‘Leuker dan dit ga je ze niet krijgen’

Philharmonisch Orkest Rotterdam

Op 9 juni 2018 stond het Schouwburgplein in het teken van de klassieke muziek. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest vierde namelijk haar (exact!) 100-jarig bestaan met een gratis festival: het Eeuwfeest. Vaste bezoekers en nieuwsgierige passanten lieten zich een middag en avond meevoeren door livemuziek. De grote finale: terwijl het orkest in de grote zaal haar laatste thuisoptreden onder leiding van Yannick Nézet-Séguin speelde, konden de mensen buiten op een levensgroot scherm meegenieten.

Een zonovergoten zaterdagmiddag in Rotterdam. Het is bijna drie uur. Het Schouwburgplein is deels afgesloten met hekwerk en voor de vier hoekingangen hebben zich inmiddels groepjes mensen verzameld om naar binnen te gaan. Aan de zijde van De Doelen staan Jan (79) en Geertruida (80) uit Nieuwerkerk. Al jaren zijn ze fervent bezoekers van het orkest; na Jans pensioen schafte het echtpaar twee abonnementen aan. Vandaag zullen zij echter niet in de zaal maar buiten op een klapstoeltje plaatsnemen. “Dit is heel bijzonder”, zegt Geertruida, “en weer eens wat anders toch?” Ze zouden graag verder kletsen maar het hek gaat open. Het tweetal loopt met versnelde pas naar voren en neemt het middelste tafeltje voor het podium in. Een moment later heeft Geertruida twee van huis meegebrachte glazen gevuld met wijn. Jan vult het schaaltje met chips. Laat de muziek nu maar komen.

Rotterdamser

Met het Eeuwfeest zet het Rotterdams Philharmonisch Orkest een kroon op de jubileumactiviteiten die het hele jaar door plaatsvinden. Vandaag is het exact honderd jaar geleden dat het orkest is opgericht. Niet door een welgestelde notabele Rotterdammer, benadrukt directeur Olaf Kroon in zijn openingsspeech, zoals dat destijds vaak het geval was, maar door de Rotterdamse musici van toen die vonden dat de stad een eigen orkest verdiende. “Zij maakten samen een droom waar - in, met en voor Rotterdam. Rotterdamser kan eigenlijk niet.” Het jubileum moest groots en met zoveel mogelijk mensen gevierd worden, stelt hij: “Zowel in de zaal als buiten op het plein.”

Het past bij de huidige missie van het orkest: een nieuw publiek de zaal in krijgen door hen kennis te laten maken, en te beroeren, met de symfonische muziek. Aan de tafeltjes bij het podium hebben vooral vaste bezoekers zoals Jan en Geertruida hun plek ingenomen. Achterin treffen we een ander publiek: een stelletje ligt languit in het kunstgras; de jonge vrouw heeft haar hoofd neergevlijd op de borst van een jonge man. Ze komen uit

Colombia, vertelt Juan als we hen aanspreken. Hij studeerde Scheikunde aan de TU Delft en begint binnenkort met zijn promotieonderzoek. Zijn verloofde heeft zich onlangs bij hem gevoegd en het tweetal woont in Rotterdam-West. Beiden zijn muziekliefhebbers, van salsa tot klassiek. Toch zijn ze nooit eerder naar een concert van het Rotterdams Philharmonisch geweest. “Het kwam er niet van”, stelt Juan terwijl hij zijn schouders in een ietwat verontschuldigend gebaar ophaalt. “Tot vandaag. Dit is toch waanzinnig!” Hij kijkt om zich heen. Jonge kinderen rennen in het rond en spelen met de spinners die de organisatie uitdeelt terwijl hun ouders zich tegoed doen aan een wijntje. Onderwijl zet de Young Trombone Collective de eerste noten in.

‘Klassieke muziek stond ver van me af en ik ben het gaan leren waarderen’

Flabbergasted

We spreken Martin Baai, slagwerker in het orkest. Hij was er vanmorgen al om kwart over negen, vertelt hij, als we een rustig plekje hebben gevonden waar we elkaar goed kunnen verstaan. Hij heeft dan ook een drukke taak: hij werkte mee aan het ontwikkelen van het festival, was nauw betrokken bij de voorbereiding en moet er vandaag voor zorgen dat alles op rolletjes loopt. “Het was een bruisende aanloop”, vertelt hij enthousiast, “vol positieve energie. We zijn natuurlijk niet gewend om een event te organiseren. Het was een kwestie van niet lullen maar poetsen!” Hij lacht: “Ik ben nu al zo trots!”

Tot voor kort combineerde Baai zijn werk voor het orkest met een aanstelling in het circusorkest van Joop van den Ende. “Daar leerde ik groot te denken, denken vanuit een publiek. Dat pas ik hier ook toe.” Als slagwerker in het orkest ben je een groot deel van de tijd aan het wachten op je beurt, stelt Baai. “Ik dacht onderwijl na over hoe we dingen deden en over verbeterpunten.”

Binnenkort stopt Baai als slagwerker in het orkest. “Om me volledig op andere taken te richten. Vanuit de innovatieafdeling denk ik mee over het vormgeven en verbeteren van producties. Ik heb me daarnaast altijd ingezet voor de educatieafdeling, ik geef workshops en trainingen. Het is wonderlijk om samen de kracht van muziek te kunnen ervaren!”

Buiten is Slagwerkgroep EMM inmiddels begonnen met spelen. “Dit is een vreselijk leuke dag”, zegt Baai, genietend van het ritme dat op het podium gespeeld wordt. “Leuker dan dit ga je ze niet krijgen!”

Een gratis concert voor álle Rotterdammers, sprak vanaf moment één tot zijn verbeelding. “Tot ik naar het conservatorium ging had ik nog nooit een symfonieorkest zien spelen - bij ons thuis stond altijd Radio Rijnmond aan. Ik heb zelf ook die reis gemaakt. Klassieke muziek stond ver van me af en ik ben het gaan leren waarderen.”

Hoe kan het orkest volgens Baai meer bezoekers naar de zaal trekken? Hij schudt even zijn hoofd. “Dat is niet mijn doel. Het uitgangspunt is dat wij trots zijn op wie we zijn en dat we zoveel mogelijk mensen op een positieve manier kennis willen laten maken met wat wij doen. Laat het een soort bucketlist-ding worden; net zoals je De Nachtwacht gezien ‘moet’ hebben, moet je dit ook een keer hebben meegemaakt. Gewoon omdat het bijzonder is, omdat het iets met je doet. We hebben eerder geprobeerd de muziek of de productie ‘op te leuken’, door er een verhaal doorheen te vertellen bijvoorbeeld, maar dat werkt niet. Dan doe je er zoetstof bij. Nu geloven we dat je mensen op een leuke manier binnen moet halen; met een workshop, ik noem maar wat. En als ze dan binnen zijn, laat je ze kennismaken met het orkest dat speelt op het hoogst denkbare niveau. Ongezoet, een ijskoud bad. Die mensen komen flabbergasted de zaal uit! Het doel is niet dat ze meteen een abonnement aanschaffen, maar dat ze naar buiten lopen en denken: ‘wauw, wat ben ik blij dat ik dít heb meegemaakt’.”

Baai moet weer verder: over een kwartier begint zijn workshop bodypercussie.

Amuse

Niet alleen het honderdjarig jubileum maakt vandaag bijzonder: chef-dirigent Yannick Nézet-

Séguin neemt dit jaar afscheid van het orkest. Na ons orkest tien jaar geleid te hebben, geeft hij het stokje over aan Lahav Shani. Vandaag is het laatste thuisconcert; hierna zullen de muzikanten nog een tour door Europa maken.

Het terrein loopt inmiddels voller. Mensen die een hapje zijn wezen eten komen terug om op tijd een plekje te bemachtigen voor het jubileumconcert. Passanten zijn nieuwsgierig komen kijken met een ijsje van Capri in de hand en gaan niet meer weg.

De amuse van vandaag wordt verzorgd door het Rotterdams Philharmonic Banda, een compacte versie van het orkest. Ineens begrijpen we wat Baai bedoelt: muziek spreekt voor zichzelf. Als de violiste en trompettist een intieme versie van Emmanuel, van de Franse componist Michel

Colombier, inzetten, luistert iedereen ademloos. Een daverend applaus volgt. Mooie muziek raakt ons allemaal.

Daarna blijft het podium leeg. Het scherm zal vanaf dit moment zijn dienst moeten bewijzen. Iets na achten verschijnt er een korte documentaire over de geschiedenis van het orkest. Het orkest dat in de Tweede Wereldoorlog doorspeelde, maar wel haar Joodse muzikanten verloor. Dat vocht voor een eigen plek en zich uiteindelijk een weg naar de wereldtop speelde. Het is bijzonder om De Doelen op beeld te zien verrijzen; wie voor zich kijkt ziet het iconische gebouw in levenden lijve omringd door nieuwe architectuur als het Marriot en Calypso. Er vliegt een helikopter over, krassende meeuwen, uit een passerende auto klinkt een zware bass; de stad laat van zich horen en vermengt zich organisch met de eerste pianoklanken op het Schouwburgplein.

Het concert is begonnen. De grande finale. Musici lopen één voor één op terwijl er al muziek speelt, een groot taboe in ‘orkestland’, vertelde Baai eerder, maar de organisatie besloot hiertoe om de groei te symboliseren. De muziek zwelt verder aan naarmate de stoelen op het podium worden gevuld.

Een gezelschap van zes vrienden uit Limburg, dat eerder vandaag nog aangaf te zullen vertrekken, heeft zich inmiddels op het gras genesteld met vers getapte biertjes.

Na ieder slot volgt er een daverend applaus, niet alleen in de zaal maar ook op het plein. “Is het afgelopen?”, vraagt een vrouw zich af als mezzosopraan Joyce DiDonato na haar eerste solo warm afscheid neemt van de dirigent.

Na de pauze krijgt Yannick de cultuurpenning uitgereikt door burgemeester Aboutaleb. Dankbaar en emotioneel neemt de dirigent het speldje in ontvangst, waarna hij weer doorspeelt met een ongekende professionaliteit.

Nog meer mensen zijn komen kijken, het publiek wordt alsmaar diverser. Jongeren die uit de bios-coop komen, mannen (vermoedelijk) onderweg naar de Pauluskerk en moeders met kinderen luisteren naar de muzikanten.

De laatste noten zijn ingezet. Nu klinkt het applaus anders; langer, het zwelt aan, mensen in de zaal gaan staan. De eerste mensen op het festivalterrein wandelen alweer richting het centraal station, een enkeling is ook gaan staan. Op het scherm zien we Yannick met tranen in zijn ogen de bloemen in ontvangst nemen. Het zit erop. Het einde van een tijdperk, het einde van een geweldige dag. Maar het orkest is nog lang niet uitgespeeld.