Rotterdammers maken Rotterdam

Ik zou het voor geen prijs willen missen

Sander Grip Tekst
Marieke Odekerken Beeld

Een vitale oude dag. Het wordt steeds belangrijker, mede om de kosten voor gezondheidszorg in de hand te houden. Hoewel die zorg nog altijd goed geregeld is, staat ze wel onder druk. Daarom is er steeds meer nadruk op zelfregulering, actie ondernemen om je zorgbehoefte zo lang mogelijk uit te stellen. En wie het nuttige met het aangename wil verenigen, kan lekker fitnessen. Tot op zéér hoge leeftijd, blijkt bij sportclub De Uitweg, waar de koningin en de burgemeester van het Kleiwegkwartier twee keer in de week komen gymmen.

“Daar ga je!”, roept iemand over tafel terwijl hij een taartje in zijn mond stopt. Het stralende mikpunt van deze felicitatie, een Rotterdamse verbastering van de Jiddische toast le-chaim, is Jan Dorst, die 87 jaar geworden is. Thuis viert hij het niet, geen zin in gedoe, meldt hij, maar in de gym staat hij er graag bij stil met zijn sportmaatjes. En dan te bedenken dat Jan nog niet eens de oudste deelnemer is van de seniorenfitness die twee keer in de week georganiseerd wordt. Als dat ter sprake komt, is iedereen aan tafel er als de kippen bij om het hem in te wrijven: “Ja, Jan. Je was altijd de oudste, maar sinds Els er is, ben je afgetroefd!”
Want Els Paling-Pegels is 92 en still going strong. Ze kwam voor de valpreventie, een initiatief vanuit de gemeente om ouderen letterlijk langer op de been te houden. Ze vond het zo gezellig, dat ze bij sportschooleigenaar Kevin Curiel informeerde of die fonkelende toestellen voor haar ook een idee konden zijn?
“Tuurlijk”, zei Kevin vol vuur en dus meldde Els zich eind 2025 aan voor een lekker potje fitness. Twee keer in de week gaat ze met haar rollator naar de gym en ze trekt en sjort aan alle toestellen: “Ik voel echt al verbetering”, stelt ze enthousiast, terwijl ze een hap taart aanprikt met haar vorkje. “Ik had denk ik al sinds 1966 niet meer gesport,maar ik heb twee jaar geleden mijn biceps gescheurd en sindsdien kan ik mijn arm niet goed meer omhoog krijgen. Dat maakte me nogal onzeker, dus ik vond het fijn om weer wat te gaan sporten. En ik voel nu al dat ik weer sterker word.”

Rotterdam seniorenfitness
Rotterdam seniorenfitness

“Het is ongelofelijk. Ze doet overal aan mee. Ik vind het fantastisch”, stelt Jan, die wel even chagrijnig was toen hij zijn status als groepsoudste verloor, maar nu zijn eigen leeftijd voor het gemak maar even lijkt te vergeten. “Ik ben zeven of acht jaar geleden begonnen”, meldt hij, terwijl hij naar Mieke wijst, die de sportschool uit schuifelt: “Kijk dan, Mieke heeft haast”, grapt hij. “Ik vind het geweldig. En de groep is ook zo leuk. We hebben veel lol met elkaar en je blijft lekker bezig. Sommigen zijn hier al zo lang… Jannie en Marijke zitten al meer dan dertig jaar bij deze sportschool. Ik zou het voor geen prijs willen missen. Beetje sporten, lekker ouwehoeren met elkaar. Ik vind het gewoon leuk.”

Opstap

Het geheim? Het sociale naast het samen sporten, is Kevin overtuigd: “Het is zoveel meer dan alleen dat rondje in de sportschool. Ze drinken een bakkie na afloop, ze hebben een appgroep en buiten het sporten om zien ze elkaar ook af en toe.”
Kevin vervolgt: “We hebben met onder andere Gro-Up een project opgezet om iets te betekenen voor de ouderen in de wijk, onder de naam Samen Gezond. We hebben thema’s bedacht voor workshops, zoals over voeding, over gezondheid en spieren, beweegangst en over valpreventie. Vanuit Gro-Up vroegen ze ons vervolgens of wij een vaste locatie wilden worden voor valpreventielessen. Ik was direct enthousiast, want ik vind het belangrijk dat we de ouderen in de buurt helpen zo goed mogelijk ter been te blijven.”
Deze lessen zijn voor veel sportbeluste buurtgenoten op leeftijd een opstap naar de vaste dagen dat er seniorenfitness gegeven wordt. Kevin: “En het mooie is dat je bij iedereen vooruitgang ziet. Zie je Wil daar”, hij wijst naar een sportief geklede dame die, kaarsrecht gezeten met een kop koffie in haar hand, het hoogste woord heeft aan tafel. “Ik zie haar nu bijna rennen over de Kleiweg. Toen ze voor het eerst kwam, was ze onzeker en instabiel.” Jan breekt in: “Als je haar nu op die fiets ziet klimmen, ik vind het geweldig.” Kevin pakt het weer op: “Ze maakt sprongen in haar conditie en houding. En Els ook. Waar ze eerst nog voorzichtig was, zie ik haar groeien op de toestellen.”
Jan neemt een slok van zijn koffie en breekt weer in: “Ik ben ervan overtuigd dat het goed is, ook als je ouder wordt, om in beweging te blijven. Kijk nou”, en hij wijst nog maar eens naar Els: “Ze is 92 en zie haar zitten! Als je mensen van nog geen 70 jaar als een wrak over de Kleiweg ziet tobben, denk ik: jezusmina, doe toch iets! Dan zie ik Els twee keer in de week op alle machines en de hele rotzooi. Je kan echt een heleboel aan jezelf doen, dat weet ik zeker.”
Hij schuift naar het puntje van zijn stoel: “Alleen met die vreselijke gladheid kom ik niet. Als je op je plaat gaat en je breekt een been, of erger, je heup… dan kun je het wel vergeten. Dat risico ga ik niet lopen.” Els is het roerend met hem eens: “Dan kom ik ook niet, hoor.” Kevin glimt bij het enthousiaste gekir van Els en Jan. Dan vult hij aan, serieus: “Als je zo actief blijft als deze twee, dan word je zoveel zekerder in je bewegen en in je doen en laten. Dat is ook een enorme boost voor je sociale leven. Ik zie ze opfleuren, ze worden sterker en vitaler, ik zie dat ze langer zelfstandig kunnen blijven leven in de wijk.”

‘Als ik mensen van nog geen 70 jaar over de Kleiweg zie tobben, denk ik: jezusmina, doe toch iets!’

Wegwerpgebaar

Jan en Els zijn uithangborden van de woorden van Kevin. Ze genieten met volle teugen van de gym en van de groep vrienden die ze hier gevonden hebben. Op de vraag of hij er ooit mee zou stoppen, kijkt Jan verontwaardigd en antwoordt simpel: “Je gaat toch niet vloeken?! Ik heb in 2019 vier tia’s gehad. Kon niet meer praten of lopen. Ik heb me er doorheen gevochten en ben weer gaan sporten. Nee, ik blijf komen tot ik doodga.”
Jan wordt wel de burgemeester genoemd; hij woont al 81 jaar in het Kleiwegkwartier. “Kijk”, wijst hij naar een oude zwart-witfoto op zijn mobieltje. Een klein jongetje staat naast een sikkeneurig kijkende bok met een tuigje om. “Dat ben ik; met mijn bokje ging ik schillen ophalen in de wijk. Voor het vee op onze boerderij. Zo lang woon ik hier al.”
Ook Els woont al 66 jaar in de buurt; zij staat bekend als de koningin van de Hoofdlaan. Jan roept uit: “Dan ben je zowat mijn buurvrouw! Ik woon net over de spoorweg, secundair tegenover de schapen! Ik dacht dat je uit de richting van Kralingen kwam.” Els kijkt zogenaamd verontwaardigd: “Omdat ik zo deftig ben, zeker? Doe niet zo gek!”
Samen schieten ze in de lach en ze richten zich weer op hun taartjes. Als hij weer op adem gekomen is, spreekt Jan nogmaals vol bewondering over Els: “Ik geniet van haar als ik haar zo bezig zie, joh, dat ze nog zo kan sporten op haar leeftijd. Ik vind het prachtig.” “Alsof je zelf zo jong bent”, maakt Els een wegwerpgebaar en voegt er tot slot sarcastisch aan toe: “Nou, ik geniet van niemand, want ik zie het niet meer.” En met die woorden breken de oudjes op en keren ze huiswaarts. Morgen spierpijn? “Ben je mal”, roepen ze over hun schouder. “Donderdag staan we hier weer. Zo fris als een hoentje.”