Rotterdammers maken Rotterdam

Een droom van een hotel

Serga van Roon Tekst
Fred Ernst Beeld

Een eeuw lang deed het imposante gebouw van zakenman en reder Lodewijk Pincoffs dienst als douanekantoor. Nadat de laatste klerk verdwenen was, raakte het in verval. Tot Edwin van der Meijde en Karen Hamerlynck er hun oog op lieten vallen. Ze verbouwden het rijksmonument tot een luxe boutique hotel. Na vijf roerige jaren blikken de oud-journalisten terug. “Vroeger was de wereld ons toneel. Nu komt de wereld naar ons toe.”

Suitehotel Pincoffs staat op de hoek van de Koningshaven en de Entrepothaven op de Kop van Zuid. Het telt zeventien luxe kamers, twee vergaderruimtes en een hotelbar (het oude klerkenlokaal). Veel originele details van het douanekantoor uit 1879 zijn bewaard gebleven. Zoals schitterende bewerkte plafonds, de oude kluis van havenondernemer Pincoffs, schouwen, ja zelfs het doorgeefluikje van de klerk. De gigantische ramen bieden uitzicht op rivier en stad.

‘Realife soap: twee journalisten met een schattige meisjesdrieling die een totaal vervallen rijksmonument tot boutique hotel omtoveren’ 

In de kamers zelf worden authentieke details moeiteloos gecombineerd met modern comfort zoals een iPod dockingstation, flatscreen televisie, een dvd-speler. Elke kamer is anders ingericht. In de romantische groene suite kijk je vanuit je vrijstaande Engelse bad uit over de rivier, de Art & Business Suite is volledig ingericht door kunstenaars en beschikt over een stoomcabine. Er is een kamer met een metershoge watervaldouche, terwijl een ander weer een geheime minnaresseningang heeft.

Droom

Pincoffs is de uitgekomen droom van Edwin van der Meijde en Karen Hamerlynck, twee oud-journalisten van het Algemeen Dagblad. Ze delen een liefde voor lekker eten, weekendjes weg en leuke hotelletjes. Door hun vele reizen voor de krant wisten ze heel goed wat ze wel en niet wilden. Karen: “Ik moest eens vier weken naar Brazilië. Daar zit je dan als meisje alleen, in een onbekende omgeving in een anoniem hotel. Niemand herkent je, ook na een week ben je niet meer dan kamer 307.” Edwin: “Er staat vaak wel een goed bureau, een goed bed en je kunt tot laat biefstuk bestellen, maar leuk is het niet. Toen ik de Tour de France versloeg, ben ik naar kleinschaliger hotels gegaan. Die waren weliswaar warmer, maar daar ontbrak dan vaak weer het zakelijke stukje.”

Het stel begon te dromen van een eigen hotel. Een kleinschalig hotel met veel sfeer, persoonlijke aandacht en hoogstaande service. Een hotel met een ziel. Leuk voor na hun pensioen. Karen had kunnen blijven dromen. Edwin niet. “Ik wilde weten of de droom een luchtkasteel was of dat het echt kon. We hadden geen geld. Er was echt geen enkele aanleiding om te denken: wij gaan even een rijksmonument kopen en een hotel beginnen. Maar ik ben toch dingen gaan uitzoeken. We hebben naar panden in Delfshaven gekeken, contact gelegd met politici. We klopten overal op de deur.”

Edwin van der Meije en Karin Hamerlynck. Foto: Willem Welssen

Wow!

Ook Stadsherstel Historisch Rotterdam – dat een beetje in zijn maag zat met het vervallen douanekantoor – hoorde over die twee journalisten die een hotel wilden beginnen. Ze benaderden Edwin en Karen. “Ze vroegen ons eens te komen kijken. Dat was 2002. Toen we het pand zagen, werden we direct verliefd. Dit konden we niet laten lopen.” Edwin: “Een historisch pand aan het water, dat was precies wat wij zochten. Wow! Tijdens onze zoektocht was dit pand al langsgekomen, maar we durfden er niet eens aan te denken. Totdat Stadherstel aanklopte.”

De kogel was door de kerk. Edwin en Karen besloten hun droom realiteit te maken. Te proberen althans, want er waren nog vier partijen geïnteresseerd. Ze schreven een doorwrocht plan. Karen: “Wij waren met afstand degenen met het minste geld en de minste ervaring.” Edwin: “Dat motiveerde alleen maar. En schrijven, dat konden we natuurlijk wel.”

Drieling

Stadsherstel was enthousiast over hun ideeën, maar de ambtelijke molens maalden traag. Anderhalf jaar lang duurde het wachten. Karen: “In 2003 hebben we de mensen van Stadherstel nog verrast met de mededeling dat we in verwachting waren van een drieling. Edwin: “Ze keken ons áán! Vroegen: ‘Weten jullie echt heel zeker dat je dit allemaal wilt? Een grote verbouwing, een hotel, een drieling?’ Het antwoord was: ja. Als journalisten hadden we toch niet op dezelfde manier verder gekund met al dat reizen. Niet als ouders. Het hotel was ook een kans om samen te zijn als gezin.”

‘Een van de suites heeft een geheime minaresseningang’ 

Minisoap RTL4

Het stel won en begin 2007 – na het regelen van geld en vergunningen – startte de restauratie. Edwin zegde zijn baan op en stortte zich volledig op de bouw en de inrichting. Dat hele proces werd gevolgd door RTL4. Liefst 43 weken lang kon Nederland via ‘Hotel aan de Maas’ het wel en wee van de familie volgen. De ingrediënten van deze reallife minisoap: twee journalisten met een schattige meisjesdrieling die een totaal vervallen rijksmonument tot boutique hotel gingen omtoveren. Dat wilde wel. Op het hoogtepunt keken 800.000 mensen. Edwin: “Het programma was een soort combinatie tussen ‘Ik vertrek’ en ‘Help mijn man is een klusser’. Mannen keken vooral naar het klusaspect. Karen: “Laatst nog zei een vrouw tegen me: ‘Meid, we hebben zó met jullie meegeleefd. We dachten: waar beginnen die onervaren mensen aan met die bouwval. En dan die drie kleine meisjes!’”

Ook toen de grote kink in de kabel kwam – het hotel was niet op tijd klaar – werd enorm meegeleefd. Karen: “We moesten gasten afzeggen, ons eigen spaargeld erin steken. Ed was lijkbleek toen hij hierover werd geïnterviewd. Dat moment is veel mensen bijgebleven.” Edwin: “Veel kijkers werden gasten. Ze wilden wel eens zien wat wij ervan gebakken hadden.” Karen: “Veel mensen vroegen: waar zijn de meisjes?” Lachend: “Alsof we ze hier permanent tentoongesteld hebben!”

Kwestie van volhouden

De echte uitdaging begon pas toen het hotel opende. Het stel leefde het eerste jaar volledig langs elkaar heen.” Karen: “Had ik net een driedubbele dienst achter de rug en ging ik naar huis, kwam ik Ed bij de deur tegen. We praatten elkaar snel bij over het hotel en de kinderen. En dan begon hij aan zijn driedubbele dienst en haalde ik de kinderen van school. De eerste vier maanden hebben we zelfs om de beurt in het hotel geslapen. In die periode dachten we vaak: oh god, waar zijn we aan begonnen. Dit is niet te doen.’ Edwin: “We hebben vaak genoeg gedacht dat het niet zou lukken, ook in de aanloop. De helft van de dingen die is gebeurd, bedenk je vooraf niet. Het was een kwestie van volhouden en blijven geloven. Doordat het hotel begon te lopen, konden we na vier maanden een nachtportier aantrekken. Dankzij hem kregen we weer een stukje eigen leven terug. Nu hebben we twaalf mensen in dienst. Ik kan het iedereen aanraden: durf te dromen!”

Foto: Frank Brandwijk

Rapportcijfer negen

Want ja, het gaat goed met Pincoffs. Karen: “Dat mag een wonder heten in deze barre economische tijd.” Edwin: “Ondanks de crisis hebben we het goed gedaan. En het gaat nog elk jaar beter. De lijn kan bijna niet verder stijgen.” De goede recensies die Pincoffs krijgt, werken magnetisch. Op sites als Tripadvisor en Booking staan ze al jaren op nummer één in Rotterdam. Gemiddeld cijfer: een negen. Tijdschriften, kranten, reizigers: alle beoordelingen zijn lovend. De Michelingids vindt slechts elf hotels in Rotterdam noemenswaardig. En daarvan krijgt er één een extra speciale aanbeveling: Pincoffs. Edwin: “De kunst is om de verwachtingen van gasten te overtreffen. We kijken als het ware de wens uit hun ogen.” Karen: “Die negen nemen wij als uitgangspunt in ons dagelijkse werk. Dat is ook een makkelijke boodschap naar ons personeel. Alles moet een negen zijn.” Edwin: “Veel tophotels in Rotterdam hebben een corporate karakter. Als je de top definieert als leuk, origineel, luxe en kleinschalig, dan houdt het snel op.” Pincoffs trekt dan ook precies het soort publiek dat het echtpaar beoogde. Doordeweeks zakenlui, in het weekend stelletjes of jonge ouders die er even tussenuit willen. Het ‘romantische publiek’ zoals Karen het noemt.

Missen ze de journalistiek niet? Edwin: “We hebben als journalisten veel mooie en leuke dingen kunnen doen. Maar dit is ook een gouden tijd. Het ondernemerschap bevalt me zeer. Bij de krant moest je altijd toestemming vragen voor je ideeën. Hier verzin je maandag iets en je doet het dinsdag.” Karen: “Vroeger was de wereld ons toneel. Nu speelt ons leven zich af op een vierkante kilometer; we wonen ook in de buurt. Er zijn weken dat ik niet aan de overkant van de rivier kom. Maar dankzij het hotel komt de wereld nu naar ons toe.”