Rotterdammers maken Rotterdam

De puurste vorm van gedrevenheid en passie

Sander Grip Tekst
Marieke Odekerken Beeld

Geboren in Hillegersberg, opgegroeid in het buitenland, teruggekomen voor het hockey. Wilskracht, mentaliteit, doorzettingsvermogen en je niet gek laten maken. Dat zijn de drijvende krachten in het leven van Jeroen Hertzberger.

Bij sommige families liggen er treinen, lego en blokken in de kamer. Bij de Hertzbergers thuis lagen er batjes, ballen, sticks en knuppels: “Ik kan me niet herinneren dat ik veel binnen speelde. Ik heb een oudere zus en twee broers. Ik was de jongste en ik werd altijd mee naar buiten gesleurd. Of het nou basketballen, hockey, voetbal of skateboarden was, wij waren altijd op een veldje of pleintje te vinden.”

Flexibiliteit

Die pleintjes lagen een groot deel van zijn jeugd niet in Rotterdam. Hertzberger senior, die een goede profcarrière als golfer had kunnen hebben als er in die tijd een beetje mee te verdienen was geweest, werkte bij Unilever en kreeg de kans om naar Afrika te gaan. “Ik was een jaar of drie en toen zaten we ineens in Kinshasa, Congo. Dat was wel andere koek dan wanneer je nu naar Singapore of Dubai wordt gestuurd, zeg maar.” Vooral het huis kan hij zich goed herinneren. Mijn ouders wilden niet tussen expats op een compound wonen. Wij woonden in een gewone wijk. Wel in een huis met een muur eromheen en een zwembad in de tuin, maar goed. Ik heb een geweldige tijd gehad, maar het waren evengoed spannende tijden. Toen het uit de hand begon te lopen met Mobutu, lange tijd de leider van het land, en de bakstenen ook bij ons door de keukenramen kwamen, zei mijn moeder: ‘Tijd om te gaan, geloof ik.’ Na een tussenjaar in Rotterdam, gingen we eerst door naar Budapest en daarna naar Wenen. Als je opgroeit in een expatgezin moet je wel flexibel zijn: om de paar jaar moet je opnieuw starten onder compleet nieuwe omstandigheden.”

Wenen wordt een beetje zijn tweede thuis. Daar brengt hij het grootste deel van zijn jeugd door. Ook omdat zijn vader op zeker moment beslist dat hij níet opnieuw verhuist voor zijn werk maar voor zijn kinderen en stabiliteit in hun leven kiest. “Dat reizen is in het begin niet zo’n probleem, maar als je in je tienerjaren komt, ga je vaste vriendschappen maken. Bij elke verhuizing wordt dat een groter issue, zeker ook voor mijn zus die zeven jaar ouder is dan ik. Zij vond het echt niet tof meer om steeds weer opnieuw te moeten beginnen.

Daar kwam het sporten van mijn broers en mij bij. Voor Unilever kon mijn vader door naar een functie in Kopenhagen of Atlanta. Mijn broers en ik waren inmiddels deep into sport en toen heeft mijn vader gedacht: Kopenhagen heeft geen sportcultuur, sowieso geen hockey, wat we in die tijd al deden, en in Atlanta zijn er enkel sporten waar ze niks mee kunnen. Dus hij koos voor ons, zegde zijn baan op bij Unilever en ging iets anders doen in Wenen.”

Want vergeet niet, dat Wenen heel erg tof is. Hertzberger leunt naar voren, alsof hij samenzweerderig alle topgeheimen van de leukste stad van Europa gaat prijsgeven. “Iedereen heeft het over Londen, Parijs, Milaan, maar Wenen is pas écht fantastisch. Het is de ideale mix tussen de traditionele wereld van de kasseien en paardenkoetsen en de wereld van Sisi aan de ene kant, en het hypermoderne met geweldige skybars en prachtige architectuur aan de andere kant. Tel daar de beste infrastructuur van het continent bij op en je hebt een wereldstad. Wenen staat niet voor niets elk jaar in de top-5 van beste steden om in te wonen. Het is schoon, veilig en alles is makkelijk bereikbaar.”

‘Mijn passie is hockey. Daar sta ik mee op en daar ga ik mee naar bed. Dat is de enige manier waarop het lukt’

Bescheidenheid

Toch ruilt hij uiteindelijk Wenen weer in voor Rotterdam. De reden: hockey. “Mijn broers gingen naar Rotterdam om te studeren en ik bleef alleen achter in Wenen met mijn ouders. Ik hockeyde er al en ik kon ook meedoen met een professionele voetbalclub. Ik had selectietrainingen gedaan, maar dat was geen denderende ervaring geweest. Een beul van een coach, een Joegoslaaf, had in de stromende regen anderhalf uur tegen ons lopen gillen. Jezus, wat is dit, dacht ik.

Toen zeiden mijn broers: ‘Als je iets met hockey wil, dan moet je nu naar Rotterdam komen. Je kunt dan nog twee jaar jeugd meepikken en dan heb je nog net kans op aansluiting met de top.’ Dus toen zijn we teruggegaan.” Hij glimlacht voorzichtig als hij toevoegt: “En zo kon mijn moeder stiekem ook iets beter mijn broers in de gaten houden, denk ik.”

Hertzberger schrok behoorlijk toen hij terugkwam. Hij was gewend dat de leraren een soort verlengde waren van je opvoeding. “Zag een leraar in Wenen je roken, dan werden je ouders gebeld. En op mijn eerste schooldag terug in Nederland, zag ik op het schoolplein een leraar een vuurtje vragen aan een leerling! Dat was even schakelen.

Maar veel erger: ik was Wenen gewend, waar ik een groep van twaalf vrienden had. Dat waren twaalf nationaliteiten en als je bij elkaar over de vloer kwam, gedroeg je je naar de standaard van dat gezin en hun cultuur. In Nederland was er maar één nationaliteit die ertoe deed: de Nederlandse. De rest, dat waren ‘de allochtonen’. Wat? Wie zijn dat? En waarom gooi je iemand uit Azië op een hoop met iemand uit Afrika? Dat is serieus bekrompen. Alleen al om die reden raad ik elk gezin aan een tijdje in het buitenland te wonen. Het maakt je bescheidener over je eigen achtergrond en situatie.”

Gedrevenheid

Hertzberger was gefocust op sporten en werd daarin niet afgeremd door zijn ouders. “Ik denk dat mijn vader wist: als je iets wilt bereiken in de sport, dan moet je er vol voor gaan. Commitment tonen en alles ervoor geven. Dat halve werkt niet. Op een gezonde manier zorgden mijn ouders ervoor dat ik mijn school haalde en ook altijd tijd had om te sporten. Ik weet nog dat ik een keer geen zin had om te trainen en huiswerk als excuus gebruikte. Mijn moeder heeft me naar de club gesleurd: je committeert je aan een team. Dus ga je trainen. Die discipline hoort bij een teamsport.”

Wat die discipline met zich meebrengt, als je de focus hebt om écht heel goed te willen worden, is dat je je richt op de dingen die je ‘ervoor doet’ om de top te bereiken en niet op de dingen die je ‘ervoor laat’. “Die vraag krijg ik wel vaak: wat moet je ervoor laten om de top te bereiken?’ Maar ik denk niet zo. De dingen die ik moet laten wegen veel minder zwaar dan de dingen die ik extra doe. Mijn passie is hockey. Daar sta ik mee op en daar ga ik mee naar bed. Dat is de enige manier waarop het lukt. En dat geldt voor alles, of je nou een topjournalist wil worden of een topastroloog. De vraag die je iedere keer moet stellen, is: wat doe ik elke dag om dat doel te bereiken? Ik heb nooit moeite gehad om aan te geven waar mijn grens ligt, om dingen niet te doen als ze niet goed voelden voor mij. Omdat ik een doel heb. Als je écht gepassioneerd bent, laat je je niet omlullen door anderen.”

Ook niet als het even tegenzit. En die tegenslag heeft Hertzberger ook gehad. Binnen drie maanden na zijn terugkeer zat hij bij het nationaal team onder achttien. Maar weer drie maanden later werd hij eruit gekegeld. Technisch goed, tactisch nog niet ver genoeg. “Het heeft me twee jaar gekost om me terug te knokken. Zonder dat er iemand naast me stond om me daartoe aan te sporen. Ik speelde in het tweede, maar zei feestjes af als ik moest spelen met het tweede team. Ze verklaarden me voor gek en ik antwoordde alleen maar: ‘Maar ik ga naar de Olympische Spelen.’ Gingen ze nog harder lachen. Tot ik erbij was in Beijing in 2008. Toen snapten ze het ineens. Het is een pure vorm van gedrevenheid en passie voor het spelletje.”

Volharding

Wat het ook is: de snijdende teleurstelling van afgewezen worden omzetten in doorzettingsvermogen. Bij die afwijzing niet denken: krijg dan maar de tering. Nee, jezelf oprichten en er alles aan doen om te laten zien dat ze het bij het verkeerde eind hebben. Het overkomt hem nog twee keer. “Natuurlijk is er ook plek voor de teleurstelling. Je moet daar niet overheen walsen. Maar wat kun je anders, als je een droom hebt, dan doorgaan? In 2012 was ik de laatste die afviel voor de Olympische Spelen. Dat was een geweldige deceptie. Ik deed er een stapje bovenop en kwam sterker terug. Daardoor zat ik in 2016 in Rio de Janeiro weer bij de nationale ploeg. We speelden niet goed en toen hebben ze alle dertigplussers geslachtofferd. Ook daar heb ik me niet bij neergelegd en ik ben anderhalf jaar bezig geweest om terug te keren. Anderhalf jaar laten zien dat ze een verkeerde keuze gemaakt hadden door mij aan de kant te schuiven. Anderhalf jaar lang zorgen dat de bondscoach gewoonweg niet om je heen kán.

Zo volhardend zijn, dat moet wel in je zitten. En dat zit misschien juist in de wedstrijden bij Heren-2 op zondagochtend ergens in Dordrecht-Zuid in de striemende regen op een kutveld. Als je ook dan laat zien dat je de beste bent, kom je er wel. Ik zie te vaak jonge gasten die vinden dat ze een duwtje van iemand moeten krijgen en die balen als ze met het tweede mee moeten. Maar dan denk ik dus: laat op dat kutveld zien dat je daar niet thuishoort in plaats van te gaan zitten mokken. Ze hebben geen geduld meer, gaan naar een andere club om in het eerste te spelen, maar komen dan wel een divisie lager uit. En die talenten zijn vervolgens voorgoed verdwenen. Ik heb het zo vaak gezien. Natuurlijk heb je heel af en toe iemand met een god given talent, een Messi of Ronaldo. Maar vergeet niet: die gasten zijn mentaal zo ontzaglijk sterk. Ook voor hun is talent alleen niet genoeg om keer op keer op keer dat bizarre niveau te halen. Zij moeten ook elke dag trainen, want er is niet een knopje dat ze in kunnen drukken waardoor hun lichaam ineens andere dingen kan dan jouw of mijn lichaam. En dat trainen is 95 procent van wat je doet als sporter. Daar moet je herhalen volgens de stelregel: repeat till you get it right, then repeat till you can’t get it wrong. En dát is mentaliteit en de voedingsbodem voor die mentaliteit is die pure passie.”

Maar wie eenmaal aan de top staat, is er zeker nog niet. Het grootste gevaar, is het oordeel van ‘de anderen’. “Je bent op je best als je je totaal vrij en dus niet beoordeeld voelt. Dat gebeurt meestal als je een periode achter elkaar goed bent. In sport zeggen we dan: je bent in vorm. Maar vorm is niks anders dan een state of mind. Je krijgt geen andere benen onder geschroefd of zo. Kijk maar naar Messi bij Barcelona. Dat is zijn achtertuin. Hij heeft zoveel betekend voor die club, dat hij zich nooit beoordeeld voelt en puur op zijn intuïtie kan spelen. Daar komt wel een zekere ratio bij kijken. Dat klinkt tegenstrijdig, maar ik kan het met een voorbeeld uitleggen. Ik weet: normaal gesproken lukken drie van de vier acties die ik maak. Als mijn eerste actie mislukt, is de kans dat mijn volgende actie wél lukt dus alleen maar groter. Dan moet ik die volgende actie dus juist maken. Door zo te denken, creëer je rust in je kop en kun je intuïtief blijven spelen.”

‘Vorm is niks anders dan een state of mind. Je krijgt geen andere benen onder geschroefd of zo’

Loyaliteit

Zowel op het veld als erbuiten is Hertzberger een zeer loyaal persoon: “Ik speel al mijn hele leven bij dezelfde club in Rotterdam. Ik heb het geduld om kwaliteit te leveren en de juiste dingen te doen. En dan vindt het universum vanzelf een manier waarop de dingen op hun plek vallen voor je. Waar ik een hekel aan heb, is luiheid. Het maakt me niet uit of mijn kinderen postzegels gaan verzamelen of neurochirurg willen worden. Je moet je passie vinden en dan de gedrevenheid hebben er iets mee te doen. Ik denk wel dat er veel mensen zijn die zeggen gepassioneerd te zijn, maar die er niet voor willen werken. Je hebt verlangen, de wens om iets te bereiken. Dat heeft iedereen wel. Maar heb je ook het commitment om ervoor te strijden? Verlangen is makkelijk, maar kun je het vertalen naar het idee: oké, dan ga ik het maar doen ook. De drang om van je talent een mentaliteit te maken en all the way te gaan, dat is ware passie. Pas dan ben je in staat om de kansen te grijpen die onherroepelijk voorbijkomen om werkelijk de top te bereiken.”

In die zin is Hertzberger dus ook nog niet klaar met het Nederlands hockeyteam. De sportman in hem kan nog niet de handdoek in de ring gooien, want die top zit nog in hem. “Ik zit even niet bij Oranje. Maar als ik zelf al ga roepen dat ik ermee stop, weet ik zeker dat het nooit meer terugkomt. Dan is het hoofdstuk definitief afgesloten. En de bondscoach heeft de deur nog niet in mijn gezicht dichtgegooid. Ik geloof wel dat ik inmiddels met mijn vrouw moet onderhandelen als de bondscoach me zou bellen. Want vergeet niet dat spelen voor Oranje betekent dat je 185 dagen per jaar op pad bent. Heel veel trainen en ook heel veel weg zijn. Bij de Olympische Spelen ben je vijf weken weg, en dat is wel een dingetje als je eenmaal kinderen hebt. Maar tegelijkertijd: ik moet binnenkort ook uitleggen waarom papa niet in Oranje staat.” Hij schiet in de lach: “Dat vind ik wel een dingetje, want mijn zoon is mijn grootste fan. Maar goed, er komt onherroepelijk een moment dat mijn lichaam het niet meer aankan om op het absolute topniveau te sporten.”

Als het moment komt dat die stick toch echt naar de meterkast verbannen moet worden, ambieert de international geen verdere hockeycarrière: “Dat voelt als the easy way out. Ik heb toch altijd een zeker ongemak gevoeld over het feit dat ik met sport mijn centen verdien. Dat ze vragen wat je ernaast doet als je zegt dat je hockeyer bent. Alsof het een uit de hand gelopen hobby is, terwijl anderen een baan vonden in ‘de normale wereld’. Inmiddels heb ik me kunnen verzoenen met mijn sportcarrière, weet ik dat ik prima kan zeggen dat ik er niks naast doe omdat ik olympisch kampioen wil worden. Maar toch blijft het te makkelijk voelen om in de sport te blijven hangen. En ik zou het echt gewoon interessanter vinden om een andere kant op te gaan. Misschien wel in de sport, hoor, maar dan meer zoals Frank Arnessen bij Feyenoord of Marc Overmars bij Ajax, die in de directie zitten. Daar zou echt een nieuwe uitdaging liggen.”


Palmares

2007 Debuut Nederlands hockeyteam
2008 Olympische Spelen Beijing (vierde)
2009 Speler van het jaar hoofdklasse
2013 Nederlands kampioen met HCR
Speler van het jaar hoofdklasse
Topscorer in de hoofdklasse
2014 WK (zilver)
World League (goud)
2015 EK (goud)
2016 Olympische Spelen
Rio de Janeiro (vierde)
2017 Topscorer in de hoofdklasse
2018 WK (zilver)
Topscorer in de hoofdklasse
2019 Topscorer in de hoofdklasse
2021 EK (goud)

Jeroen Hertzberger speelt bij Hockey Club Rotterdam, waar hij inmiddels 347 scoorde in 425 officiële wedstrijden. Ook komt hij uit voor de nationale ploeg: hij speelde 267 interlands en scoorde 127 keer. Op het EK 2021 versierde hij in de slotseconden van de wedstrijd een strafcorner, waardoor Oranje naast tegenstander Duitsland kwam. In de beslissende shoot-out won Nederland.

Sinds 2013 runt hij Thundersports, een merk voor onderkleding, en hij vlogt via het YouTube kanaal hertzbergertv waarop hij zijn hockeykennis en –ervaring deelt.