Alsof je bij een echte Italiaanse mamma eet

Interview Aggy Kan

Onlangs was ze nog met een collega in Italië, in een klein dorpje vlakbij Napels. Daar kreeg Aggy Kan, geboren Rotterdamse, kookles van zo’n echte Italiaanse mamma. “Ontzettend leuk”, vertelt ze. “We hebben weer wat nieuws geleerd, inspiratie opgedaan. En het was tegelijkertijd een bevestiging dat we het goed doen. Italiaans eten hoeft namelijk helemaal niet ingewikkeld te zijn.”

Aggy Kan is al jaren trotse eigenaresse van restaurant Mangiare in de Van Oldenbarneveltstraat en sinds april vorig jaar in de Pannekoekstraat. Je kunt er lunchen, dineren, workshops volgen en allerlei Italiaanse producten kopen. Haar concept is even simpel als heerlijk. Aggy: “Dagelijks krijgen we verse groenten en producten geleverd. We hebben geen menukaart en maken elke keer wat anders. We vertellen aan tafel wat we koken.”

Je kunt kiezen uit vier voorgerechten, twee lasagnes, twee pasta’s en een vlees- of visgerecht. “Het leuke van dit concept is dat je direct persoonlijk contact met je gasten hebt, je staat echt even met hen te praten.” Aggy wordt bijgestaan door een hecht team. “Ik doe dit echt niet alleen. Sommige collega’s werken hier al jaren, hebben Mangiare echt in hun hart zitten. We staan hier met z’n allen met veel plezier te werken.”

Liefde

Aggy had nooit kunnen bevroeden dat ze eigenaar zou worden van een restaurant. Laat staan van een Italiaans restaurant. Ze kon nog geen ei bakken. Een speciale band met Italië had ze evenmin. “Alhoewel, mijn eerste liefde was een Siciliaan”, zegt ze lachend. “Telt dat ook?” Horeca-ervaring had ze wel. Tijdens haar studie commerciële economie werkte ze onder meer bij Plan C.

‘Met een hoop bluf kwamen we de eerste jaren door’

Het begon allemaal ruim dertien jaar geleden toen Aggy in Rotterdam een vriendin van de middelbare school tegenkwam. “Ik wist dat zij een Italiaanse groothandel had en ik had even niks om handen. Dus besloot ik haar te gaan helpen.”

Voor de opslag van de groothandel huurde die vriendin een souterrain aan de Van Oldenbarneveltstraat, tegenover het huidige restaurant. “Ik vond die ruimte zo leuk dat ik het al helemaal voor me zag: een lunchtent waar je echt heel verse broodjes en salades kon eten. Bovendien, mijn vriendin kon wel goed koken.”

Blikken of blozen

Zo gefantaseerd, zo gedaan. Ze leenden geld van vrienden, knapten de boel op en konden van een Italiaans restaurantje in Kralingen - dat ermee stopte - de inboedel overnemen. Via de verschillende biologische markten maakten ze reclame. “We noemden onze zaak Mangiare, het Italiaanse werkwoord voor eten.”

Met een hoop bluf kwamen ze de eerste jaren door. Aggy: “Zo vroeg een klant eens of ze een of andere ingewikkelde taart konden maken. “’Ja hoor’, zeiden we zonder blikken of blozen. Vervolgens hadden we vijf dagen de tijd om het te leren.”

Zeven koks

Sinds 2009 zit Mangiare op de huidige plek aan de Van Oldenbarneveltstraat. En vorig jaar april opende Aggy een tweede vestiging, aan de Pannekoekstraat. “Ook een hele leuke buurt. Het restaurant is heel klein, maar ‘s zomers hebben we een groot terras.”

De vriendin met wie het allemaal begon, vertrok na twee jaar voor de liefde naar Zeeland. Aggy had ondertussen wel leren koken. “Al sta ik niet meer op vrijdagavond voor een bomvolle zaak in de keuken. Ik werk altijd hard mee, maar dan raak ik in paniek.”

Daarvoor heeft ze inmiddels zeven koks in dienst, die net als zij geen Italiaanse roots of een officieel koksdiploma hebben. “We blijven bij onszelf. Geen glimmende kookeilanden, geen ingewikkelde ingrediënten, maar intern opgeleide koks, een paar receptenboeken en heel verse producten.’’

En als één restaurant zich heeft bewezen, is het Mangiare wel. De recensies zijn al jaren lovend. “Zelfs van Italiaanse gasten krijgen we complimenten. Al blijft het voor de keuken altijd wel even spannend als we die in de zaak ontdekken,’’ zegt ze met een glimlach: “Dan moet de pasta wel écht al dente zijn.”