De zeven liedjes van Joke Bruijs

Interview

Op en top Rotterdams is ze. Ze zit nooit stil en staat ook niet echt stil bij het feit dat ze ouder wordt. Joke Bruijs gaat het podium pas af als ze niet meer twee uur achter elkaar op van die beangstigend hoge naaldhakken kan staan. Maar wie denkt dat ze alleen maar op het toneel is, heeft het mis. La Bruijs houdt van warmte en gezelligheid. Ze vangt haar eigen leven in zeven liedjes.

Ze zingt zomaar zachtjes voor zich uit terwijl ze de enorme kamer in komt op naaldhakken waar je U tegen zegt. “Een broodje?”, vraagt ze moederlijk. “Wel dooreten, hoor”, knipoogt ze, waarna ze twee schalen neerzet, in de keuken nóg twee schalen haalt en haar manager toeroept: “Heb je voor een heel weeshuis gesmeerd?” Ze wijst even richting het drinken en gaat dan staan voor de coverfoto. Op die beangstigende stiletto’s, met strak zittende zilverkleurige glitterbroek en een wit strapless topje. Tussen de klikken van de camera door, wijst ze op het verbluffende uitzicht. Vanuit de balzaal die de woonkamer van haar manager is, kijk je naar Kralingen, Zuid en Delfshaven. In één oogopslag. Joke Bruijs spreekt hier graag af: “Er gaat niets boven dit uitzicht. Iedereen is overdonderd. Op die ene fotograaf na. Die zei niets. Ja, na een half uur wees hij richting Kralingen en mompelde: ‘Daar woont een vriend van me, geloof ik.’ Hij kwam uit Amsterdam en kon het gewoon niet hebben. Dat uitzicht. Over deze stad.” Ze lacht en maakt een wegwerpgebaar. “Dat gedoe tussen die steden...”