Rotterdammers maken Rotterdam

De Hampthons van Rotterdam

Lisa Bakker Tekst
Chris Bonis Beeld

Voor Robert Lagerman is de ontsnapping uit de stad uniek. De eigenaar van de barbershop Hotel New York is ook een eilander. Wanneer de barber met zijn voet in de boot stapt, begint zijn weekend pas echt. Op naar zijn weekendhuis op de Bergse Plas.

Robert woont samen met zijn vrouw en zoon in het centrum van Rotterdam. De sirenes hoor je vaak loeien, een sterk contrast met de rust en kalmte op het eiland. “15 jaar geleden had ik de behoefte om een vakantiehuis in de natuur te hebben. Even uit de drukte van de stad.” En dat vakantiehuis vond hij op een eiland in de Bergsche Plas. Niet de meest voorkomende plek om te ontvluchten uit de stad. De huisjes op de eilanden worden meestal generatie op generatie overgegeven. “Wij hadden geluk. Ik raakte in gesprek met iemand die een huisje had op één van de eilandjes en zo is het balletje gaan rollen.”

‘Toen ik acht jaar was, knipte ik het haar van mijn vader al in de zaak’

Chesnuteiland

Toen Robert het huis kocht was het nog een bouwval. Inmiddels is het huis 60 vierkante meter groot en bevat het alles wat zijn hartje begeert. Om het huis loopt een grote, traditionele veranda. “Het doet mij vaak denken aan de Hampthons in New York”, zegt Robert lachend. “Het zijn eenvoudige huisjes, maar het gevoel om aan de drukte van de stad te ontsnappen en tot rust te komen in de natuur is wel hetzelfde.” De eilandjes zijn alleen te bereiken per boot en buren zien elkaar alleen wanneer ze dat willen. “Je hebt natuurlijk goed contact met de buren, maar ik ben ook graag op mezelf. Wij buren onder elkaar noemen ons wel eilandbewoners. Dat schept ook al een band.”

Op het eiland staat een grote kastanjeboom die al meer dan honderd jaar oud is. Niet zo gek dat het ook wel Chesnuteiland wordt genoemd. “Je moet je huis en grondgebied natuurlijk goed bijhouden. De gevallen bladeren opruimen, bomen en struiken bijhouden, het is ook werken. Toen ik hier net kwam had ik de fout gemaakt om een moestuin aan te leggen. Dat leek mij wel leuk. Maar dat moet je echt elke week bijhouden. Na anderhalf jaar was die moestuin dood”, herinnert hij lachend.

Historische barbershop

De barbershop in Hotel New York is een fenomeen, maar weinig mensen zullen het niet kennen. De kappersgenen zitten bij Robert in het bloed. “Sinds 1884 zit mijn familie in de kapperswereld. We zijn altijd in Rotterdam gevestigd geweest.” Knippen is Robert met de paplepel ingegoten. “Toen ik acht jaar was, knipte ik het haar van mijn vader al in de zaak. Mijn opa was een herenkapper en mijn vader was een dameskapper. Ik ben ook opgeleid tot zowel dames als heren kapper. Toch begon dertig jaar geleden bij mij te kriebelen dat ik een barbershop wilde. Ik wilde de luxe van nu in een kapperszaak combineren met de mannensfeer uit een café. De zaak is nu niet de grootste, maar heeft zeker wel het mooiste uitzicht.” Vanuit de barbershop heeft Robert de stad zien groeien tot het moderne Rotterdam van vandaag. “Ik zag hoe de Erasmusbrug gebouwd werd met alle grote flats en torens eromheen.”

In het historische Hotel New York heeft Robert het gevoel dat de familiegeschiedenis goed tot zijn recht komt. “Het is een karakteristiek gebouw en dat zie je niet veel in Rotterdam.” Op zijn team kan Robert bouwen, iets waar hij erg dankbaar voor is. “Ik heb een geweldig team achter mij staan, waaronder mijn partner Anne, echt mensen waar ik op kan bouwen. Mijn zoon studeert aan de universiteit en gaat waarschijnlijk niet de kapperswereld in. Ik ga de zaak niet snel verkopen, maar het is fijn om te weten dat je een team hebt die de barbershop draaiende kan houden.” Maar met Chesnuteiland als tweede huis lijkt zijn toekomst druk genoeg. “Ik heb nu echt het beste van alle werelden. Als ik in contact met mensen wil zijn ga ik naar de barbershop. Als ik mijn voordeur uit loop ben ik zo in het centrum van de stad. En voor een beetje tijd alleen? Dan spring ik op de boot naar mijn eiland.”