Ditta Terpstra is een vrouw met een missie: kinderen in haar buurt een goede start in het leven geven door ze te helpen in hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Met haar stichting Goud in de Buurt ontplooit ze van alles en nog wat. En elke keer ziet ze hoe ontvankelijk kinderen zijn voor nieuwe dingen.
Ditta woont in het Nieuwe Westen. Een kinderrijke wijk waar de kleintjes zomer en winter tot vrij laat in de avond op straat spelen. “De is straat is hun speelplek.” Wat ze ook ziet: kinderen moeten vaak overleven. Thuis, op school, op straat, overal gelden andere regels en vaak zijn ze hiermee onbekend. “Thuis geldt er een andere werkelijkheid dan op straat en op school. Zij gebruiken hun leervermogen dus voor een groot deel om te leren overleven, waardoor ze minder ruimte hebben om zich te ontwikkelen.”
Al snel beseft Ditta dat er nog een probleem meespeelt: bibliotheken. De meeste buurtbibliotheken zijn wegbezuinigd. Eeuwig zonde, vindt ze, want: “De bibliotheek is dé plek waar je toegang hebt tot fantasie, kennis en verrijking van je blik op de wereld.” Wie daarvan verstoken is, leeft pas echt in armoede, want hoe belangrijk boeken kunnen zijn, weet ze uit eigen ervaring: “Ik ben in Paramaribo opgegroeid. Toen wij naar Rotterdam kwamen, hoorde ik wel bij de dominante cultuur qua huidskleur, maar niet qua opvoeding. Ik voelde me vervreemd, kon me lastig aanpassen en werd gepest op school.
Toen gaf mijn moeder me een boek: Kon hesi baka. ‘Kom snel terug’, in het Sranantongo. Het boek gaat over een meisje dat vlak voor de onafhankelijkheid van Suriname naar Nederland komt om herenigd te worden met haar moeder en er niet kan aarden. Haar oma schrijft haar lange brieven die ze eindigt met Kon hesi baka. Dat raakte me enorm, omdat ik me herkende in de hoofdpersoon. Dat is zo’n enorme steun geweest. Dat gun ik andere kinderen ook.”
Handreikingen
Wat Ditta al vroeg zag: taal is de basis. Wie de taal niet goed beheerst, kan niet goed meekomen. En wie de taal wél beheerst, heeft een belangrijke sleutel in handen. Via taal kun je de wereld leren begrijpen. En dus start ze een buurtbibliotheek, haar eerste handreiking naar haar buurt.
Mensen verklaarden haar voor gek; zo’n onbewaakt kastje zou toch zo gesloopt worden in deze buurt? Ze trekt zich niks aan van de scepsis en ze zet door. Ze steekt veel energie in het kastje en inmiddels loopt het als een malle. Vandalisme is er nog nooit geweest. Fier staat het kastje naast het Nozepandje in de Nozemanstraat.
Dat kastje alleen voelt echter te minimaal; ze wil de boeken zélf waarde geven. En dus gaat ze samen met een Surinaamse buurvrouw voorlezen in de buurthuiskamer: “Wie eenmaal verhalen hoort, wordt vanzelf in die fantasiewereld gezogen.”
Ze ziet hoe populair de voorleesmomenten zijn bij de kinderen en dat zet haar aan het denken: kan ze op nog meer vlakken iets betekenen? Zijn er nog meer handreikingen naar de jeugd in haar buurt te bedenken die hen helpen zich staande te leren houden? Na meer dan drie jaar met de kinderen werken aan groei en ontwikkeling, kan Ditta met hulp van anderen eind 2024 de stichting Goud in de Buurt oprichten. Hiermee focust ze op sociaal-emotionele ontwikkeling van buurtgenootjes via activiteiten die focussen op lezen, natuur en muziek. “Zo stimuleer je de hersenen op een andere manier dan op straat of op school. Door anders te leren observeren ga je makkelijker sociale contacten aan, kun je meer in je hoofd opnemen.”
Regenwormen in compost
Een van de activiteiten die Ditta oppakt, is bezoekjes brengen aan educatieve tuin Vreelust. “Hun les over kleine beestjes is geweldig. Ik noemde het zelf Groene Vingers, omdat ik weet dat de kinderen ontzettend bang zijn voor kleine beestjes. Ze raken al in paniek als ze een lieveheersbeestje op de buurtbieb zien. Op weg naar de eerste les zagen ze een spin en vlogen ze alle kanten op, dus ik hield m’n hart vast voor hoe het in de les zou gaan. In de tuin kregen Lieke en Jos, twee medewerkers daar, hen zover dat ze na vijf minuten al met grote interesse insecten en regenwormen gingen bekijken in compost. Inmiddels ben ik al vaker op Vreelust geweest met de kinderen en elke keer gaat het zo. Ik zie de kinderen opbloeien in de natuur.”
Haar stichting krijgt een aantal giften waarmee Ditta probeert haar aanbod verder uit te breiden. Zo heeft ze een eigen natuurprogramma gemaakt en met kinderen uit de buurt wil ze verhoogde moestuinbakken plaatsen. “Leren door te ervaren, dan verankert kennis het beste. Dat is beter dan uit een boek leren of naar een volwassene luisteren. Het mooie van tuinieren is dat ze ook leren dat niet alles direct perfect hoeft te zijn.” Want dat is vaak een loden last, weet Ditta zelf. “De moeder van mijn vader is Oostenrijkse, wat in de jaren na de Tweede Wereldoorlog heel moeilijk was. Mijn vader voelde een enorme druk om te presteren, omdat zijn ouders dag en nacht werkten om hem te kunnen laten studeren. En ik zie bij de kinderen in de buurt iets soortgelijks: het gevoel dat ze geen fouten mogen maken. Van huis uit krijgen ze de druk mee héél goed te presteren op school. Dat is een zware last. Dan is het heel fijn om te ontdekken dat fouten maken mag. Met tuinieren ervaar je dat je verkeerd kunt beginnen en tóch een mooi resultaat kunt halen: iets dat je kunt opeten.”
‘Ik ben echt geen psycholoog. Ik probeer alleen te laten zien hoe je met elkaar kunt zoeken naar oplossingen en hoe je elkaar kunt helpen’
Of het nu gaat om een potje voetballen in het Heemraadpark of een geveltuintje in de straat, Ditta kijkt om zich heen, raakt geïnspireerd, hoort van de kinderen waar ze behoefte aan hebben en gaat op basis van die inspiratie met ze aan de slag. En als een kind bang blijkt voor een worm in het geveltuintje, dan gaat ze er met dat kind naast zitten en vertelt ze over het beestje. “Binnen de kortste keren zitten ze die worm te aaien. Dan zie ik hoe ontvankelijk kinderen zijn voor nieuwe dingen.”
Stotteren
Ditta straalt als ze vertelt over de kinderen in haar buurt en de manier waarop ze hen veerkrachtig maakt in een drukke stad. “Het is ontstaan uit mijn verlangen te zorgen dat iedereen het gevoel heeft dat ze hier een rechtmatige plek hebben. En ja, dat komt voort uit mijn eigen emotie, er niet bij te horen toen wij net in Nederland kwamen. Ik heb overlevingsstrategieën ontwikkeld waarmee ik snel kan inschatten waar de behoeften van anderen liggen. Ik heb dat dertig jaar lang gebruikt om tv-programma’s en documentaires te maken. Nu zet ik het in voor mijn eigen buurt. En daarmee kan ik véél meer impact maken dan met die programma’s op tv.”
Voorbeelden te over. Neem het jongetje van zes dat zo erg stotterde dat niemand hem kon verstaan. “Na een half jaar kwam zijn zus langs en zei: “Ik kom toch eens kijken wat je doet, want we hebben een heel ander kind thuis dan een half jaar geleden. Hij komt nog steeds elke week en doet altijd intensief mee. Hij heeft vriendjes, niemand heeft moeite hem te verstaan, hij schreeuwt aanwijzingen op het voetbalveld. Dát is echte impact.”
Ze raakt geëmotioneerd als ze aan dit soort voorbeelden denkt. “Ik ben echt geen psycholoog. Ik probeer alleen te laten zien hoe je met elkaar kunt zoeken naar oplossingen en hoe je elkaar kunt helpen. Ik kan ze ook niet mijn oplossingen geven, want ik ben van een heel andere leeftijd dan zij. Maar ik merk wel dat ze thuis en onderling gaan praten over de onderwerpen waarmee ik met ze bezig ben. En dat is waardevol; ik sprak laatst een moeder die me vertelde dat haar zoon met verhalen thuiskomt die ze nog nooit van hem gehoord had. Dat is toch prachtig?”
Er zijn wel mensen die tegen Ditta zeggen dat ze een leemte vult die de gemeente eigenlijk moet vullen, of een andere officiële instantie. Dat deze hulp aan jonge stadgenoten niet afhankelijk zou moeten zijn van de bereidwilligheid van een barmhartige Samaritaan. Zelf gelooft ze echter in de kracht van het soort initiatieven dat ze ontplooit. Juist omdat het vanuit de gemeenschap komt, is het een krachtig gebaar naar de mensen in die gemeenschap.
“Het enige wat je nodig hebt, is een beetje flexibiliteit om dingen te regelen. Een klein budget om boeken te kopen. Begrijpen dat moestuinbakken geen ratten aantrekken als je de juiste groenten verbouwt. Een beetje nabijheid van de ambtenaren, die echt hun best doen en welwillend zijn om te helpen, maar soms toch een grote afstand hebben tot wat er in de wijken en buurten gebeurt. Als je één vinkje mist maar wel een goed idee hebt, dan zou zo’n idee wél gesteund kunnen worden. Voor dat soort flexibiliteit moet je wel weten wat er speelt, dus zie de behoeften die er in de wijken en buurten zijn. En investeer daarin. Dan kan er nog zoveel meer moois in de stad gebeuren.”