'There's something rotten'

Interview met Inez Weski

Ze is de ‘grande dame’ van de strafrechtadvocatuur. Bevlogen, gedisciplineerd, werkend om te winnen. Riekt een vraag naar het persoonlijke? Dan zwijgt ze abrupt. Voor het overige geen gebrek aan prikkelende opinies. Inez Weski over Rotterdam als betonnen executieplaats, het stille genot van een verweer en sterven in het harnas. 

Inez Weski is sinds 1978 strafpleiter. Duizenden pleidooien voerde ze, in rechtzalen overal ter wereld. Onder haar clientèle mensen als Desi Bouterse, Guus Kouwenhoven en ‘Sister P’. Ze houdt kantoor aan de Westersingel. Haar werkkamer op de eerste verdieping is aan drie zijden omgeven door zwartfluwelen gordijnen. Ook op deze zonnige dag vormt de schemerlamp een onmisbare lichtbron. Ze is zoals altijd gehuld in het zwart. En ze is vrolijk. Voortdurend klinkt haar gulle schaterlach.

'Je moet nooit zelf met het lijk gaan slepen' 

U werkt 51 weken per jaar, zeven dagen per week. Is dat uit gedrevenheid, plichtsbesef of gewoon omdat u uw werk leuk vindt?
“Alle drie. Als ik ergens aan begin, wil ik het afmaken. En wil ik winnen. De mens en zijn functioneren, dat vind ik een interessant gegeven. Je hebt enerzijds met mensen te maken, anderzijds met abstracties zoals regels. Het kleine van individuen onderling en het grote van de overheid. Daar zit het recht als cement tussen.”

U wordt omschreven als een pitbull in toga.
“Och, ik weet het. Dat is ooit zo geformuleerd. Maar ik ben tegen het doorkweken van honden.”

U wordt gevreesd door het Openbaar Ministerie. Waarom?
“Omdat ik niet opgeef. En als ik denk: there’s something rotten dan wil ik dat uitvechten. En dan maakt het mij niet uit of ik vrienden of vijanden maak. Hoewel ik wel tracht met respect voor de andere figuranten in het proces te handelen. Daarnaast moet je de juridische bagage hebben. Dat zijn de twee elementen. De wil en het kunnen.”

U noemt uzelf erg achterdochtig, een plus in uw vak. Waar komt die achterdocht vandaan?
“Zo ben ik grootgebracht. Dat zit in mij. Ik zou willen dat er meer mensen achterdochtig waren. Naïeve mensen worden tot prooi.”

Het kan toch ook lekker zijn om naïef door het leven te stappen?
“Die kneuterigheid, ja. Dat moet je ook kunnen waarderen. Je kunt het aanschouwen en denken: ik wou dat ik zo spontaan was. Maar dat zal bij mij helaas niet meer gaan.”

Wat wilt u bereiken in de advocatuur?
“Ik hoop dat ik uiteindelijk kan zeggen dat ik een factor in het behoud van een rechtsstaat ben geweest. Ik ben maar een klein figuurtje in het geheel. De macht ligt bij de wetgever. Die heeft de apparatuur. En jij moet daar tegenin zwemmen.”

Hoe is het met onze rechtstaat? Is Nederland een rechtvaardig land?
“Het is op dit moment redelijk droevig gesteld. Ooit was er een gedachte dat er een scheiding der machten was, dat een rechter onafhankelijk hoorde te zijn, dat de officier zijn werk doet, et cetera. De werkelijkheid is nu dat je als verdachte geconfronteerd wordt met een soort anoniem proces waar je nog heel weinig invloed op wordt gegund. De repressie en het knevelen van de verdachte in zijn verdedigingsmogelijkheden, die gaan in Nederland steeds verder richting eindpunt.”

Ik dacht dat we het hier vrij keurig geregeld hadden?
“Dat is absoluut niet het geval. De straffen zijn zowat verdubbeld de laatste tien jaar, het detentiesysteem is versoberd, verdachten zitten tot in lengte van dagen in voorlopige hechtenis en vervolgens zit je tot in de eeuwigheid te wachten op je vonnis. Nederland is een van de toplanden als het gaat om de lengte van voorlopige hechtenis. Dat maakt wanhopig. In de Verenigde Staten heb je mensen die twintig jaar wachten tot hun doodstraf voltrokken wordt. Een kwelling, die maakt dat men zegt: ‘Please, hang me nu maar op, geef me die spuit nou maar.’ Dat effect krijg je hier ook.”

U wilt dat tij keren?
“Daar wil ik een bijdrage aan leveren. Nog iets. Nu wil men criminele burgerinfiltranten in gaan zetten. Hoe durft men dat voor te stellen! De schaamteloosheid! De geschiedenis leert kennelijk niets. Men weet wat er gebeurt als een wijkagent te lang in één wijk zit. Of wat er met die politie-infiltranten is gebeurd (rechercheurs importeerden drugs om zo bendes op te sporen, red.). Die teams moesten worden opgeheven, omdat ze uit de rails liepen. De mens is een kuddedier. Als je hem in een kudde zebra’s zet, morft hij tot zebra. Dan kun je niet verwachten dat hij jou nog loyaal zal zijn. En dan wil men criminele burgerinfiltranten inzetten! De overheid als crimineel. Geen enkele controle is mogelijk. Men zegt: ‘Zo kunnen we meer boeven vangen.’ Want dat klinkt goed. Nee. Boeven vang je door je werk goed te doen met al die middelen die al bestaan.”

'Hoe durft men dat voor te stellen! De schaamteloosheid!' 

U komt op voor de rechten van verdachten. Dat is tegenwoordig geen populaire boodschap.
“Nee. Je wordt nog net niet gelyncht. Het is alsof je van de vereniging ter bevordering van de misdaad bent. Het opsporingsapparaat werkt nog met allerlei versnipperde diensten en lijkt dit gemankeerd functioneren met de uitbreiding van bevoegdheden te willen afdekken. Alsof je een dubbelloopsgeweer aan een peuter geeft ter bestrijding van een spelfout.”

Wat maakt een zaak voor u interessant, lekker?
“Dat is dubbel. Ik doe bijna alleen nog maar hele grote, complexe, internationale strafzaken met dozen vol dossiers. Dat complexe, dat gevecht dat je aangaat, dat trekt me aan. Het is als een groot internationaal schaakbord. Maar soms denk ik: ik wou dat ik weer eens een simpele politierechterzaak had. Anderzijds: zo’n eenvoudige zaak bevredigt dan weer niet.”

Waar zit die bevrediging precies in?
“Wat je aan genot beleeft in strafzaken, dat gebeurt in stilte. Het is een eenzaam beroep. Het kan gebeuren als een verweer tot wasdom komt, ik kan genieten van bepaalde redeneringen als ik schrijf. Ook kan ik soms oprechte waardering opbrengen voor redeneringen van rechters of andere juristen.”

Kan een zaak bevredigend zijn als uw cliënt wordt veroordeeld?
“Zeker. Een zaak is niet alleen gewonnen als er een vrijspraak is. Onschuld behoort beloond te worden door vrijspraak. Maar zo loopt het natuurlijk niet altijd. Het kan zijn dat een zaak eindigt met een veroordeling, maar dat er toch recht is gedaan. En dat is dan ook goed. Als ik win, zult u me ook niet zien springen. Als ik verlies denk ik: op naar de volgende ronde.”

Inez Weski weigert geen enkele zaak op voorhand. Tegen de Volkskrant zei ze ooit: ‘Je doet strafrecht of je doet het niet. Ik ken geen ergheidsfactor. Ik breek ook nooit m’n hoofd over de vraag of iemand schuldig is, want hoe kun je dat zeker weten?’

U verdedigt verdachten van moord, mensensmokkel, drugshandel. Hoe voorkomt u dat u verstrikt raakt in de activiteiten van uw cliënten?
“Ik heb een duidelijke grens. Die straal ik kennelijk ook uit. Ik ben niet de vriend van de cliënt. Die verhouding is er helemaal niet. Ik ben de advocaat.”

Cliënten in afzondering vragen hun advocaat soms om gecodeerde boodschappen door te geven. U gebruikte ooit dit voorbeeld: ‘Zeg tegen Fred dat hij het vlees uit de ijskast haalt.’ Vrij vertaald: haal onmiddellijk die coke uit de kelder.
“Ja, haha. In datzelfde programma zei ik ook dat je nooit zelf met het lijk moet gaan slepen. Want dan word je onderdeel van het dossier. Maar ik maak dat niet mee, ik kan goed nee zeggen.” 

U bent veel op tv te zien. Is dat een stukje ijdelheid of grijpt u vooral de kans aan om over uw vak te spreken?
“Het zwaartepunt moet altijd bij mijn vak liggen. Ik word zo’n vier keer per week gevraagd voor lezingen, interviews, openingen en tv-programma’s. Maar ik kan niet overal verschijnen, zeg steeds vaker nee. Het is soms maar net wat klikt. Wat direct afvalt, is alles wat met persoonlijke zaken te maken heeft.”

U schermt dat heel erg af.
“Volledig. Mijn privé-leven gaat niemand wat aan. Dit is mijn werk, dit is de publieke persoon en wat ik verder voor hobby’s of afwijkingen heb, daar heeft niemand mee van doen. Het houdt op bij de stoep.”

Ik wilde weten waar u woont, waar u bent opgegroeid. Begeef ik me op glad ijs?
“Een beetje. Ik woon ergens buiten. Ik heb hier in Rotterdam gestudeerd, laten we het daar op houden. Dat is een publiek geheim.”

'Nee, dat is geen populaire boodschap. Je wordt nog net niet gelyncht' 

Volgens Wikipedia bent u in Rotterdam geboren.
“Nou, daar wil ik niets over zeggen.”

Voelt u zich verbonden met de stad? Of is dat weer op ’t randje?
“Een beetje. Ik wil niet al te ver terug gaan in het verleden. Maar het werken hier, dat heb ik altijd aangenaam gevonden. Rotterdam is het Chicago van Nederland. Vanuit het verleden met de haven is het een werkstad, hard, rauw. Die mentaliteit spreekt me aan. Ik houd van direct.”

Is er trots?
“Nou... ik ben ook geen nationalist. Ik kan me helemaal niet plaatsen in de gedachte dat mensen zich volledig hysterisch, ontdaan van alle ratio, achter een specifieke ploeg scharen. Maar laat ik het zo zeggen: ik wens het beste voor de Rotterdammer. Ik zit hier zo lang dat ik wel graag zie dat het goed gaat.”

Gaat het goed met Rotterdam?
“Het zou beter kunnen gaan.”

Hoe?
“Als je de leefomgeving veraangenaamt, krijg je betere, gelukkigere inwoners. Dát is wat deze stad hoort te doen. Er moeten meer bomen komen, meer struikgewas. Anders wordt Rotterdam één grote, betonnen executieplaats. Neem het Schouwburgplein. Dat is een soort teppanyakiplaat met troosteloze plassen water en gaten waar je hakken in blijven steken. Men vergeet wel eens dat de mens ook maar een biologisch wezen is. Het is bewezen dat ziekenhuispatiënten die aan de wegkant liggen minder snel genezen dan patiënten met uitzicht op groen. Rotterdamse bestuurders vinden dat je de bevolking vooral fysiek in het gareel moet houden. Maar dat leidt niet tot het goede.”

Rotterdam loopt voorop qua preventief fouilleren en cameratoezicht.
“Dat bedoel ik. Psychisch heeft dat een enorme impact. Zodra je de deur uitstapt, ben je verdachte. Dat is Rotterdam. Repressie. Controle. Betasten. Hele gebieden zijn aangewezen tot zones waar men preventief mag fouilleren. Hier aan het begin van de Westersingel wordt men door de politie en de fiscus als struikrovers van de weg gehaald om te worden onderworpen aan een volledig fysiek en financieel onderzoek. Zomaar, omdat je bijvoorbeeld jong bent en in een auto zit. We leven in één grote gevarenzone. In navolging van Rotterdam zie je ook in andere steden steeds meer camera’s en allerlei systemen om gezichten te herkennen. Het ligt als een beklemmende deken over ons heen.”

U pleit voor de menselijke maat in een stad. Ook qua architectuur.
“Architectuur moet verbonden zijn met schoonheid. Een stad heeft grote, open plekken nodig, mooie pleinen. Dat hebben we hier niet veel, dat is kennelijk duur. De ruimte moet blijkbaar volgebouwd worden, liefst met foeilelijke, modernistische rommel. Ik vind heus niet dat alles terug moet naar Oegstgeest. Maar de balans is doorgeslagen. Veel wijken zijn opgeknapt, prima. Maar op de Wilheminapier hebben ze al die veemgebouwen gesloopt, op één veempje na. Er is teveel blinde hoogbouw, kolossen zonder begin of eind, zonder structuur.”

Misschien is Rotterdam gewend geraakt snel te bouwen?
“Snelheid kan ook gepaard gaan met esthetiek, met fantasie, met reliëf. In Crooswijk wordt op dat gebied nu wel iets aardigs neergezet. Het gaat ook om diversiteit in een stad, qua bouw en qua mensen. Jong en oud moeten prettig kunnen samenleven, zonder bemoeienis van autoriteiten. Zo komen we terug bij af. Rotterdam zou zijn bewoners moeten respecteren als mens. En daar ontbreekt het vaak aan.”

Iets anders. In de top van de strafrechtadvocatuur bent u een van de weinige vrouwen.
“Ik zie mensen niet als man, vrouw, gorilla, wat dan ook. Ik registreer dat niet als bijzondere factor. Ik kijk naar wat iemand doet. Edoch, ik weet natuurlijk wel hoe de verdeling is. Ik schrijf ook een column voor Opzij, dus dat deze discussie bestaat, is mij niet geheel ontgaan. In de top van de strafrechtadvocatuur zijn inderdaad minder vrouwen. Een verklaring kan zijn dat vrouwen vaker in deeltijd willen werken. Dat is in mijn vak niet te doen. Je kunt een zaak niet verdelen, je moet het zelf doen van begin tot eind. Dat vereist honderd procent inzet.”

Bestaat het glazen plafond?
“Tot op zekere hoogte. Het hangt af van de branche. Er zijn sectoren waar men nog helemaal vastgeroest in de sigaren zit, waar angst is voor vrouwen. De emancipatie loopt in Nederland achter. In landen als China, Frankrijk en de Verenigde Staten hebben ze de emancipatie geforceerd. Iedereen moest werken. Hier is de emancipatie geregisseerd langs ouderwetse, folkloristische weg. Vroeger zat de vrouw thuis op het erf en de man op het land. Die situatie is vertaald naar het bedrijfsleven. Nederlandse vrouwen werken relatief veel thuis of parttime.”

'Mijn privé-leven gaat niemand wat aan. Het houdt op bij de stoep' 

Sommige vrouwen gaan zich mannelijk gedragen om serieus genomen te worden.
“Je moet vooral jezelf blijven. Maak hoogstens een verbeterde versie van jezelf, maar probeer nooit een ander na te doen. Dat houd je niet vol. Ken jezelf. Ken je eigen sterkten en zwakten.”

Kan het zijn dat mannen zich geïntimideerd voelen door vrouwen?
Schaterlach. “Ja! Zo hoort het ook! Maar in mijn eigen praktijk heb ik daar geen last van. Mannen schikken zich.”

Inez Weski kleedt zich sinds jaar en dag in het zwart, haar ogen dik omrand met eyeliner, opvallende ringen aan de vingers. Gothic mogen we dit niet noemen, dit is gewoon waar ze zich prettig in voelt.

Als het over u gaat, gaat het vaak al snel over uw uiterlijk.
“Ja, maar dat valt toch mee?!”

Wordt u daar niet moe van?
“Zeker niet. Ik heb nooit de neiging gehad om een Chanel tweedpak aan te trekken. Het verbaast me soms wel. Kijk wat er allemaal om mij heen loopt! Van die volkomen gemorfte, dichtgeplamuurde figuren. Los daarvan: je ziet vooral iemands kracht en energie. Iemand met zelfvertrouwen wordt aantrekkelijk gevonden. Dat is onderzocht. Wie zichzelf mooi vindt, wordt ook mooi gevonden. En iemand die eruit ziet als een Ken kan een volkomen dooie, lege huls zijn.”

'Ik heb nooit de neiging gehad om een Chanel tweepak aan te trekken' 

Is er iemand die u bewondert?
“Ik ben erg van de afdeling autodidact. Dus zorg dat je de persoon wordt die je wilt zijn. Bovendien: je kent anderen nooit echt. Je ziet hoogstens de publieke kant. Je kunt dus alleen maar kijken naar wat iemand gedaan heeft. Mensen kennen mij ook niet. Ze kunnen wel zien wat ik doe. Daar ben ik aansprakelijk voor. De rest is franje. Wat voor mij telt, is of mensen zich hebben doen kennen als iemand met een geweten en daarnaar gehandeld hebben.”

Dat maakt iemand een goed persoon?
“Ja. Dat zijn er niet veel. Het gaat om mensen die zichzelf ontstijgen, mededogen tonen, zichzelf voor het goede inzetten. Mensen die tonen tegen de massa in te kunnen gaan, die nog oog hebben voor the rule of law, de rede, de objectiviteit. Dat is iets heel anders dan je laten onderdompelen en mee laten sleuren door emotie.”

Dat laatste is wel van toepassing op Nederland anno 2013?
“Volkomen! Er is veel populisme. Ik zat in een commissie die de rechtstatelijkheid van verkiezingsprogramma’s analyseerde. De conclusie was ontluisterend. Er worden besluiten genomen die niets met feiten van doen hebben, er worden oplossingen gepresenteerd voor niet bestaande problemen. Rede speelt geen rol meer.”

Wordt u gelukkig van uw werk?
“Dat is niet een variabele die meespeelt in mijn werk. Men kan slechts voort.”

Tot slot. Uw leven bestaat uit werken. Wat gaat u doen na uw pensioen?
“Nou, ik vrees dat de meeste advocaten sterven in het harnas. En mocht ik ooit wel met pensioen gaan, dan vermoed ik dat ik gewoon kluizenaar word. Als ik dat al niet ben.”