De Verborgen Helden van Gers!

Verborgen Helden

In de rubriek Verborgen Helden staan altijd bijzondere mensen die ontzettend veel passie en plezier hebben in wat ze doen voor Rotterdam. En daar eigenlijk liever geen ruchtbaarheid aan geven. Ze vinden het zelf vaak niet eens zo bijzonder wat ze doen. Ze werken op rare tijden, vrijwillig naast een betaalde baan of doen gevaarlijk werk. Bovenal doen ze ‘gewoon’ hun ding. En dat geldt ook voor de mensen achter Gers! Wouter van Lieburg, Arjen van Riel, Edwin Veekens en Sander Grip. Als je het voorwoord van Gers! leest, weet je in ieder geval wie Van Lieburg, Van Riel en Veekens zijn. Echt verborgen zijn ze niet, deze grondleggers van Gers!. Grip is misschien wel wat lastiger te vinden: als hoofdredacteur staat hij gewoon op alfabet tussen de foto’s van alle makers. Niks hiërarchie. Iedereen is een maker. In dit jubileumnummer staan de vier heren stil bij de start van het magazine en bij de vraag hoe zij het volhouden. Ook al vinden ze dat zelf de gewoonste zaak van de wereld.

Wouter van Lieburg

“Hoe het ooit begonnen is? Nou, gewoon als grap”, zegt Van Lieburg. “Arjen, Edwin en ik zaten in café Melief Bender en bedachten dat we graag iets terug wilden doen voor Rotterdam. En ook om eens een tegengeluid te geven aan dat gemopper op Rotterdam. Zoveel negativiteit! Alleen de negatieve zaken kwamen in het nieuws, maar niet de mooie dingen die hier ook gebeurden. En de Rotterdammers zelf mopperden nog het hardst. Wij wilden af van dat second city syndrome.” Wouter van Lieburg zijn ogen gaan weer glimmen als hij aan die gerse begintijd denkt. Dat was in november 2012. Inmiddels is hij naast Gers! heel druk met zijn andere kindjes, internetbureau Studio418 en Het Rotterdams Warenhuis. Als trotse founding father draagt hij zijn blad nog steeds een warm hart toe.

Hoe dan?

“We dachten: wat kunnen wij nou doen of maken voor Rotterdam? Uiteindelijk bedachten we dat we een magazine wilden maken. Echt een mooie glossy, waar al die verhalen in staan van al die mooie plekken en mensen die wij kenden. Als statement en als positief signaal. Edwin had toen een drukkerij en had papier over. Arjen en ik hadden samen toen nog een reclamebureau, dus we hadden de middelen om een blad te maken. We hebben die eerste editie in drie of vier weken in elkaar gedraaid. Met hulp van heel veel mensen; waarvan ik Serga van Roon speciaal wil noemen. Zij heeft toen bergen verzet. We vierden de eerste editie natuurlijk met een feestje in Melief Bender!”

Geen volgende Gers!

En toen werd het een succes: “Het dak eraf in Melief. En iedereen zei: wanneer komt de volgende? Maar dat was niet het idee! We hadden geen bladformule, geen makers en geen plan om zo’n duur blad uit de kosten te houden. Want we zouden het bij één editie houden.”

Toch wel

Maar het Rotterdamse bloed kroop toch, waar het niet gaan kon. ‘Mijn vrouw Mascha Correljé heeft de eerste en huidige bladformule gemaakt. Want eerlijk – die eerste editie had natuurlijk geen echte indeling. Maar aan onderwerpen en inspiratie geen gebrek!

Het is wel elke editie nog spannend of we kostendekkend zijn. En kostendekkend betekent toch ook vaak dat wij nog wat bijleggen. We willen namelijk niet onze ziel verkopen en de inhoud volledig door iemand anders laten bepalen. Dan zouden we uiteindelijk toch een commercieel blad maken en dat is niet de bedoeling.”

Rozengeur en maneschijn

“We kregen in het begin niet alleen maar complimenten, trouwens. Er was ook kritiek, ook in de media. Dat niemand zat te wachten op zo’n optimistisch blad. Dat we dat ‘positieve gedoe’ niet zouden volhouden. Nou, moet je nu eens kijken! Ik ben in ieder geval nog steeds waanzinnig trots op Gers! en alle makers en lezers. Ik hoop dat we nog lang alle mooie kanten van Rotterdam kunnen laten zien.”


Sander Grip

“Ja, hoe kom je bij Gers!? Nou, zoals de meeste makers: die melden zich spontaan aan. Ergens vanaf editie 6 zou ik aanschuiven, maar het werd al editie 5. Die oranje met Quintis Ristie op de cover. Er viel iemand uit, dus ik kon meteen aan de bak. Dat was een paar dagen nadat ik mijn mailtje had gestuurd naar toenmalig hoofdredacteur Serga van Roon.”

Grip is de man van de inhoud. Naast zijn baan als freelancejournalist en hoofdredacteur bij het ministerie van Justitie en Veiligheid is hij ook hoofdredacteur van Gers! Hij weet hoe je een blad runt. Elke editie is bijna een persoon voor hem. Zoals de juf in de klas haar kinderen kan karakteriseren en herkent, zo kent Sander ‘zijn’ edities. De grijze, die zoveel ellende gaf. Die ijsblauwe, die toch nog net op de nipper gered kon worden. Alle edities vindt hij bijzonder: “Omdat het zo mooi is dat we dit samen maken.” Vanaf de negende editie werd hij hoofdredacteur, of beter gezegd: “Die felgele met Richard Groenendijk. De enige cover waar de coverpersoon je niet aankijkt.”

Gers! flikt het hem

Gers! verschijnt onregelmatig en de makers per blad wisselen. “Dat is ook de charme. Je moet het doen met de mensen die er op dat moment zijn. Ik heb als hoofdredacteur geen pressiemiddelen. Ik kan niet zeggen: ‘Hier heb ik je niet voor aangenomen.’ Net als voor mij, is het voor alle redacteuren en fotografen allemaal vrijwilligerswerk. Maar ik heb zelden zo’n gemotiveerde groep gezien. Gers! is voor iedereen die showcase, waarin je je beste werk toont, in een fantastische vormgeving. En als je het blad dan tijdens de lancering voor het eerst echt in handen hebt, zijn we allemaal zo trots. Hebben we het toch weer geflikt, hè, lees je op al die gezichten.”

Doen wat bij je past

“Omdat er geen afrekencultuur is, voel je de vrijheid om met nieuwe ideeën te komen. En kun je als schrijver het artikel maken waar jouw hart sneller van gaat kloppen en je als fotograaf die speciale sfeer of dat mooie moment kunt vastleggen. Daar let ik, samen met eindredacteur Karin Koolen en beeldredacteur Marieke Odekerken, speciaal op.

Zelf meldde ik me aan omdat ik weer grotere verhalen wilde schrijven; rond de drieduizend woorden. Kom daar maar eens om. Bij Gers! kan het, bijvoorbeeld bij de coverpersonen die ik altijd interview. Het grootste compliment dat ik daarover ooit kreeg, is dat ik grootheden menselijk maak. Er komen verhalen naar voren die nog niet eerder geschreven zijn over die persoon. Dat hoor ik ook van de geïnterviewde zelf. Kim Holland bijvoorbeeld. Haar verhaal ging over echte intimiteit, niet over platte seks. Ze is zo gewend dat iedereen naar die vuige seks vraagt, dat ze de hele tijd toespelingen maakte. Ik ging er niet op in; ik wilde echt weten wat zij verstaat onder intimiteit. Later belde ze me op: ‘Dit was het mooiste interview dat ik ooit heb gehad.’”

Kloppend hart

“Gers! heeft nu nog als ondertitel Rotterdam op z’n best. Ik denk dat dat nu wel voldoende belicht is: de stad is hot and happening. Wij willen graag laten zien dat Rotterdam om de mensen gaat. Rotterdam heeft in zekere zin haar hart nooit verloren: dat zijn de mensen.

Mijn ambitie? Nog heel veel mooie Gersen maken, met en over heel veel mooie mensen. Er zijn nog zoveel verhalen te vertellen. Niet alleen van die bekende stadgenoten. Iedereen heeft een mooi verhaal; juist het verhaal van die verborgen mensen vertellen, vind ik enorm mooi.”

Als echte Verborgen Held wil Sander het niet hebben over trots. Trots neigt al snel naar arrogantie, stelt hij. Dan kijkt hij toch mijmerend naar de kleurige stapel Gersen in zijn woonkamer. “Oké dan”, glimlacht hij. “Ik ben echt wel heel trots.’


Arjen van Riel

“Je zou kunnen zeggen dat we ons doel bereikt hebben. Rotterdam staat nu wel positief in het nieuws! Het is bijna niet meer te geloven dat er acht jaar geleden nog zo’n negatieve sfeer rondom en in Rotterdam hing. Precies toen bedachten wij om een tegengeluid te geven. En gelukkig is er in al die jaren veel veranderd. Ook de vormgeving van Gers! Die eerste editie was natuurlijk wel mooi, maar alle artikelen waren hetzelfde vormgegeven.”

Van Riel is de man van de vormgeving. Naast zijn ontwerp- en directiewerk bij het ontwerpbureau carenza* ziet hij ook toe op het maakproces van Gers! Tekst en beeld moeten op elkaar aansluiten, maar vooral moet het een goed leesbaar blad zijn. “Ik hou van witruimte.”

Gers! is nooit af

“Inmiddels hebben we wel verschillende, herkenbare rubrieken, maar eigenlijk bedenken we elke editie of er nog iets beter kan. Dat zijn overigens ook de enige momenten dat we als hoofdredactie samen zijn: als we de plank bedenken. Verder werkt iedereen vanaf een andere plek. Dat is soms weleens grappig als mensen vragen ‘Waar zit jullie redactie?’ Die vaste plek hebben we dus niet.”

Perfect is saai

Hoewel iedereen zich van zijn beste kant laat zien: fouten maken mag. “Dat is fijn, die vrijheid. Je voelt het vertrouwen onderling. En elke editie sluipen er wel kleine foutjes in. Dat geeft niet. Zo is er die editie met het verkeerde nummer op de rug en er was een keer geen achterflapfoto. Zetten we er een mooi citaat op. Dat zou bij een commercieel blad niet kunnen.”

Een blad ruikt lekker

“Waarom een blad in deze online wereld? Ik hou van een product dat je vast kunt pakken. Een magazine is niet vluchtig, je leest artikelen aandachtig. Je pakt het er nog eens bij. En ik hou van de spanningsopbouw die bij een blad maken hoort. De ideeën, de briefing, de eerste schetsen, het loslaten van de uitvoering, het hopen dat alles weer bij elkaar komt, het vormgeven, het naar de drukker sturen en dan... die eerste doos verse Gersen. Dat magische moment dat alles bij elkaar komt. Ik blader zo’n eerste blad eerst alleen door om eraan te ruiken. Heerlijk. Erdoorheen bladeren en het van alle kanten bewonderen. En ja, wachten tot je de eerste fout ontdekt.”

Gers!-gilde

Nu er voldoende positief over Rotterdam wordt bericht, vindt Van Riel het wel tijd de focus van Gers! iets te verleggen. “Kijk, we blijven natuurlijk inspirerend van aard. Dat hoort bij Gers! Positief en positief kritisch. Nu mag het nog meer om mensen gaan. Zij zijn het kloppende hart van Rotterdam; we hebben het er met elkaar al over gehad. Ik wil ook graag nog meer mensen aan Gers! verbinden. Jonge makers, mensen die dingen anders zien. Het lijkt me tof bijvoorbeeld jonge makers te koppelen aan oude rotten in het vak. Dat we een soort academy of gilde ontwikkelen voor zowel schrijvers als fotografen en vormgevers.”

Rotterdam is nooit af

“Gers! bestaat, omdat de makers nog steeds geinspireerd zijn. En dan bedoel ik niet alleen de hoofdredactie natuurlijk. We hebben ons door dieptepunten heen geworsteld. Editie 16, met Sander de Kramer op de cover was een heel moeilijke productie. Waar ik maar mee wil zeggen dat Gers! niet vanzelfsprekend is. Het is echt elke keer weer een prestatie.”


Edwin Veekens

“Ik weet het nog goed. De eerste Gers! drukten we op papier dat over was in mijn drukkerij. Met alleen maar fijne verhalen erin over Rotterdam. Vanuit het idee dat we een stad niet kunnen maken, maar wel kunnen beïnvloeden.”

Veekens is de man van de verbinding. Naast zijn werk als directeur van Veenman+, zorgt hij dat er voor Gers! een plan is om enigszins uit de kosten te blijven. Dat doet hij ook door zijn netwerk in te zetten en mensen te verbinden. “Dat vind ik het leukste om te doen, mensen op inhoud verbinden, waardoor er weer iets moois ontstaat. Ik kan eigenlijk niks, maar dat wel, haha.”

Verbindend podium

“Het blad is een podium. Daar gaat de verbinder in mij ook weer spreken. Het is een plek waar mensen zich kunnen laten zien. Waar Rotterdam zich kan laten zien. Ik hoop dat lezers ook de plekken en winkels van Rotterdam ontdekken door Gers! Daarom ligt het magazine ook bij winkels die zich met ons verbonden voelen. Je kunt Gers! gratis meenemen, maar dan is het wel zo gezellig als je bij die winkel ook iets koopt. Zo helpen we elkaar. En loop jij als lezer de leuke plekken niet mis.”

Bourgondisch Rotterdam

“Mijn opa was een arbeidsmigrant uit Brabant. Ik moest in het begin erg wennen aan Rotterdam. De stad kwam zo afstandelijk en ruw op me over. Mensen keken de kat uit de boom en gingen liever door met hard werken. Geef mij dat bourgondische Brabant maar, dacht ik in de jaren ’90. Maar ik leerde de mensen kennen en ging overstag. Dat ruwe randje blijft, maar de Rotterdammers laten meer hun hart spreken dan toen ik hier net kwam wonen. En met dat bourgondische is het ook helemaal goed gekomen!”

Het hart van Rotterdam

“In mijn beleving is Rotterdam overigens nooit zijn hart helemaal verloren. We zijn ontzettend geraakt in ons hart, maar we hebben de wilskracht om een zwaargehavend hart weer tot kloppend hart te maken. En als we dan kijken naar wat dat hart is, dan zijn dat niet de gebouwen en bruggen waar Rotterdam om geroemd wordt. Het hart dat zijn de mensen. Zij maken Rotterdam tot wat het is. Het mooie aan Rotterdam is dat je ook niet in Rotterdam geboren hoeft te zijn om je Rotterdammer te voelen.”

Een echte Rotterdammer moppert

“Klagen kunnen we als de beste. Maar kom niet aan Rotterdam! Dat vreemde evenwicht wilde ik positief doorbreken. Want voor je het weet, slaat de dynamiek door. Ben je alleen nog maar aan het klagen, maar doe je niks en ontdek je op een gegeven moment dat je stad niet meer van jou is. Amsterdam bijvoorbeeld: die stad is bijna niet meer van de Amsterdammers, maar meer van de toeristen.”

Vrijgevigheid in je DNA

“Mijn idee is: als het goed gaat met Rotterdam, dan gaat het ook goed met mij. Ik bedoel, ik heb een belang bij Rotterdam. Ik woon hier, leef hier, werk hier, laat hier mijn kinderen opgroeien. Hoe kan ik deze stad helpen? Door mijn tijd en energie ook gedeeltelijk aan vrijwilligerswerk, aan goede dingen te besteden. Door Gers! te maken, hoop ik dat te doen. Ik hoop dat steeds meer mensen en partijen zich daarbij aansluiten, zodat we naast de middenstand ook de grote bedrijven mee krijgen. Samen kunnen we deze mooie stad positief beïnvloeden. Zodat Rotterdam van de Rotterdammers blijft.”