SCP-onderzoek: ‘Het is een rotstad, maar wel míjn rotstad’

Direct, ‘niet lullen maar poetsen’, grof taalgebruik, eerlijk, open en multicultureel. Dat is typisch Rotterdams in een notendop. En dat bevestigen drie focusgroepen Rotterdammers. Het Sociaal en Cultureel Planbureau ondervroeg hen over een Rotterdamse en Nederlandse identiteit en de mogelijke spanning daartussen.

Ook al komen de (stereo-)typeringen over Rotterdam moeiteloos voorbij, of er nou echt zoiets als een Rotterdamse identiteit bestaat, valt nog te betwisten. Wat wel meteen duidelijk is: iedereen voelt zich verbonden met de stad. Rotterdam zorgt voor een gevoel van trots: “Het is een rotstad, maar wel míjn rotstad.” Rotterdam is ook een inclusieve stad. Iedereen die er woont hoort er gewoon bij: “Je woont daar, ja dan ben je Rotterdammer. Of je nou bent geboren of getogen, dat maakt niet uit - dat maakt allemaal geen zak uit, als je daar woont, ben je Rotterdammer.” Dat heeft er volgens hen mee te maken dat de stad altijd al een plek van komen en gaan van verschillende culturen is geweest. Een Limburgse Rotterdammer zegt hierover: “172 nationaliteiten in een stad, maar ondanks die diversiteit is iedereen wel Rotterdammer.” Ze denken overigens wel dat buitenstaanders Rotterdammers taalbarbaren vinden, met hun ge-‘ja joh’, ‘het kost duur’ en overal een ‘t’ achter zetten.

‘Rotterdam is een inclusieve stad; iedereen die er woont hoort er gewoon bij’

Groos of niet

De trots die deze Rotterdammers voor hun stad voelen, vertaalt zich niet automatisch in groos zijn op Nederland. Een jonge, geboren en getogen Rotterdamse vertelt dat ze niet meer zo trots is op haar land: “Ik vind gewoon tegenwoordig met alle drama rond de islam en de Zwarte Pieten discussie en zo, [..] ik vind het allemaal een beetje... bekrompen en individualistisch, allemaal aan jezelf denken.” Tussen Nederland en Rotterdam zien ze vooral overeenkomsten: Rotterdam is een beetje gemiddeld Nederland. Maar in hun optiek klagen en zeuren Nederlanders meer dan Rotterdammers. In Rotterdam is het devies: 'niet zeuren, gewoon doorgaan'. Nederlanders zijn ook gieriger en minder gastvrij dan Rotterdammers. Daar staat tegenover dat een Rotterdammer nóg directer van aard is dan een gemiddelde Nederlander en eerder wegkomt met het schelden met ziektes en het maken van foute grapjes dan anderen.

‘Nederlanders zijn gieriger en minder gastvrij dan Rotterdammers’

Friese Rotterdammer

Van een eventueel spanningsveld tussen een Rotterdamse en Nederlands identiteit is dan ook niet echt sprake. In het dagelijks leven schakelen Rotterdammers moeiteloos tussen allerlei identiteiten. Fraaie zelfomschrijvingen zijn hiervan getuige zoals Friese Rotterdammer, Sittards meisje in Rotterdam, Rotterdamse Nederlander of Rotterdammer/Nederlander/Limburger en daarna Marokkaan.

Een groep Limburgse Rotterdammers zit wel soms in een spagaat. In Limburg worden ze inmiddels als te direct ervaren, terwijl ze in Rotterdam vervelende opmerkingen kunnen krijgen over hun Limburgse achtergrond. Maar Rotterdam blijft desondanks wel hun rotstad.

Peggy Schyns werkt als onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en woont in Rotterdam. Samen met collega Lotte Vermeij onderzocht ze de regionale en Nederlandse identiteit. Wil je meer lezen over hun onderzoek over Rotterdamse, Limburgse en Gooise identiteiten, ga dan naar de site van het SCP en klik op H16 Regionale identiteit.