Hij is de man achter de Morning Run, de drijvende kracht achter festivals als Blijdorp Festival en Oranjebitter en mede-eigenaar van de Rotterdamse ontmoetingsplek Wolly. Frankie Dros lijkt overal tegelijk te zijn. Maar in een wereld die harder rent dan ooit, besloot hij dit jaar de handrem aan te trekken. Een gesprek over de kunst van het nee zeggen, de ziel van het Noordplein en waarom we juist nu kleur moeten bekennen.
“Eigenlijk wilde ik dit het jaar van het nee zeggen noemen”, lacht Frankie, terwijl hij een gemberthee met een extra shotje gember (“En doe maar die Nordic Tosti”) bestelt bij Wolly, zijn all-day breakfast-zaak aan het Noordplein. Hij corrigeert zichzelf direct. “Fieke, mijn vriendin, vond dat te negatief klinken. Nu noemen we dit het jaar van de vertraging, maar de kern blijft hetzelfde: ik moet leren niet overal direct ja tegen te roepen.” Wie Frankie kent, weet dat vertraging geen overbodige luxe is. De lijst met projecten die hij aanstuurt, is even indrukwekkend als uitputtend. Van grote dancefestivals tot de organisatie van een halve marathon en van het runnen van een drukke horecazaak tot het vaderschap van twee jonge kinderen. “Ik zie altijd overal kansen. Mijn hoofd is een map vol ideeën die ik het liefst vandaag nog uitwerk, maar ik heb geleerd dat je nergens echt de diepte in gaat als je alles tegelijk wilt vastpakken. Dit jaar draait om focus.”
Van ijswater naar hyperfocus
Het is een contrast met de Frankie van twintig jaar geleden. “Ik was een laatbloeier”, geeft hij toe. Opgegroeid in Bergpolder, zoekende na de middelbare school. “Ik werkte bij mijn vader op de helpdesk, sorteerde telefoons op een industrieterrein en lag de helft van de dag in bed.” Hij lacht bij een herinnering. “Mijn moeder heeft zelfs een keer een emmer ijswater over me heen gegooid omdat ik mijn nest niet uitkwam. Ik was laks, had geen richting.”
De ommekeer kwam toen hij de muziek ontdekte. Samen met vriend Nino rolde hij de Rotterdamse partyscene in. Wat begon met draaien in de Catwalk (“ik herinner me nog dat de mensen gingen crowdsurfen tijdens onze eerste echte set!”) groeide uit tot het organiseren van eigen feesten in Las Palmas en later de Ferro Dome voor vierduizend man. “In een keer waren we the guys. Die hyperfocus die ik vroeger al had op hondenrassen of motortypes, verschoof naar het bouwen van een wereld waarin iedereen zich welkom voelde.” Want daar was en ís het Frankie uiteindelijk om te doen: het creëren van plekken, geboren uit een eigen behoefte, waar mensen zich goed kunnen voelen. In 2014 werd vanuit diezelfde gedachte het Blijdorp Festival geboren. “Het was destijds nog heerlijk houtje-touwtje; we namen enorme risico’s en eigenlijk wisten we totaal niet wat we deden”, blikt hij lachend terug.
Na jaren als dj op feestjes en in clubs kwam de wereld voor even krakend tot stilstand. Corona. Toen Frankie ook nog vader werd, verschoof zijn focus definitief. Het leven verplaatste zich van nacht naar dag. Van bier naar koffie. Van dansvloeren naar de zondagochtendrun, die trouwens nog altijd elke week hier voor de deur begint.
De huiskamer van Noord
Wolly zit vol en de sfeer is goed. Aan de wanden hangt kunst van lokale makers. Voordat Frankie en zijn compagnon Mick hier introkken, zat er veertien jaar lang Lof der Zoetheid. “De vorige eigenaren waren kritisch”, vertelt Frankie. “Dit was hun kindje. Ze wilden geen zielloze keten of de zoveelste poké-tent. Ze gaven ons de gunfactor omdat ze zagen dat we hart voor de zaak hadden.”
Wolly is precies de ‘go-to’ meeting spot geworden die Frankie voor ogen had. Het is de optelsom van zijn jarenlange ‘bemoeienis’ met het Noordplein, die ooit begon met de feesten bij de Containerbar. “Verbinding leggen is eigenlijk de rode draad in alles wat ik doe”, zegt hij. “Of het nu gaat om feesten en horeca of de wekelijkse Morning Run op zondag. Ik bouw plekken waar mensen zich goed voelen. En daarvoor hoef ik niet per se zelf op de vloer te staan: ik geniet ervan om de visie neer te zetten en te zien hoe zo’n plek een eigen leven gaat leiden.”
Het afgelopen jaar was er eentje van beproevingen. Terwijl Frankie trainde om de marathon onder de drie uur te lopen, was er een baby op komst, zat hij midden in twee verhuizingen én kreeg Wolly te maken met een flinke brand midden in de zomer.
“Het ging maar door”, zegt hij, terwijl hij een hap van zijn lunch neemt. “Je stapt uit het ene en rolt direct in het volgende. Dan komt die realisatie: hoe houd ik dit vol? Het antwoord: afstand nemen en vertrouwen geven. Ik doe niets alleen.
Ik zoek mensen die mijn enthousiasme delen, en daardoor kan ik strategisch blijven kijken: waar is nu behoefte aan in de stad?”
‘Als je niet stemt, accepteer je dat anderen bepalen hoe jouw straat eruitziet’
Naar de stembus
Dat brengt het gesprek op de naderende verkiezingen. In een stad waar de politieke opkomst zorgwekkend laag is, is Frankie stellig. “Het is zo belangrijk dat mensen stemmen. Je laat daarmee zien wat je wilt in deze stad. We willen samen een fijne plek bouwen, en dat begint bij de stembus.”
Hoewel hij zichzelf niet als politiek dier ziet, weet hij dat de politiek dichterbij is dan je denkt. “Of het nu gaat over de invulling van het Noordplein of de overlast bij festivals; als je het gesprek aangaat met mensen uit de gemeenteraad, gaan er deurtjes open. Ik heb met Aboutaleb en Kasmi aan tafel gezeten. Ik hou van transparantie. En je kunt niet achteraf gaan zeuren als je zelf niets gedaan hebt. Als je niet stemt, accepteer je dat anderen bepalen hoe jouw straat eruitziet.”
Zelf droomt Frankie van een Rotterdam dat nog meer durft te kiezen voor haar mensen. “Ik ben voor een autoluwe binnenstad. Maak het groen, zorg dat mensen overal kunnen sporten en bewegen. Meer bankjes, meer picknickplekken. En waar kunnen we buiten zwemmen in de stad? Ik mis dat. In Berlijn heb je de Badeschiff, een zwembad in een boot. Dat soort grote gebaren heeft Rotterdam nodig.”
Hij prijst de nieuwe plannen voor het Hofplein. “Dat park-idee doet me denken aan Valencia. Groene paden waar je overheen kunt hardlopen tussen de naaldbomen. Dat is de stad van de toekomst. We hoeven de stedelijke kant niet te verliezen, maar we moeten de balans zoeken tussen beton en groen.”
Dromen
Ondanks zijn voornemen om te vertragen, blijven de ideeën stromen. Zo droomt Frankie hardop over een modern badhuis of een recovery center. “Een plek waar je kunt herstellen na het sporten of na een avondje uitgaan. Sauna’s, massages, goed eten en vooral: een plek waar je je telefoon inlevert. Een offline oase.”
Hij ziet een verschuiving in hoe we werken. “Ik ben een optimist. Ik geloof dat we door AI steeds meer vrije tijd gaan krijgen. Daarmee komt er meer ruimte voor persoonlijke groei en kennis over wat goed is voor je lijf. Lekker buiten zijn, bewegen, samenkomen… Dat zijn simpele dingen die ons gelukkig maken. Een plek die specifiek ingericht is op herstel en offline contact, daar is enorme vraag naar.”
Als de gemberthee op is, kijkt Frankie nog even rond in Wolly. Hij moet weer door. De halve marathon wacht, Oranjebitter staat voor de deur en Blijdorp Festival lonkt in de verte. Maar eerst is er de rust van het gezin. Frankie staat op en grijpt zijn sleutels. Geen autosleutels, maar die van zijn fiets. “Ik doe alles op de fiets. Zelfs als het vriest. Dat is pas echte vertraging!”