ongeacht de afkomst. “Ik weet nog dat alle kinderen met elkaar speelden en we kwamen allemaal bij elkaar over de vloer. Hoewel het idee altijd is dat De Kaap een heel gesloten gemeenschap was, ervaarden wij dat zelf niet zo. Voor ons was iedereen gelijk en de sociale cohesie was hoog.”
En ja, De Kaap had een reputatie. China Town en hoerenbuurt. In de Tweede Wereldoorlog mochten de manschappen van de bezetter er niet komen, bang dat soldaten geslachtsziekten zouden oplopen en niet meer konden vechten. David lacht: “De zwarthandelaren waren de koning te rijk, want dit werd een soort vrijstaat waar alles kon. Er werd in 1941 zelfs een jazzclub geopend waar Afro-Surinaamse muzikanten optraden. Hier zaten overal Joodse onderduikers en zelfs een paar Engelse piloten zaten hier verscholen. En iedereen wist dat. Je zorgde voor elkaar en hield de overheid en ook de bezetter buiten de deur.”

Stokjes en verstoppertje
Zelf is David ook op De Kaap geboren. Zijn opa overlijdt als hij een jaar of zeven is. “Mijn vader is in 1926 geboren en hij heeft heel veel zelf meegemaakt en wist hoe het hier aan toe ging. Veel verhalen heb ik van hem. Mijn vader ging naar het Chinese gokhuis Hap Ji om mahjong of pai kau te spelen en ik mocht soms mee. Via hem heb ik veel meegekregen van de Chinese cultuur op De Kaap. Dat is een rijke jeugd geweest voor mij. Ik kreeg een inkijkje in alle kanten van de samenleving. Thuis at ik met stokjes, op straat speelde ik verstoppertje. Voor mij en voor iedereen die hier woonde, was dat de normaalste zaak van de wereld.”
Het meest bijzondere van zijn jeugd, vindt David die smeltkroes. Terwijl de Chinese gemeenschap zo tegengewerkt werd door officiële instanties, was er van segregatie in de wijk geen sprake. “Daarnaast herinner ik me vooral de geluiden en de geuren. De kruiden die in de lucht hingen en het tikken van mahjongstenen dat uit openstaande ramen naar je toe kwamen zweven. Dat was De Kaap.”

Honger
Het verhaal van zijn familie moest verteld worden. “Dat is ook het verhaal van de gemeenschap. De schaamteloze rassenhaat en discriminatie van de overheid schokt mensen altijd als ik het vertel op mijn rondleidingen. Het is een onbekend stukje uit onze geschiedenis. En de hechtheid waarom de Chinese gemeenschap zo geroemd wordt, was voor een deel pure noodzaak. Ze waren op zichzelf aangewezen en hoefden geen uitgestoken hand van de overheid te verwachten. In de crisisjaren na de beurskrach van 1929 werden de zeelui ontslagen en aan hun lot overgelaten in zeemanshuizen op De Kaap. Tientallen van hen zijn omgekomen van de honger.
Dit is trouwens de tijd dat de pindachinees opkomt. Mannen die in de crisisjaren wat geld probeerden te verdienen door blokken pinda’s met karamel te verkopen. Tot de overheid er een stokje voor stak. Bedelen was de officiële reden, maar wat gebeurde? Die pindachinezen verspreidden zich door het hele land en dat was tegen het zere been van de regering. Zolang ze op De Kaap pinda’s verkochten, was het zo erg nog niet. De overheid had het over ‘de Chinezenproblematiek’, spionnen waren het en viezeriken.”

Tegenwerking en volharding; dat is het verhaal van de Chinezen op de Kaap en in Nederland. David legde het vast in zijn boek Chinese Kees, vernoemd naar zijn vader en boordevol prachtige verhalen van De Kaap. Een schat aan onbekende informatie. En daar is vraag naar, zelfs in China. Het is als eerste oorspronkelijk Nederlandstalige boek vertaald in het Chinees.
David glimlacht. Dat zijn familieverhaal bijdraagt aan de bekendheid van de Chinese gemeenschap in Nederland en van de tegenwerking die zij lange tijd ondervonden, maakt hem trots: “Dit is onderdeel van de stad, van de ontwikkeling die Rotterdam doorgemaakt heeft om te worden wat het nu is. En ik vind dat een beetje eerherstel voor de Chinese pioniers die op De Kaap neerstreken daarbij wel op zijn plaats is.”