Overlast is er in vele vormen; zeker in een grote stad. En wie overlast zegt, zegt al snel dakloosheid en drugs. Natuurlijk is dat vervelend. Natuurlijk is het ingewikkeld als je ’s avonds thuiskomt en er ligt iemand in je portiek te snurken. En nee, het is niet fijn als er opgeschoten schoften op de hoek van je straat staan of in hun ronkende auto met gedoofde lichten op een parkeerplaats vertoeven, wachtend op hun klanten. Maar het is ook best makkelijk om met de beschuldigende vinger te wijzen en over te gaan tot je eigen orde van de dag en boos te zijn als een ander de boel niet regelt voor je.
Gelukkig zijn er ook genoeg mensen in de stad die zich de problematiek aantrekken en die er met genuanceerde blik naar durven en willen kijken. Omdat het uiteindelijk om mensen gaat, aan beide kanten van het probleem. En omdat die mensen recht hebben op een menswaardige behandeling. Annie Verdoold, Inez Basten-Poppe en Marianne van den Anker zijn voorbeelden van stadgenoten die de blik niet grommend van boosheid afwenden, maar de koe bij de hoorns vatten en denken in oplossingen.
‘Ik ben een leeuwin als het om mijn kinderen en omgeving gaat’
De naam Annie Verdoold is onlosmakelijk verbonden met de wijk Spangen. Wat begon in een hectische periode waarin het drugstoerisme een grote rol speelde in haar leven, groeide uit tot een langdurige betrokkenheid bij de wijk en haar mensen. De activiste draaide nergens haar hand voor om; ze organiseerde bewonersbijeenkomsten, zorgde met pandje 34 voor dakloze drugsverslaafden, trok het hele land door om op de barricaden te staan, zat aan tafel bij Het Lagerhuis en werd zelfs Rotterdammer van het jaar.
“Het begon allemaal in de jaren 90. Spangen was een wijk met veel dichtgetimmerde panden. Die werden gebruikt door drugsverslaafden en dealers en zij trokken Franse drugstoeristen aan die door drugsrunners vanaf de snelweg naar de drugspanden werden geleid”, vertelt Annie aan haar keukentafel. “Mijn zoontje was een jaar of vijf en kwam op een dag thuis met een naald. Toen was voor mij de maat vol. Kinderen moeten veilig kunnen spelen op straat. Dit kon zo niet langer. Met een groep bewoners sloegen we de handen ineen om een einde te maken aan het Franse drugstoerisme in onze wijk. We stonden vaak met veertig man onder de brug om runners op te wachten en waren burgerlijk ongehoorzaam om de politiek duidelijk te maken dat het zo niet langer kon. We wilden onze wijk leefbaar houden voor onszelf en de volgende generaties. Ik ben een leeuwin als het om mijn kinderen en mijn omgeving gaat. Samen met de politie en de deelgemeente namen we pandje 34, schuin aan de overkant, in beheer. Elf jaar lang woonden hier 21 dakloze drugsverslaafden. Ze konden hier eten, drinken en douchen én er was sociale controle vanuit de wijk. Daarnaast hadden we allerlei ludieke acties die vaak de media haalden.”
Annie werd in die jaren een publiek persoon en woordvoerder van de getergde bewoners. Ze werd zelfs geïnterviewd door CNN en was een aantal jaren vaste deelneemster van het tv-programma Het Lagerhuis. “Ik vond het totaal niet eng om voor de camera te staan en wilde het drugsprobleem zichtbaar maken. Ik geloof nog steeds dat kleine initiatieven in diverse Rotterdamse wijken het verschil maken. De buurtbewoners zijn de ogen en oren; neem ze serieus. Dat deed burgemeester Bram Peper gelukkig ook in die tijd. Hij kwam zelfs bij me op de koffie en samen met de politie en bewonersverenigingen zochten we naar oplossingen.”
Nog steeds woont Annie in haar geliefde Spangen. “De laatste jaren ben ik vooral druk met Annie’s Eetclub. Er komen tussen de 38 en 45 alleenstaande ouderen twee keer per week bij me eten. Voor 2,50 euro maak ik een driegangenmenu en organiseer ik haring-, bier- en hoedenfeesten. Het is goud om die blije gezichten te zien en iets te kunnen betekenen voor een ander. Dat zit nou eenmaal in mijn bloed. De ouderen zitten in mijn hart, maar het meest trots ben ik op mijn kinderen. Drie dingen heb ik ze op het hart gedrukt; verraad niemand, laat je vrienden niet in de steek en lieg niet!”
‘We waren vaak burgerlijk ongehoorzaam om de politiek duidelijk te maken dat het zo niet langer kon’
‘Een eigen sleutel is geen luxe, maar het begin van waardigheid’
“Iedereen verdient dezelfde waardigheid, ongeacht waar je slaapt”, vindt CVD-directeur-bestuurder Inez Basten-Poppe. Binnen CVD begon ze in de praktijk, groeide door tot bestuurder en leerde in de afgelopen twintig jaar alle kneepjes van het vak. Haar hart gaat sneller kloppen van het ondersteunen van mensen die buiten het systeem zijn geraakt. Ze vernieuwde de aanpak van opvang en wonen voor kwetsbare Rotterdammers, stuurt nog altijd op menselijkheid én resultaat en werd in 2025 Zakenvrouw van het Jaar.
CVD biedt opvang, wonen en begeleiding voor mensen zonder stabiele woonplek, variërend van maatschappelijke opvang tot beschermd wonen. “Wat mijn werk zo bijzonder maakt, is het contact met mensen. Mijn eigen medewerkers, de cliëntenraad, de gemeente en uiteraard de mensen op straat”, vertelt Inez in haar kantoor aan de Westblaak. “CVD heeft ruim twintig opvang- en woonlocaties in de stad. Ik ben daar regelmatig, niet om te zenden, maar juist om te luisteren. Zo hoor en zie ik wat er speelt in de verschillende wijken en neem ik die signalen mee naar overleg met opdrachtgevers, waaronder de gemeente. Wat gebeurt er? Wat is er nodig? Wat moet er veranderen? En ook vanuit mijn actieve cliëntenraad krijg ik waardevolle, vaak ongevraagde adviezen die ons werk sterker maken. Zij zijn de extra ogen en oren op de werkvloer.”
Room First
“Voor de komende vijf jaar hebben we onze koers scherp gezet. En dat hebben we bewust niet uitgezet bij een extern bureau, maar dat doen we intern, samen met de collega’s. Het ‘probleem’ is van iedereen en daarom willen we nog beter samenwerken in de wijk, met welzijn, wijkteams, GGZ en andere instanties, zodat we ons werk slimmer organiseren en met hetzelfde geld meer kunnen betekenen voor onze cliënten. Ik maak me al jaren hard voor Room First, het alternatief voor opvang. Een hoopvol concept waarbij alle dakloze mensen een eigen kamer krijgen, in combinatie met begeleiding om ervoor te zorgen dat zij binnen drie maanden zelfstandig kunnen wonen.Nu zie je nog dat veel cliënten op meerpersoons-kamers of slaapzalen liggen, wat het herstel niet ten goede komt. Een eigen sleutel is geen overbodige luxe, maar een vorm van waardigheid. Wie mee wil bouwen aan een inclusieve stad, kan deze groep niet blijven negeren.”
Zichtbare zakenvrouw
Het afgelopen jaar werd Inez voorgedragen als Zakenvrouw van het Jaar. Naast erkenning ook een podium om haar werk zichtbaar te maken. “Daar moest ik echt even over nadenken. Tot mijn man zei; ‘Je wilt toch dat je werk en je cliënten zichtbaar worden? Dat ze meedoen in de maatschappij? Dit is je kans om je verhaal te vertellen!’ Ik ben over mijn eigen schaduw gestapt en wat vond ik het leuk om over ons werk te vertellen. Waar anderen wegkijken, blijven wij kijken naar de mens achter de dakloosheid.”
‘Wie mee wil bouwen aan een inclusieve stad, kan deze groep niet blijven negeren’
‘Samen maken we onze stad’
Voordat Marianne van den Anker ombudsman van Rotterdam (ORR) werd, werkte ze jarenlang op het snijvlak van veiligheid, bestuur en sociale vraagstukken. Ze was onder meer wethouder in Rotterdam, schreef boeken, deed onderzoek en hield zich bezig met thema’s als criminaliteit, zorg en overlast. Die rugzak aan ervaring neemt ze mee in haar huidige rol.
“Als onafhankelijke en onpartijdige toezichthouder kijk ik door mijn eigen ombudsbril: wat mogen inwoners en ondernemers van zowel de gemeente als de landelijke overheid verwachten? Met een enthousiast team van 25 mensen zorgen we ervoor dat alle inwoners van Rotterdam zich gehoord en gezien voelen. We nemen hun meldingen en klachten serieus, nemen en houden er zicht op dat de diverse instanties er daadwerkelijk iets mee doen. Momenteel staan we op een kruispunt, want onze democratie staat onder druk. ‘Zijn we nog op tijd?’ Van die vraag kan ik ’s nachts wakker liggen. De rechtstaat is namelijk niet voor iedereen toegankelijk. Daarnaast heeft het toeslagenschandaal erin gehakt en het vertrouwen in de politiek is naar het nulpunt gedaald.”
Zimmen
Bij de ORR vinden ze participatie een verwarrend woord, daarom spreken zij liever over zimmen. Dit nieuwe werkwoord is ontstaan uit de samenvoeging van de woorden zeggenschap, inspraak, meepraten en meebeslissen. “Ik sta op voor mensen die zelf verantwoordelijkheid nemen, initiatief tonen en hun buurt, stad of samenleving vooruit willen helpen. Initiatiefnemers die met hart en ziel bouwen aan de gemeenschap, vaak op plekken waar beleid en systemen tekortschieten. Juist hun energie wil ik beschermen, want als we deze mensen kwijtraken, omdat ze vastlopen in een systeem dat hen niet waardeert, begrijpt of ondersteunt, dan staat de overheid er alleen voor. Het is mijn vurige hoop dat de overheid meegaat in de transitie om het anders te doen.”
Gouden R
“We streven ernaar dat de groene R van de gemeente een gouden R gaat worden, net als de gele M die iedereen kent. Dat de inwoners weer geloven in de gemeente en erop vertrouwen dat ze waarmaakt wat ze belooft. Gelukkig is het niet alleen maar negatief en hebben we ook al glans, glansjes en doorbraken met elkaar bereikt de afgelopen jaren. Glans verwijst naar situaties waarin klachten succesvol zijn opgelost en we tot een bevredigend resultaat zijn gekomen. Glansjes zijn gevallen waarbij een volledige oplossing uitbleef, maar waarin wel wederzijds begrip is ontstaan tussen de overheid en inwoners of ondernemers. En we hebben echte doorbraken en doorbraken in wording. Klachten die hebben geleid tot waardevolle inzichten en hebben geresulteerd in beleidsaanpassingen of verbeteringen in de werkwijze. Een voorbeeld van een grote doorbraak was het proces automatische toekenning. Ik ben onwijs trots dat we daarin voorlopen.”
“Iedere dag ga ik met veel plezier naar mijn werk en we blijven niet alleen binnen, maar gaan juist met de Ombulance de boer op. De wijken in, om persoonlijk contact met inwoners te maken. Te horen, te zien en te voelen wat er leeft. En daarnaast organiseren we nog meer ludieke acties. We hebben samen met het Markttheater een voorstelling gemaakt over dakloosheid. Het prachtige lied daaruit ontstaan, online te beluisteren, met een Gers!-twist: ‘Rotterdam houd je nog wel van mij’ treft je recht in het hart. Zelfs de daklozen bij de Pauluskerk waren diep geraakt en moesten huilen. Ja, dan sta ik ook te janken. Samen maken we onze stad.”
‘Ik sta op voor mensen die zelf verantwoordelijkheid nemen en initiatief tonen’