Cricket in Rotterdam

Thuis

Hij herinnert het zich nog goed, de Pakistaanse kinderen die op het pleintje voor zijn huis cricket speelden. Even daarvoor was Alexander Whitcomb (31) begonnen aan zijn masteropleiding aan de Rotterdam School of Management, de faculteit voor bedrijfskunde van de Erasmus Universiteit, en met zijn vriendin in Bloemhof geland.

“Cricket is – samen met rugby – de nationale sport in Zimbabwe, een oude kolonie van Engeland. Het waren verplichte sporten op de middelbare school. Ik vond het allebei vreselijk (lacht) maar toen ik die jongens voor mijn deur zag spelen, voelde dat als een warm welkom in Rotterdam.”

Whitcomb werd geboren in Harare, de hoofdstad van Zimbabwe. Met zijn ouders verhuist hij op jonge leeftijd naar Marondera. “Dat dorp stond bekend om de particuliere scholen waar kinderen van de rijke boeren in de regio heengingen. Mijn vader kreeg een baan als docent op een kostschool. Ons gezin had het niet heel breed en normaliter hadden mijn ouders zo’n prestigieuze school nooit kunnen betalen, maar omdat mijn vader er les gaf, kon ik er ook naartoe.”

Hij blikt terug op een mooie tijd. “Ik leerde op jonge leeftijd al om een kamer te delen, om met anderen samen te leven. Na school speelden we altijd buiten. Iedereen was ook altijd op straat. Het was zo’n gemoedelijk stadje waar je elkaar kende en overal binnenliep.”

Het tij keerde in Zimbabwe. Het land kampte al langer met inflatie maar in 2008 schoot die inflatie naar elf miljoen. Verkiezingsfraude, een nieuwe coalitie en en door dubieuze keuzes van toenmalig regeringsleider Mugabe ging het economisch bergafwaarts met het land. “De landen van de rijke witte boeren moesten worden vrijgemaakt; dat waren de ouders van mijn schoolgenoten. Ik heb veel van hen zien vertrekken.” Nee, grimmig werd het niet, zwaar wel. “Toen de tijd aanbrak om te gaan studeren, hadden veel van mijn vrienden de mogelijkheid om in Engeland of Zuid-Afrika te gaan studeren. Ik koos voor het betaalbare Nederland, waar mijn moeder nog familie had in Groningen.”

Met aanvankelijk weinig enthousiasme maar desondanks met de nodige zenuwen in zijn lijf, toog de 19-jarige Whitcomb naar ons koude kikkerlandje. Hij begon aan een bachelor in Middelburg. “Ik werd daar altijd gewaarschuwd voor Rotterdam. Men vertelde me er vooral níet heen te gaan. Onveilig, ongezellig, hard, lelijk...” Whitcomb trok zich niets aan van de goedbedoelde waarschuwingen en trok voor zijn masteropleiding Strategic Management naar onze havenstad. Samen met zijn vriendin, die hij in Middelburg had leren kennen, betrok hij een antikraakwoning in Bloemhof. “Een achterstandswijk, zo zei men, maar ik voelde me meteen thuis.”

En niet alleen door de cricketspelende jongens voor zijn deur. “Het leek op Zimbabwe”, vertelt Whitcomb met pretlichtjes in zijn ogen. “Mensen leven buiten, er klinkt muziek uit openstaande ramen, met onze huisbaas dronk ik soms een biertje op de stoep. Rotterdam is oprecht multicultureel. Multiculturalisme is hier geen holle frase, het werkt echt. Mensen van allerlei etniciteiten en achtergronden leven met elkaar samen. Niemand kijkt raar naar de ander, je kunt zijn wie je bent.”

Wat hem verraste? “Hoe modern het was! Heel ‘New York’, met hoogbouw, strakke architectuur.” Zijn favoriete plek in de stad is een heel specifieke: achter de Jumbo op Zuid, die bij Rijnhaven, is een plekje aan het water. “Ik kwam er al toen ik nog op Zuid woonde en nog steeds kom ik er graag als ik even wil uitwaaien. Vanaf de kade heb je een fenomenaal uitzicht op de stad, vooral s’avonds, op die ballen in het water, de skyline... Ik kan er uren zitten!”

De stad komt je niet aanwaaien, vervolgt Whitcomb. Je moet haar leren kennen. “Maar dan ontvouwen zich de leukste plekken voor je. Zoals die nieuwe plek naast de biergarten, waar nu een arcade is met karaoke en flipperkasten. Te gek! Ik speel ook graag frisbee in het Vroesenpark. En ik ontbijt graag ‘Op ’t dak’. Ken je Dr. trouwens, die verborgen cocktailbar? Ik ga niet teveel verklappen, maar zeg wel: zorg dat je er een keer komt. Het is waanzinnig!”

Whitcomb woont met zijn – inmiddels – vrouw op de Kleiweg. Een iets te witte wijk naar zijn smaak, maar wel een fijne buurt. Het tweetal verwacht in maart hun eerste kindje. Voorlopig blijven ze dus in de stad, waar Whitcomb alweer een aantal jaren voor de Erasmus Universiteit werkt, maar niets in de toekomst in zeker. “We zien wel welke kansen zich voordoen. Ik wil dolgraag ooit nog naar de bergen, misschien wel naar Nieuw-Zeeland om daar te wonen. Maar Rotterdam heeft voor altijd een plek in mijn hart.”