Rotterdammers maken Rotterdam

Leven op Zuid: hart, handen en hoop

Karin Koolen Tekst
Rick Arnold Beeld

Anuska Klaverdijk en Frank Kreuk weten uit eigen ervaring wat armoede is, én ze kennen Rotterdam-Zuid als hun broekzak. Met Stichting Leven op Zuid bieden ze praktische hulp aan gezinnen die worstelen met regels, geldgebrek en uitzichtloze bureaucratie. Anuska: “Armoede is iets wat je overkomt. En het kan iedereen overkomen.”

Het metaalachtige geklik van een ratelsleutel klinkt uit de schuur achter de woning aan de Bredenoord in IJsselmonde. Frank buigt over een fietsframe. “Ik betaal er maximaal vijftig euro voor op Marktplaats”, zegt hij zonder op te kijken. Lampje erop, belletje checken, sticker van de stichting op de stang: binnen een week staat deze fiets bij een gezin dat het nodig heeft. Want terwijl officiële instanties worstelen met stapels papier en lange wachttijden, werkt Frank op het tempo van de straat. Mensen zonder papieren of met onzeker werk krijgen bij loketten vaak nul op rekest. Frank geeft niks om loonstrookjes of bankafschriften; hij ziet de nood en handelt.
In de woonkamer is het ondertussen warm. Een goedgevulde boekenkast, een keuken die gezellig uitpuilt, koffie die staat te pruttelen. Bij de tuindeur een rek met schoenen. Anuska zet de mokken op de eettafel. De jongste hond van het gezin, een Pocket Bully van een jaar oud, schiet ondertussen als een stuiterend projectiel door de kamer. “Ze is echt puppy-zacht hoor”, lacht Anuska, “maar ik doe haar even in de bench, anders blijft ze gaan.”
Op tafel staan tientallen plastic bakken klaar. Morgenochtend gaan ze gevuld op pad. Bestemming: de Prins Willem-Alexanderschool. In totaal 144 boterhammen. “Zoveel kinderen komen zonder eten naar school”, zegt Anuska. “Voor hen is zelfs een simpele boterham al bijzonder.” Het is slechts één van de acties van Stichting Leven Op Zuid, die sinds 2023 actief is op Rotterdam-Zuid en zich inzet voor armoedebestrijding. “Armoede is voelbaar en zichtbaar in de wijk. Niet iedereen kan zomaar bij bestaande voorzieningen terecht, en er zit vaak schaamte op. Bij ons kan iedereen over de drempel komen. Er is geen oordeel, alleen een helpende hand.”

Bevriezen

Frank en Anuska kennen armoede uit eigen ervaring. “Wij zijn belastingtoeslagenaffaire-slachtoffers”, stelt Frank, terwijl hij aanschuift. In 2008 klapte zijn bedrijf in licht en geluid door de bankencrisis. Hij herpakte zich als docent, maar na een ongeluk en hersenletsel begon het pas echt: het ‘getreiter’ van de Belastingdienst. Frank belandde op de beruchte FSV-lijst. “Ik was een fraudeur volgens hen. Als ze mijn BSN intypten, verscheen de pop-up: ‘Fraudeur’. Dan werd ik onbeschoft behandeld of werd de hoorn erop gegooid.”
Twaalf jaar leefde het stel onder de beslagvrije voet. De tol was zichtbaar en pijnlijk: “Ik kon mijn zorgverzekering niet betalen. Vijf kiezen braken simpelweg af omdat er geen geld was voor de tandarts.”

Frank Kreuk
Frank Kreuk

Anuska vond intussen de weg door het bureaucratische doolhof. “Veel mensen in armoede bevriezen van de stress”, weet ze. “Ze sluiten zich op, laten brieven dicht en zien de boetes zich opstapelen.” Zelf bleven ze bellen, zoeken, praten. De deurwaarder kreeg een kop koffie aangeboden. Zelfs toen er niets was, zorgden Frank en Anuska dat de kinderen er niets van merkten. Dankzij regelingen als de RotterdamPas en het Jeugdsportfonds konden ze het leven toch een beetje kleur geven. “Met de RotterdamPas, die we gratis kregen, deden we het hele jaar leuke dingen. Met een oude caravan gingen we naar Frankrijk. Kinderen stonden gratis op de camping, we bakten pannenkoeken… Je moet je waardigheid behouden, ook als je niets hebt.”

Helden

Ondertussen is de armoede in veel Rotterdamse wijken schrijnend. “De stad heeft fantastische regelingen en fondsen”, zegt Anuska. “Maar het idee dat armoede ooit helemaal verdwijnt? Dat is een utopie. Het leven wordt simpelweg onbetaalbaar.”
Frank vult aan: “Boodschappen, energie, telefoons… alles is duur. Armoede blijft, dus hulp moet er ook blijven. Gelukkig zijn er veel stichtingen en vrijwilligers die zich inzetten.” Die hulp voor hun eigen stichting komt van Rotterdamse helden zoals Herman den Blijker en Nick de Kousemaeker van Restaurant Goud. “Zij helpen ons al jaren met het kerstdiner”, zegt Anuska. “Ze maken een gangetje, laten schorten maken. Zonder zulke steun, evenals die van ondernemers als Vopak, Ahoy en Rdam (kledingmerk, red.), zouden we dit allemaal echt niet kunnen doen.”
Want het tweetal doet véél. Die 144 boterhammen per dag en het jaarlijkse kerstdiner in het Huis van de Wijk zijn slechts het begin. Met een subsidie van twintigduizend euro van Essent knappen ze sinds kort ook kinderkamers op. “Je wil niet weten hoe sommige kinderen hier leven”, vertelt Anuska, terwijl ze naar de keuken loopt om een nieuwe ronde koffie te zetten. “Op de grond slapen op een oud matrasje, zonder gordijnen, tussen kille gipsplaten of witte kalkmuren… het is echt treurig.”
Frank gaat erheen met dochter Nina, zij doet de styling, en samen toveren ze de kamers om tot een plek waar een kind weer kind kan zijn.

‘Je hebt recht om mee te doen en dat recht moet je pakken’

En dan dus de fietsen. Frank vertelt over een moeder met een dochter die elke dag vier kilometer naar school in Ridderkerk moest lopen. “Geen geld voor de bus, geen fiets. Dat zijn derde-wereldpraktijken in Rotterdam.” Frank gaf het meisje een fiets, en toen hij de moeder later op diezelfde fiets boodschappen zag doen, kreeg zij er ook één. “Onbewust doe je veel met zo’n fiets. Je maakt hun wereld weer groter. Je zet mensen letterlijk in beweging en geeft ze hun vrijheid terug.”
Die steun fietst ook geregeld de wijk uit: samen met zijn zoon Vinnie bracht hij onlangs een fiets naar een negentienjarige Syrische jongen in het AZC in Bergschenhoek. “Ik zag mannen in de rij staan voor blauwe bonnetjes. Met zo’n bonnetje mag je douchen. Als de bonnetjes op zijn, heb je pech. Vier bedden op een kamer, drieënhalf jaar wachten… Deze mensen willen gewoon een menswaardig bestaan. Help ze dan.”

Recht om mee te doen

Frank begrijpt de logica van veel regels, maar ziet ook hoe het systeem in de praktijk wringt. Zoals bij die familie die hun huis moest verkopen om voor een uitkering in aanmerking te komen en vervolgens in een sociale huurwoning belandde met hogere maandlasten dan hun oude hypotheek. Frank: “Dat is toch de wereld op z’n kop?”
Die kloof tussen beleid en praktijk maakt hem strijdbaar. “Ik heb jarenlang VVD gestemd”, zegt hij, “maar ben overgestapt naar D66. Veel mensen op Zuid stemmen helemaal niet. Wij stimuleren ze om juist wél te gaan. Stem op wat je belangrijk vindt, of dat nu PVV is, DENK, D66, wat dan ook. Het gaat erom dat je je stem laat horen, dat je invloed uitoefent. Wie zwijgt, laat het systeem beslissen over jou. Je hebt recht om mee te doen en dat recht moet je pakken.”
In 2026 ligt de focus op wat nu al zijn vruchten afwerpt. Er is genoeg te doen, en er zitten nog veel meer plannen in de pijplijn. De erkenning van hun eigen leed kwam trouwens een aantal jaar terug met een excuusbrief van Rutte én dertigduizend euro compensatie. “Dat is natuurlijk welkom”, stelt Anuska. “Maar er zijn zoveel mensen die dat geld nu beter kunnen gebruiken. Gelukkig groeit de stichting en kunnen we heel wat mensen op Zuid blij maken. Alles met geweldige subsidies, donaties en vrijwilligers.”