Rotterdammers maken Rotterdam

Doe mij zo’n buurt!

Sander Grip Tekst
Eric Fecken Beeld

Als het aan de gemeente ligt, gaan we met z’n allen rond het centrum wonen. Dus ook gezinnen met kinderen. Maar waarom zou je met je kinderen in Middelland of het Nieuwe Westen willen zitten? We trokken naar het kerngebied dat nog steeds bekend staat als het Wilde Westen.

Waar beter te beginnen dan aan de Heemraadssingel, de brede laan die de grens tussen Middelland en het Nieuwe Westen vormt. De plek waar de kiosk van Singeldingen tussen begin mei en eind juli stond. Singeldingen is een bewonersinitiatief van enthousiaste mensen uit de wijk, die samenwerken om leven in de brouwerij te brengen. Marieke Hillen is een van de drijvende krachten. Aan een lange houten picknicktafel, in de schaduw van een reusachtige eik vertelt ze dat ze tien jaar geleden met haar man en kinderen de overstap maakte van Amsterdam naar Rotterdam. “We wilden dichter bij ons werk wonen en hadden behoefte aan een groter huis. We maakten een fietstocht door de stad en deze buurt sprak ons direct aan.”

‘Hier is geen enkele minderheid in de meerderheid’

Hoewel het gezin van stad naar stad overstapte, kwam Hillen in een andere wereld terecht. “Rotterdam gaf me een heel ander gevoel dan Amsterdam, maar ik kon er niet goed de vinger op leggen. Het kwartje viel toen ik Larry Beasley interviewde, planoloog in Vancouver. Hij zei dat je de stad aangenaam moet maken voor mensen met kinderen, want dan is zij aangenaam voor alle mensen die er verblijven. En dat was precies wat in Rotterdam ontbrak. In Amsterdam kon ik overal neerstrijken, daar heerste een ontspannen drukte. De stad is anstrengend, zoals de Duitsers zeggen: vermoeiend, veeleisend, hectisch. Dat moet je doorbreken door naar comfort te zoeken in de publieke ruimte.”

Het terras van restaurant Tosca aan het Brancoplein in het Oude Noorden.

Gelukkig bleek er in Rotterdam wel ruimte om ‘er zelf wat van te maken’, zoals Hillen het noemt. Dat werd Singeldingen. Inmiddels een ankerpunt van buurtactiviteiten, gezamenlijk met wijkbewoners eten of gewoon lekker hangen met een kopje koffie en een zelfgebakken taartje van de buurvrouw erbij. “Het was een soort burgerparticipatie avant la lettre, waarbij de gemeente ons echt ondersteunde. En het mooie is dat de wijk werkelijk is veranderd. Singeldingen is één voorbeeld, maar ik zie op steeds meer plekken dat mensen hun straatje aankleden. Er komen planten, mensen zitten met elkaar op de stoep en letten op de kinderen die buitenspelen. Zoiets verzacht je buurt en brengt de grote stad terug naar een dorps niveau. Dat schaalniveau is te overzien voor mensen en maakt de wijk prettig. Wat ik een positief teken vind, is dat mensen die verhuizen, een woning zoeken in de wijk. Zij gaan niet naar Bergschenhoek of Barendrecht, maar willen hier blijven wonen.”

De gemeente kan daarbij op verschillende manieren helpen, stelt Hillen. “Zorg dat mensen die willen, in de wijk kunnen blijven wonen. Help met het aanbrengen van groen en goede speelplekken. Mijn oproep zou daarbij zijn: doe niet te veel. Schep voorwaarden waarmee de bewoners het gevoel krijgen dat ze het zelf mogen doen. Met die slimmigheid kan de gemeente de verandering in wijken zoals deze verder op weg helpen. Middelland en het Nieuwe Westen zijn anders dan tien jaar geleden, maar tegelijk voelen ze nog steeds hetzelfde. Dat is de kracht van deze wijken.”

Net dat tikkie rauw

Gilbert van der Aa van Forty Plus

Het is een kracht die volgens Gilbert van der Aa in een simpel gegeven schuilt: “Hier is geen enkele minderheid in de meerderheid. Het zorgt voor een cruciaal evenwicht; iedereen werkt hard om er wat van te maken en in al die variatie kan iedereen tegelijk ook zichzelf blijven.” Van der Aa begon enkele jaren geleden met Forty Plus Fred als webwinkel vanuit een kantoortje aan de Blaak. Het liep zo goed dat hij een fysieke winkel wilde. “Een vriendin wees me op de Nieuwe Binnenweg. Ik dacht: ben je wel lekker? Tot ik ging kijken. De straat werd met geld van de gemeente opgeknapt en ik voelde gelijk dat het hier wat kon gaan worden. Ik wilde daar deel van uitmaken.”

De diversiteit van de wijk trekt aan, ziet de winkelier. “Veel meer dan in andere delen van de stad, vind je hier alles naast elkaar. Het hippe bloemenwinkeltje en de veganistische taartenzaak zitten naast de Turkse grillroom en een Grieks lunchzaakje. We doen hier niet gek en spreken met onze winkels alle lagen in de wijk aan. Wij roeien tegen de stroom van het centrum in en dat lukt supergoed; wij hebben geen leegstand. De revitalisering die de gemeente op de Nieuwe Binnenweg inzette, was een goede zet. De straat is opgeknapt, huurwoningen boven winkels zijn nu koopappartementen. Hier vind je nu geen knakenwinkel meer en de deftige luxe shop zal hier niet zo snel naartoe komen. We zijn nog net dat tikkie rauw en dat moet het ook blijven. Dit wordt nooit een Meent of Witte de Withstraat, maar wij vechten wel mee tegen de slechte reputatie van de wijk, want het is een reputatie die we niet meer waarmaken. We zitten in de lift, al is de balans nog fragiel.”

‘Ik kan het gevoel krijgen op vakantie te zijn als ik boodschappen ga doen’

Help! Weer een initiatief

Dat de balans fragiel is, kan zijn, maar de initiatieven die vanuit de wijk komen zijn talrijk en divers. Neem het gezin Van Oostveen aan de Schietbaanlaan. Marie van Oostveen zit in het ontwerpteam dat het Branco van Dantzigpark bij hen om de hoek aanpakt. “Nu nog een kale zandvlakte, maar het krijgt veel groen en meer spelmogelijkheden”, vat ze het plan samen. “Straks willen mensen hier graag zitten als het lekker weer is; dat is nu nog niet zo en dat is zonde.”

Voor haar en haar man Pieter is dit buurtinitiatief een volgende stap in het opknappen van de wijk. “De wijk is gevarieerd en ik vind het heerlijk hier boodschappen te doen: brood halen bij de Turkse bakker en er tegenover een bijzondere Franse wijn kopen bij de traiteur. Het was voor ons een bewuste keuze die gevarieerdheid op te zoeken. Ik kan het gevoel krijgen op vakantie te zijn als ik boodschappen ga doen.”

Bovendien is de wijk door gemeentelijke investeringen veiliger geworden; er is minder criminaliteit en vandalisme dan voorheen. “Die klus is nu gedaan en dan schuift de gemeente terecht door naar een andere wijk”, zegt Pieter Van Oostveen. “De bewoners moeten het nu wel vasthouden. Wij kunnen het niet loslaten en denken dat het wel goed blijft. Zo werkt het niet in een grote stad.”

Gelukkig zien Pieter en zijn vrouw Marie dat bewoners echt hard willen werken om dingen voor elkaar te krijgen. “Daar mag de gemeente wel wat meer oog voor krijgen. Mij bekruipt soms het gevoel dat ze denken: help, een burger met een initiatief! Als dat maar in de plannen past… Ik snap dat er ideeën bij zitten waar je geen bal aan hebt en die niet passen in de georganiseerde ranja-avond. Maar houd oog voor het feit dat er veel gedaan moet worden, ook buiten al die gemeentelijke plannen om. En dat mensen er hun ziel en zaligheid in willen steken. We moeten allemaal wennen aan burgerparticipatie, maar zie er de lol van in en ga met elkaar zitten om te kijken hoe je er het beste van kunt maken. Het gaat hier om mensen die net als de gemeente, het beste voor hebben met hun wijk, met de plek waar zij wonen, spelen, leven en soms ook nog werken. Voel aan waar de wijk behoefte aan heeft en speel daar op in.”

Pieter van Oostveen wil niet klagen. Hij geniet van zijn buurtje en zijn medebewoners. “Als ik hier een uur op de stoep zit, heb ik twintig gesprekken, eten de buren een stukje watermeloen mee of ze schuiven aan om wat te drinken. De mensen vinden het echt plezierig onderdeel te zijn van de wijk. En het mooie is dat je in deze wijk een dorps gevoel hebt, terwijl je toch alle voordelen van een grote stad binnen handbereik hebt. Die combinatie maakt het wonen hier uniek. Ik ben blij dat de gemeente zich daarbij inzet om de variatie op peil te krijgen: onderwijs, huisvesting, een prettige buitenruimte, goede plekken om boodschappen te doen. Dat heb je nodig om de middeninkomens ook bewust voor deze wijk te laten kiezen. Zij vormen een aanvulling op hoe de wijk nu is samengesteld. Zij brengen de zorg en aandacht mee die wijken nodig hebben. Cohesie zit in het samenbrengen van alle lagen van de bevolking in de wijk.”


Negen wijken in de lift

Mariëlle Heijmink en Mirjam van Rijn van de Gemeente

“Aanwezige kracht gebruiken om de ontwikkelingen verder te stimuleren”, omschrijft Ronald Schneider, wethouder stedelijke ontwikkeling en integratie, het idee achter kansrijke wijken. “Hoger opgeleiden die een gezin stichten, vluchten naar de randgemeenten, omdat zij daar geschikte woningen en woonmilieus vinden die zij hier missen. Dit willen wij keren.”

De gemeente wil tien procent meer gezinnen in negen Rotterdamse wijken rond het centrum. “We kijken slim naar mogelijkheden om de wijken aantrekkelijker te maken. Zorgen we voor goed onderwijs, speelmogelijkheden in aantrekkelijke, groene straten en meer variatie in woningtypes”, lichten Mirjam van Rijn en Mariëlle Heijmink toe. Heijmink: “Het centrum staat inmiddels op de kaart. De wijken rondom het centrum verdienen ook een impuls. Negen wijken zitten in de lift. Wij willen die ontwikkeling een extra duwtje geven. Studenten, jonge professionals, gezinnen met kinderen en ouders wiens kinderen het huis uit zijn, vormen een aanvulling op de diversiteit in deze wijken. Ik zeg daarbij heel stellig dat we geen mensen of bevolkingsgroepen willen wegjagen. We proberen groepen die nu ondervertegenwoordigd zijn, naar de wijken toe te trekken.” Van Rijn: “We zien in steden als Melbourne en Vancouver dat het werkt. Enkele tientallen gezinnen, dat is al voldoende om de vitaliteit van een wijk te veranderen.”

Goed onderwijs

Joke Stoltenhof en Daaf van de Wege van basisschool De Vierambacht

Een speerpunt voor kansrijke wijken is goed onderwijs. Daaf van de Wege en Joke Stoltenhof vormen de directie van openbare basisschool De Vierambacht in het Nieuwe Westen, een school die representatief is voor de wijk. Dat maakt het onderwijs extra uitdagend. Het niveau van de kinderen die hier binnenkomen loopt uiteen en er is nog weleens sprake van een achterstand. Van de Wege: “De samenstelling in onze klassen is identiek aan die van de wijk. Het is een zeldzaamheid dat een wijk zo gemêleerd is.” Goed onderwijs is belangrijk, al is het niet allesbepalend of mensen blijven: “Het moment dat mensen wegtrekken is rond groep 4. Dan gaan kinderen zonder toezicht buitenspelen.”

Breed onderwijsaanbod is een groot goed, zegt Stoltenhof. “Er zijn hier vijf of zes scholen met een eigen inslag. Dat maakt het voor gezinnen aantrekkelijk om te blijven. Wij zetten in op een goede balans tussen rekenen en taal, cultuur en sportiviteit. Maar bovenal streven wij ernaar dat de kinderen zich veilig voelen. We willen dat alle kinderen zich optimaal ontwikkelen in hun talenten. Dat vraagt van ons en van de leerkrachten dat wij verder durven kijken dan de klas. We moeten weten wat zich in de buurt afspeelt.

Elke ochtend staan Van de Wege en Stoltenhof aan de voordeur van hun school. Van de Wege: “Het blijft bijzonder te zien wie hier binnenkomt. Deze wijk is zo rijk en mensen leven zo mooi samen. Dat geeft een prettig en comfortabel gevoel. Hier zijn nog veel positieve ontwikkelingen te realiseren.”