Verborgen heldendom

Column

Ron Bormans voorzitter van het college van bestuur (CvB) van de Hogeschool Rotterdam

Het publiek klapt. De acteur ontfermt zich gretig over de luidruchtige adoratie. Hij zwelgt welhaast. In de coulissen kijkt iemand naar het tafereel en glimlacht. Verborgen heldendom.

De minister kijkt tevreden. Ze leest de zaal en ziet dat haar speech de ogen doen twinkelen. Bij het weglopen, geeft ze haar tekst aan een jonge vrouw, haar speechschrijver, die innerlijk spint van plezier, maar onmiddellijk opgaat in het gevolg. Verborgen heldendom.

Rotterdam glimt. Bestuurders van nu en toen claimen het succes en pronken met die prachtige stad die én zichzelf is gebleven én een metamorfose heeft ondergaan. Het verhaal wordt verteld met verwijzing naar toparchitecten, bij voorkeur met namen die klinken als een Italiaanse maestro. Maar ook de Nederlandse school klinkt in het Rotterdamse eerbetoon. Zeg ‘Koolhaas’ en we denken aan de ‘De Rotterdam’.

De docent Civiele Techniek fietst door zijn stad en glimlacht bij het zien van al dat glas, staal en beton. Daar hebben oud-studenten van hem nog aan gerekend. Eerst moesten ze hard lachen om die onmogelijke gekkigheid die de architect in haar eerste schets verzonnen had. Zichzelf daartoe uitdagend, hadden ze later de constructie gevonden die het mogelijk maakte. Ze waren erbij, bij de opening, glimlachten aan de rand van het podium. Verborgen heldendom.

‘Eerst moesten ze hard lachen om die onmogelijke gekkigheid die de architect in haar eerste schets verzonnen had’

Rotterdam bouwt door. Langzaam maar zeker gaat daarbij de blik van omhoog weer meer naar beneden. Houden we het droog de komende decennia. Een eeuwig vraagstuk, zeker in Rotterdam, waarin we steeds vriendschap sluiten met het water en haar nare kant zien te beteugelen. Een eeuwig vraagstuk dat op scherp staat in een – ogenschijnlijk ongecontroleerde – klimaatdynamiek. Zal tot nieuwe constructies leiden, innovatieve oplossingen, doorgerekend door onze civiele ingenieurs.

Rotterdam is befaamd om haar vermogen aan bouwwerken passende, klinkende namen te geven. Vaak namen met die typisch Rotterdamse relativering in zich. Ik wil meer. Ik wil dat we de mensen in de coulissen meer zichtbaar gaan maken. Dat we het verborgen heldendom in de schijnwerper zetten. Dat we het succes evenwichtig verspreiden.

Het eerste de beste, grote bouwwerk in Rotterdam noemen we: De Ingenieur.