It’s Raining Men!

Interview

Je bent gay en je wilt wat. Een feestje bijvoorbeeld. Rotterdam heeft altijd een actieve gayscene gehad. Maar waar cafébezoekers vroeger voor een kijkluikje stonden en een portier voorbij moesten die streng toezag op wie wel en wie niet binnenkwam, is de gayscene nu open, transparant en geïntegreerd in het Rotterdamse uitgaansleven. Een bredere emancipatie en apps als Grindr hebben het speelveld voorgoed veranderd. Eén ding bleef echter hetzelfde: chagrijnige gezichten aan de bar worden niet getolereerd. En gefeest zal er worden!

Kees Vrijdag (67) herinnert zich de dagen van weleer nog goed. Het is tien uur ’s morgens en in Dudok neemt hij een slok van zijn koffie. “Je had destijds heel veel cafés”, herinnert hij zich. “Amical, Gemini, Chez Michou… Je had Loge 52, die bestaat nog. Bristol, Café Jacques, die was het meest berucht (lachend). Daar gebeurden dingen die het daglicht niet konden verdragen. Je had Afterdark in de Coolsestraat, dat was voorheen de dancing van het COC.” Het Oude Westen was eigenlijk het gay uitgaansdistrict, besluit hij: “Gouvernestraat, Drievriendenstaat, Coolsestraat en Diergaardesingel; in dat kwadrant zaten wel tien bars. Je liep met elkaar een vaste route en iedereen eindigde in de Afterdark, die rol werd jaren later overgenomen door Gay Palace. En de zondagmiddag erna ging je met z’n allen naar de Melody Bar in Schiedam.”

Luikje

The Summer of ‘69, zo noemt Vrijdag het gekscherend. Bezoekers konden destijds rekenen op een dichte deur en een strenge portier. “Die keek via een luikje in de deur en bepaalde of je naar binnen mocht of niet. Het laatste waar we zin in hadden, waren mensen die aapjes kwamen kijken of mensen van de Zedenpolitie.”

Maar als je dan eenmaal binnen was, was het een dolle boel”, belooft hij. “Iedereen was vrolijk. Denk aan de Village People, dat werk. Of It’s raining men. Zat je met een sikkeneurig humeur aan de bar, dan werd je aangespoord gezellig mee te doen. Niet voor niks betekent gay ‘vrolijk’.”

Matrozen en soldaten

Er was destijds één café zonder luikje. Dat was de Cosmo Bar. Piet Gamelkoorn (74), die in 1984 Gay Palace zou gaan runnen, was zeventien toen hij thuis een paar vieux cola wegtikte en het pontje naar het centrum pakte, naar de bar waar hij de volwassenen thuis over had horen praten. “Een ‘potenbar’”, herinnert hij zich de omschrijving lachend. “Zo noemde men dat. Ik kwam binnen, nog wat onwennig, en werd met open armen ontvangen. Het was meteen feest!”

De Cosmo Bar was, samen met ‘t Mandje in Amsterdam, het oudste homocafé in Nederland. De bar werd in 1937 geopend aan de Westzeedijk door een Duitse schippersvrouw, ‘Mutti’, die streng toezag op een tolerante en welkome sfeer. De bar werd veelvuldig bezocht door matrozen die Rotterdam aandeden en tijdens de oorlog kwamen er Duitse soldaten op zoek naar vertier.

Veertig jaar na opening verhuisde de bar van de Westzeedijk naar de Schiedamsesingel. Het was aanvankelijk de eerste uitgaansgelegenheid met een darkroom, iets wat later door veel ondernemers overgenomen werd.

In 2016 sloot het café, nadat de huur verviervoudigd werd, noodgedwongen haar deuren. Het aloude café heeft plaatsgemaakt voor appartementen.

Grindr

Met de jaren is er veel veranderd. Niet alleen zijn er veel minder homobars en -cafés in de havenstad; de gayscene is vooral opener en diffuser geworden. “In de jaren zeventig en tachtig was men nog niet zo geëmancipeerd”, stelt Vrijdag. “Je zocht elkaar noodgedwongen op, get togethers achter gesloten deuren. Er heerste een sterk gevoel van saamhorigheid. Even gezellig en uitbundig doen, helemaal jezelf mogen zijn. Lang niet alle bezoekers waren destijds al uit de kast.”

Rond 2001 gebeurt er ook iets anders in het Rotterdamse uitgaansleven. Met de opkomst van Now&Wow krijgt onze stad een plek waar bezoekers van diverse leeftijden en subculturen, met even diverse etnische achtergronden én seksuele oriëntaties, gemoedelijk door elkaar lopen en samen genieten van de muziek en de vrijzinnige acts. Vrijheid-blijheid, diversiteit en een gemêleerd publiek wordt de nieuwe trend in uitgaan. Tolerantie en een openminded instelling worden belangrijkere delers dan het ‘gay-zijn’.

Een bredere acceptatie van homoseksualiteit en een toename van uitgaansgelegenheden waarin iedereen ‘zichzelf’ kan zijn, heeft het speelveld inderdaad veranderd. Maar ook datingsites- en apps speciaal voor homo’s (Gaydar, Grindr, Romeo) spelen een rol: om iemand te ontmoeten, of om een ‘date’ te scoren, hoef je immers niet meer naar de kroeg. De jongere generatie gays heeft simpelweg minder behoefte aan ‘eigen’ bars of aan darkrooms.

Open keuken

“Als er nu twee jongens of twee meiden in de Skihut staan te zoenen, kijkt niemand daar meer echt van op”, stelt Marc Kabbedijk (34). Hij opende in september 2014 Ferry Rotterdam, de bar en club aan de Westblaak.

Kabbedijk wil pertinent níet het predicaat ‘gay’ op zijn club plakken. Deels omdat hij zich wil richten op een brede doelgroep en de ruimte overdag ook graag verhuurt aan andere groepen, maar vooral omdat iedereen zich welkom moet voelen in Ferry. “En dat lukt heel aardig”, stelt Kabbedijk tevreden. “Hoewel we er in het begin voor moesten waken; onze crew is gay, het netwerk is gay… Maar inmiddels hebben we toch een gemêleerd publiek.”

Qua aanbod gaat het niet slecht met de Rotterdamse gayscene, aldus de jonge ondernemer. “We hebben Loud, de vrouwenbar. Strano zit ieder weekend vol. De Keerweer Parade trekt elk jaar grote artiesten. Het is heel divers.”

Kabbedijk ziet ook dat andere ondernemers actiever inzetten op de LHBT-gemeenschap. “Kijk naar zo’n gayfeest in BAR. En dan is er nog LantarenVenster met het Gay & Lesbian Summer Film Festival.”

Ondanks zijn jonge leeftijd herinnert Kabbedijk zich de oude tijden wel degelijk. “Het was altijd gezellig hoor, zo’n dichte deur en dan een walhalla als je eenmaal binnen was. Dat is niet meer en ergens is dat ook jammer. Het is bijna een stukje folklore dat verloren is gegaan. Maar eerlijk is eerlijk, het is ook niet meer van deze tijd. Als je nu in een restaurant eet, vind je zo’n open keuken ook prettig. Dat geldt ook voor het uitgaan: we willen transparantie, een open sfeer… Daarbij gaan mensen niet meer elk weekend naar een club, zoals vroeger, en ze blijven ook niet een nachtlang hangen. Tel daarbij op de datingsites en -apps en het feit dat mensen graag thúis een eerste drankje en later een afzakkertje doen met elkaar…”

Zelf zit hij allerminst te wachten op de seksuele uitspattingen die vroeger in homobars soms gebruikelijk waren. “Een darkroom? Heftig tongende mensen aan de bar? ‘Doe dat lekker thuis’, denk ik dan. Ik hoef er niet naar te kijken en ik denk velen met mij niet meer. Ik kom naar een feestje voor de gezelligheid, voor de muziek.”

Brand

Overigens had Rotterdam jaren geleden óók al een club waar homo’s en hetero’s gemoedelijk door elkaar dansten. De roerige jaren van Gay Palace staan nog bij menigeen in het geheugen gegrift. Piet Gamelkoorn runde destijds een gay sauna, de Banier, toen hij in 1984 door een krantje bladerde in de - jawel - Cosmo Bar. “Er zou een nieuwe discotheek geopend worden aan de Schiedamsesingel en ze zochten een bedrijfsleider. Ik heb gelijk gebeld.”

Hoewel de discotheek vanaf moment één goed liep en bezoekers vanuit het hele land aantrok, gebeurden er ook ongewenste dingen. Een aangestoken brand, vijf jaar na de opening, staat nog scherp in Gamelkoorns geheugen gegrift. “Ik heb me nooit gediscrimineerd of bedreigd gevoeld, maar natuurlijk gebeurde er weleens wat. Die brand was heftig, binnen was alles verwoest.”

Weer een jaar later stierf zijn compagnon aan aids (“in die jaren stond je bijna wekelijks op een begrafenis”) en nam Gamelkoorn de club over. “Het waren gouden tijden. Het was natuurlijk ook een mooie tent, en altijd druk.”

En véél hetero’s. In die zin liep Gay Palace op de tijd vooruit. “Dat was toch wel een dingetje hoor”, geeft de oud-directeur toe. “Met elkaar spraken we erover hoe we die balans moesten houden.” Hij lacht even hartelijk. “Er kwamen veel heteromeiden omdat ze bij ons ongestoord konden dansen. En er kwamen ook weleens mannen die zich als homo voordeden om juist lekker met die meiden te kunnen dansen.”

In 2007 werd de club tijdelijk gesloten en overgenomen, in 2013 sloot ze definitief haar deuren.

Na de sluiting van Gay Palace viel het Rotterdamse gay-uitgaansleven even in een gat. “Er miste een aanbod tussen één en drie”, weet Vrijdag te vertellen. “In die uren ging men naar Antwerpen, Amsterdam, zelfs Eindhoven of Enschede… Doodzonde. De gemeente heeft die jaren weinig goed gedaan voor het uitgaansleven.”

Dat beaamt Gamelkoorn, die na Gay Palace nog een tijdlang eigenaar is geweest van de Keerweer en nu de winkel Gaytoys runt: “Veel tenten in Rotterdam sloten na 2007, of veranderden. Niet alleen gaybars; het hele uitgaansleven verhardde. Portiers liepen ineens rond in kogelvrije vesten… Jammer hoor, want tot die tijd was het nooit moeilijk geweest om te ondernemen in het (gay) uitgaansleven en was de sfeer altijd goed.”

Hij is er een beetje uit, geeft hij toe. “Ik ben niet meer zo goed op de hoogte van alle nieuwe bars en clubs.” Hij maakt een zijsprongetje: “Ik vraag me wél af of er nu nog genoeg voor ouderen is; zij voelen zich wellicht niet prettig in hippe clubs. Zij zijn misschien wat ouderwetser. En leerbars zijn er bijna niet meer. Nadat de Shaft dichtging, kwam er niets in de plaats. Het lijkt soms wel of er een nieuwe preutsheid ontstaan is.”

Preuts

Preutsheid? Dat herkent ook Remon van Droffelaar (42), beter bekent als Remon Lacroix. Zijn Liberated feesten, die hij in Now&Wow speciaal voor de gayscene organiseerde [de eerste in 2001, red.], waren echter verre van ‘preuts’ te noemen.

“Ik was ontevreden met wat er destijds allemaal te doen was voor gays”, legt hij uit. “Ik vond de feesten veel te plat. Slechte muziek, niet sexy, overal hetzelfde.” Hij begon zijn eigen feesten. “Elke editie had een hilarisch thema. De sky was the limit, alles kon.” Overigens waren de feesten ook voor hetero’s, al was tachtig procent gay. “Niet iedereen kon ertegen”, herinnert Lacroix zich. “Hardcore porno on stage, maar wel in een mooie filmische setting. Het was wel echt de avond van de homo’s. Iedereen was tolerant tegen iedereen en intolerant tegen intolerante mensen.”

“Mensen zijn weer bang geworden”, stelt Lacroix in een telefoongesprek als preutsheid ter sprake komt. “Een tepel op Instagram wordt al geband. Men is op zijn hoede, bang om op de foto gezet te worden, bang om zichzelf teveel te laten zien. Het lijkt wel alsof we, en dan doel ik niet enkel op gays, terug in de schulp gekropen zijn. Het respect op veel feesten is ook weg, het is allemaal agressiever, ook als op het seksualiteit aankomt.”

Leerscene

Net als Kabbedijk gelooft Lacroix niet in hokjes of het predicaat ‘gay’. “De kracht zit juist in diversiteit. Als je in hokjes blijft denken, zal de emancipatie van homoseksualiteit eerder af- dan toenemen. Juist in het uitgaansleven kun je het verschil maken.”

Hoewel Lacroix zelf door heel Europa reist voor leuke feesten en partijen (“er zijn steeds meer mensen die dat doen”) beaamt hij dat het aanbod in Rotterdam rijk en vooral divers moet blijven: “Voor jonge studenten die net uit de kast zijn en voor ouderen die meer te besteden hebben of op zoek zijn naar specifieke dingen. Waar is de leerscene gebleven? Ik kan me voorstellen dat daar nog steeds een markt voor is. Of een undergroundclub waar filmen en telefoons verboden zijn. En het aanbod voor mannen is groter dan dat voor vrouwen. Daar zie ik ook kansen. Ik daag ondernemers graag uit om aan de slag te gaan.” Hij glimlacht: “Misschien moet ik het zelf weer doen!”

We horen het al: werk aan de winkel! Onze bruisende stad is weer klaar voor een even bruisend (gay)uitgaansleven. En dan níet meer achter een gesloten deur, maar juist met een warm en tolerant welkom voor iedereen die naar binnen wil en een dansje wil wagen. En chagrijnige gezichten aan de bar worden niet getolereerd. Hallelujah!