Clubben in de duisternis

Aziz Yagoub, eigenaar van Cultuurpodium Perron

Natuurlijk is Rotterdam een wereldstad, maar het nachtleven mag wel wat spannender. Dat vindt althans partyorganisator en clubeigenaar Aziz Yagoub. Na het faillissement van poppodium WATT in 2010, besloot hij daarom zelf een club te beginnen. “Ik wist precies wat daar fout was gegaan, dus ik dacht: ik moet het zelf gaan doen.”

'Hier gebeurt het' 

Overdag kun je er gemakkelijk voorbijlopen, maar op een uitgaansavond wordt duidelijk: hier gebeurt het. Cultuurpodium Perron, gevestigd in het oude postgebouw aan het spoor, is favoriet onder jongeren die een avondje willen dansen. Hier kunnen ze losgaan zonder restricties. “Echt Rotterdams clubben”, noemt eigenaar Aziz Yagoub het. “Zoals vroeger in Nighttown of Now&Wow gebeurde. In Perron staat niemand langs de kant te twitteren, te facebooken of rustig in een hoekje een wijntje te drinken. Iedereen gaat mee met de muziek.”

MTC en Karaoke

Yagoub, geboren in Rotterdam-Zuid, kwam via zijn baantje als afwasser en glazenophaler in de Cruise Terminal in aanraking met de Rotterdamse uitgaansscène. Het was de tijd van MTC (Music Takes Control), de grensverleggende housefeesten waarmee Ted Langenbach zijn status als party-goeroe verwierf. “MTC was het allereerste wat ik van dichtbij meemaakte. Daar zag ik dingen die ik nog nooit eerder had gezien. Ja, dat voelde wel aan als entertainment.” Toch waren de eerste feestjes die hij met zijn huidige compagnon Marc Zee organiseerde van een heel ander kaliber. “Voor de grap bedachten we met wat vrienden een karaokefeestje. Stonden er opeens 350 man voor de deur! Drie maanden later hebben we dat herhaald. Toen ben ik nog gearresteerd voor het stelen van Gerard Joling-posters uit de reclameframes. Die wilden we gebruiken als decor.”
Party-goeroe Ted Langenbach en clubeigenaar Aziz Yagoub. Foto: aangeleverd Aziz Yagoub

Spaarvarkentje

Inmiddels heeft Yagoub ervaring met vele feestjes en staat hij samen met Zee aan het roer van Cultuurpodium Perron. De directe aanleiding om die club te beginnen was het verdwijnen van WATT, het poppodium dat volgens hem failliet is gegaan door ‘een verkeerd subsidiebeleid, verkeerde mensen aan het roer en ambtenaren die op de inhoudelijke stoel zaten’. Kortom partijen met tegengestelde belangen en mensen die niet écht van muziek en feesten houden. Dat kan ik beter, dacht Yagoub. “Ik heb mijn spaarvarkentje stukgeslagen en ben toen maar begonnen.” Dat spaargeld was overigens niet genoeg voor een aannemer, dus heeft hij samen met Zee alles eigenhandig verbouwd.

Alles zwart

Voor het lichtplan riepen ze de hulp in van een ervaren lichttechnicus. Alle lichten zitten verstopt in de koven van het dak waardoor het publiek ze niet ziet, maar wel ervaart. En omdat licht nu eenmaal het beste tot zijn recht komt in de duisternis, besloot Yagoub het interieur volledig zwart te verven. “Marc durfde dat aanvankelijk niet aan, die zei: ‘Alles zwart? Dan ziet niemand wat’, maar ik heb doorgezet en echt alles is nu zwart, van de bar tot de dj-booth. Mijn grootste inspiratiebron voor de inrichting van de club was Tokio. Japanse jongeren gaan graag ergens feesten waar ze het gevoel hebben verstopt te zitten. Clubs waar ze even helemaal uit de drukte van de stad kunnen ontsnappen, zijn daar populair.”
'Ik zou het liefst een oude oorlogsbunker willen' 

Als het aan Yagoub ligt, wordt de volgende locatie zelfs nog donkerder. “Ik zou het liefst een oude oorlogsbunker willen, maar dat wordt lastig want die zijn monumentaal. Bovendien is het brandveilig maken van zo’n ding een enorme klus.”

Geen Acda & de Munnik

In Perron draait het duidelijk niet om zien en gezien worden - daarvoor is het veel te donker. Het enige wat telt is de muziek. Volgens Yagoub is het succes vooral daaraan te danken. “We programmeren veel grote internationale artiesten, live dance-muziek, maar ook jong talent en kunst. Nee, geen Acda & de Munnik en Bløf, maar dat is een kwestie van smaak. Perron is een cultuurpodium in die zin dat het een podium biedt aan de favoriete muziek van jongeren.”