Onvervalste nederbeat met een vet Rotterdams accent

Interview met The Kik

The Kik is een vijfkoppige beatband (denk: jonge Beatles) en bestaat sinds 2011. Na twee Engelstalige liedjes stapte de band over op het Nederlands. Van hun eerste album is vooral ‘Simone’ bekend. The Kik is dit seizoen de huisband van De Wereld Draait Door.

Ze speelden dit jaar al op de Uitmarkt, Lowlands en nu zijn ze ook nog eens gepromoveerd tot de huisband van De Wereld Draait Door. In hoog tempo veroveren de vijf jongens van The Kik het land. Onvervalste nederbeat, mét een vet Rotterdams accent. Zanger Dave von Raven (31): “Mijn leven was altijd al rock-’n-roll.”

The Kik bestaat pas sinds vorig jaar en jullie zijn nu al een succes. Is dit de grote doorbraak?
“Ja, dat kun je wel zeggen. Het gaat echt goed los, dat had ik ook niet verwacht. Maar we komen ook niet helemaal uit de lucht vallen. Ik zit al vijftien jaar in bandjes en ook de andere jongens zijn heel ervaren. Opleiding? Ja, ik heb een jaar klassieke piano gedaan op het conservatorium. Toen werd ik er vanaf gegooid. Ik wilde gewoon in een bandje spelen. Met mijn vorige band, The Madd, hebben we het wel geprobeerd, maar zijn we nooit echt doorgebroken.”

En nu heb je plotseling succes. Hoe kan dat?
“Nou, ik heb wel voor mezelf uitgemaakt dat 2011 het jaar was dat het echt moest gaan gebeuren. Ik ben er voor gegaan. We werken er keihard aan. En dat valt weer samen met het feit dat de mensen ons leuk vinden.”

Wat was jullie hoogtepunt dit jaar?
“Lowlands en de Uitmarkt. Maar ook al heb je succes, optreden kan heel confronterend zijn. Zoals op Lowlands. Ik vroeg me serieus af of er wel mensen zouden komen. Al tijdens het opbouwen liep de hele tent vol. Dat was euforie, man! Ja, we hebben genoeg fouten gemaakt, maar we straalden enthousiasme en positiviteit uit en dat telt. Ook de Uitmarkt was gaaf. De hele Amsterdamse grachtengordel zong mee met zo’n Rotterdams nummer. Dat was heel tof.”

Hoe ziet jullie leven er nu uit?
“Een gekkenhuis. Elke dag is er wel wat. Ik ben nu bijvoorbeeld met jou aan het praten en dat is leuk, maar liever had ik tot twaalf uur op mijn ne.. eh, bed gelegen. We spelen nu zo’n drie à vier keer per week en werken in de studio aan ons tweede album. En ik ben aan het verhuizen. Ik woon antikraak met mijn vriendin, maar nu moeten we weg. We krijgen iets nieuws in Rotterdam, waar weten we nog niet. Best een gedoe. Misschien wordt het wel eens tijd voor een echt huisje.”

Is je leven rock-’n-roll?
“Altijd al geweest. Geen dag is hetzelfde en je bent altijd op pad met de jongens van de band in het busje. We gaan vaak half vier ’s nachts of later slapen, we zuipen wat af en komen om elf uur ons bed weer uit. Maar ik heb wel een vriendin, dus qua meisjes bij mij geen rock-’n-roll.”

Jullie spelen op de grote festivals, maar toeren ook nog steeds langs de kleine zaaltjes in de provincie.
“Ja en dat blijven we ook doen. Ik ga er graag heen, die kleine zaaltjes. Afgelopen zaterdag waren we in Brogum, in Zierikzee en dan word je met open armen ontvangen door hele enthousiaste vrijwilligers. Die vinden het natuurlijk hartstikke leuk dat er een bandje komt dat best wel bekend is geworden. Ze hadden de hele kleedkamer vol gezet met stukjes brie en nootjes weet je wel, echt leuk.”

Jij hebt de meeste teksten voor jullie eerste album, Springlevend, zelf geschreven. Waar haal je je inspiratie vandaan?
“Uit wat ik meemaak in mijn eigen leven en dus ook uit Rotterdam. Ja, want Rotterdam is mijn stad. Het is moeilijk uit te leggen wat er mooi aan is? Dat hoef je je toch niet af te vragen als Rotterdammer? Je komt er vandaan, dus is het mooi. Jules Deelder zei eens: ‘Rotterdam is veel te echt’. Die vind ik wel mooi. Op Springlevend staat een liedje over Willem Koopman. (red. voormalig Nederlands wielerlegende die met zijn racefiets door Rotterdam zwerft). Amsterdam heeft allemaal liedjes over zijn culthelden, wij veel minder. Daarom vond ik het leuk om dat eens te doen. Had ik het nu trouwens alweer over Amsterdam?”

Waarom treden jullie altijd op in een pak?
“Nou, geen gewone pakken, maar handgemaakte Italiaanse. In jaren zestig snit. Van die gewone pakken, die doodgraversdingen, die vind ik vreselijk. Waarom een pak? Ja, in de popmuziek is het blijkbaar nog steeds rebels om in een T-shirtje op te treden. Ik houd daar niet van. Ik vind het leuk om me even aan te kleden. Effe een dassie om, weet je wel. Maar we gaan er natuurlijk nooit uitzien als zakenmannen hè. We houden scherp in de gaten of het wel cool is.”

Worden jullie al herkend?
“Ja en dat vinden we hartstikke leuk. Het is een goed teken.”

Wat is jullie droom?
“Nou, die zijn we nu aan het leven. Dit willen we nog lang volhouden. En verder willen we een nummer één hit en op Pinkpop staan.”