Rotterdammers maken Rotterdam

Er zit zoveel kracht in deze wijk

Sander Grip Tekst
Joost van der Vleuten Beeld

Indian Place Barbershop op de Kleiweg staat ramvol attributen, beelden en borden die verwijzen naar de indianenstammen uit Amerika. In de ochtend staat de koffie klaar, aan het eind van de middag een koude klets en het grasgroene vilt van de biljarttafel lonkt bij binnenkomst. Een mancave waar je strak gekapt, bijgepraat en goedgemutst weer naar buiten komt. In maart 2020 moest de goedlachse Iwan de deur sluiten vanwege corona: “Ik heb twee weken op de bank in de shop gezeten. Je kan niets, je mag niets en alle kosten lopen op. Maar ik zag dat anderen het nog slechter hadden. Ik heb de knop omgezet en ben stichting Geronimo gestart. De ene deur trok ik dicht, de andere deed ik open.”

Iwan zit ruim dertig jaar in het kappersvak. Toen hij vijf jaar geleden een eigen zaak startte, was er maar één plek waar hij dat wilde doen: in het Kleiwegkwartier. “Het is een dorpje in de stad, waar de mensen voor elkaar klaarstaan en de sfeer altijd gemoedelijk is. Ik ben in Brabant opgegroeid maar daar was geen werk te vinden. We verhuisden naar Rotterdam omdat mijn vader hier kon werken. Op dat moment waren we straatarm; we leverden het statiegeld in om brood te kopen. In deze buurt zijn we opgevangen, ondersteund en geholpen door de gemeenschap. We zijn gezegend dat we die kans gekregen hebben.”

Geen vangnet

Als hij iets geleerd heeft hiervan, is het wel dat je om moet kijken naar je medemens. Hij steunt zelf al dertig jaar de inheemse volkeren in reservaten in de Verenigde Staten, zijn ouders doen liefdadigheid voor de kerk en vrijwilligerswerk voor het Leger des Heils: “Wij zetten ons in voor de onderdrukten en de minderbedeelden.” Dus toen begin maart vorig jaar de eerste lockdown zich aankondigde, duurde het niet lang voor Iwan een manier bedacht om anderen te helpen. “Er is veel verborgen armoede in de stad. We durven er niet over te praten, maar corona gaf het een gezicht. Ik wilde er iets aan doen, een verschil maken. Een maand nadat de barbershop dichtging, kon ik starten met Geronimo. Ik heb dit kunnen doen dankzij de steun van mijn ouders, broers Armand en Steven en mijn zusje Ingrid. Al snel kon ik het pand naast de barbershop huren. Daar maken we voedselpakketten, maar we geven ook kleding en speelgoed uit. We zien zoveel mensen die in de shit zitten door deze crisis. Baan kwijt en geen vangnet en voor je het weet heb je niet eens geld om eten te kopen.”

Kracht

Iwan is nog steeds geraakt als hij denkt aan de hulpvaardigheid. “Echt waanzinnig wat er gebeurde. Alle buurtbewoners zetten zich in, mensen zamelden spullen in en begonnen acties om geld voor de stichting op te halen.” Hij trekt een kastje open in zijn kappersmeubel en haalt er een potje kleingeld uit. “Dit bedoel ik. De zoon van een maat van me deed vakantiewerk. Alle fooien die hij kreeg, gingen in dit potje en dat gaf hij aan Geronimo aan het eind van de vakantie. Ik heb het potje bewaard; het herinnert me elke dag aan de kracht die in deze wijk zit.”

‘Ik kan achterom kijken maar daar zie ik alleen de harde les. Iedereen is geraakt door deze crisis’

Inmiddels heeft Iwans stichting de ANBI-status. “Van Aboutaleb persoonlijk gekregen”, glimt hij. “Dat is zo belangrijk, want nu zijn we een officieel erkend steunpunt. Ik vind het zo mooi om te zien dat we er staan als Rotterdammers op het moment dat het moet.”

Optimisme

Inmiddels voelt Iwan de positieve sfeer terugvloeien. Hij heeft het zelf ook zwaar gehad, met een zaak die noodgedwongen een half jaar dicht was, waardoor hij zonder inkomsten zat. “Die achterstand kan ik nooit inlopen, Ik probeer de schade te beperken en ben bovenal blij dat de shop niet omgevallen is. Ik kan achteromkijken maar daar zie ik alleen de harde les. Iedereen is geraakt door deze crisis. Elke dag stond er bij mij eten op tafel en ik ben nog gezond. Dus ik kijk vooruit. Ik merk die houding ook bij mijn klanten. Er kan weer van alles, er is optimisme en we verlangen naar die nabije toekomst waarin we de crisis achter ons kunnen laten.”

Tegelijkertijd maakt hij zich toch nog zorgen: “Als ik kijk naar de stichting, dan is er niks veranderd. Er is onverminderd behoefte aan hulp. Nu de barbershop weer open is, hoop ik de deur van Geronimo ooit weer dicht te trekken, maar dat gebeurt voorlopig niet. Er zijn zo veel mensen die op ons rekenen en hen ga ik niet in de steek laten. De les die corona ons leert: blijf bij elkaar want dan komen we elke tegenslag te boven.”