Wat is wel / niet gers in Rotterdam?

Drie Rotterdammers aan het woord

‘Meer doen voor fietsers’

“Rotterdam kent weinig beperkingen. Dat vind ik gers. Het is een ambitieuze en innovatieve stad. Niet bang om te veranderen. Niet bang om zichzelf opnieuw uit te vinden. Dat zie ik ook terug in de organisatie waar ik werk. Ontwikkelingen in de geneeskunde worden snel en met veel enthousiasme opgepakt. ´Nee, dat kan niet´ wordt niet snel gezegd. Er wordt altijd gekeken naar mogelijkheden. Rotterdam wil vooruit. Dat is voor iedereen zichtbaar. Wat ik niet gers vind, is dat er onvoldoende nagedacht is over wat alle veranderingen voor fietsers betekenen. Zo is het Centraal Station prachtig, maar wanneer ik door de spoortunnel fiets, moet ik allerlei rare slingerbewegingen maken tussen auto´s en voetgangers door. Rotterdam mag daar wel wat beter over nadenken. Voor zowel de mobiliteit als het stimuleren van een gezonde levensstijl.

Michelle Michels, Cardioloog Erasmus MC


‘Het mooiste OV-netwerk’

“Toen Rotterdam mij tien jaar geleden vroeg directeur te worden bij de RET heb ik geen moment getwijfeld. Rotterdam is zo gaaf. De clichés ‘geen woorden maar daden’ en ‘niet lullen maar poetsen’ zijn gewoon echt waar. Ik ben gevraagd te innoveren en ik heb alle ruimte gekregen dat te doen. Kijk alleen al naar de metrolijn richting Den Haag. Begonnen met zevenduizend reizigers, nu zijn het er veertigduizend. Het is zo gers dat Rotterdam écht de ruimte biedt voor ontwikkeling. De stad krijgt steeds meer het imago van een echte wereldstad. Werken in zo’n grote stad is kick, alleen krijg je ook te maken met de schaduwkanten. We geven jaarlijks meer dan 30 miljoen euro uit aan veiligheid, maar het gebeurt nog steeds iedere week dat personeel een tik voor zijn bek krijgt of bespuugd wordt. Daar baal ik van.”

Pedro Peters, Algemeen directeur RET


‘Speeltuin voor creatieve sector’

“In de creatieve sector is space erg belangrijk. Wat ik tof vind, is dat je in Rotterdam meer dan genoeg ruimte krijgt. Om je ideeën te bedenken, en uit te voeren. Het is hier nog niet zo afgemeten. Het is hier nog een beetje onontgonnen. Dat maakt Rotterdam net een speeltuin. Niet alleen voor de creatieve sector, ook voor bijvoorbeeld het uitgaansleven. Wat er bij BAR, Bird en Annabel gebeurt is echt te gek. Rotterdam blijft voor mij een groot dorp. Central district, de Hofbogen, Witte de With, en dan ben je er al bijna. Dat is de charme van Rotterdam. Dat we nu op allerlei lijstjes staan, een toeristenbus hebben en er grote plannen zijn voor enorme flagshipstores bij het Stadhuisplein vind ik niet gers. Dat moeten we toch helemaal niet willen? Rotterdam is selfmade en heeft een ijzersterk karakter. Laten we onze authenticiteit niet verliezen.”

Léon Kranenburg, Creative director WOAU!