Op het podium bij het Rotterdams Philharmonisch

Rotterdams Philharmonisch Orkest

Met recht een icoon in de stad én wereldwijd een begrip: het Rotterdams Philharmonisch Orkest weet al bijna 100 jaar mensen te raken met zijn muziek. Maar wat weten wij eigenlijk van het - in de volksmond - ‘Rotterdams Philharmonisch’? En wie zijn die muzikanten? De komende tijd neemt Gers! een kijkje achter de schermen. Voor de aftrap van de serie kregen we een stoel óp het podium!

Het podium van de grote zaal in De Doelen stroomt langzaam weer vol voor het tweede deel van de repetitie. De strijkers nemen links en rechts plaats, de altviolen pal voor de dirigent. De koperblazers vinden hun plek aan weerszijden van de houtblazers. Twee violistes die samen een lessenaar delen, nemen nog snel even hun aantekeningen door. De concertmeester heeft een onderonsje met dirigent Stanislav Kochanovsky en twee trombonisten achterin lachen hartelijk om een grapje van de man bij de triangel. Nieuwsgierig en vriendelijk wordt geknikt naar de journalist op de stoel naast de harpist. “Wil je hier zitten? Dan kun je het nog beter zien”, vraagt violiste Elina met Scandinavisch accent. Ze blijkt Finse te zijn. We bedanken haar vriendelijk voor het aanbod; zonder twijfel is onze stoel strategisch neergezet.

Het is niet de eerste keer dat een gast een stoel krijgt tussen de orkestleden; soms zet de organisatie een prijsvraag uit voor deze ereplaats tijdens een optreden. De dirigent sluit zijn ogen. Een startsein. De groep valt acuut stil. Als een golf die in slow motion op komt zetten, drijft Stanislav zijn armen van zijn lichaam. Schijnbaar als vanzelf gaan de strijkstokken in de aanslag, de mondstukken naar de lippen, en worden de eerste noten ingezet. Het orkest is begonnen.

Onweerstaanbaar

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest is er niet zomaar eentje. Het geniet internationaal aanzien en wordt beschouwd als een van de beste ter wereld. Muzikanten van over de hele wereld doen hier auditie en zien een droom in vervulling gaan als ze een plek weten te bemachtigen. Kenners roemen het orkest om zijn gedrevenheid - ‘Intense, impressive, impossible to resist’, schreef de New York Times. Desondanks is het bezoeken van een concert voor veel mensen nog een drempel te hoog, merkt Bart Diels, van marketing en communicatie. “Er hangt een zweem van ‘elitair’ om klassieke muziek heen, dat je je voor een voorstelling netjes moet aankleden en het moet ‘snappen’.” Onzin, meent hij: “Je kunt gewoon komen luisteren en merken wat het met jou doet.”

Om een zo breed mogelijk publiek aan te spreken, zoekt het orkest actief verbinding met de stad en werkt het doorlopend aan nieuwe concertformules. Het spektakel Julia in Ahoy staat bij menigeen nog in het geheugen gegrift. Iedereen die in een informele setting kennis wil maken met klassieke muziek en de orkestleden, kan terecht bij de Core Classics-concerten. Hoogtepunten uit bekende musicals en opera’s komen groots tot leven tijdens Musical meets Opera en met Harry Potter in Concert wordt de magie van Harry Potter naar de concertzaal gebracht. Elitair en stijfjes? Dacht het niet!

Schurk

Eens per jaar speelt het orkest een opera, in samenwerking met de Nationale Opera in Amsterdam. Nu wordt gerepeteerd voor Prins Igor, een Russisch stuk. De Oekraïense Igor Gruppman blijkt groot liefhebber van opera, vooral van de Russische. “Het intense drama, de goedzak, de schurk… Het is altijd hetzelfde, maar altijd schitterend.” Igor is concertmeester (aanvoerder van de eerste violen) en daarmee de belangrijkste schakel tussen dirigent en musici. Als er een vioolsolo vanuit het orkest moet klinken, dan wordt die altijd door de concertmeester gespeeld. Een orkest is het meest sprekende voorbeeld van teamwork, wil Igor nadrukkelijk kwijt. “Niemand moet in zijn eentje willen shinen; juist door het samenspel, het afgestemd zijn op elkaar en je plaats in het orkest kennen, krijg je een schitterend schouwspel.”

En schitterend is het. Je zou bijna vergeten dat we bij een repetitie zitten. Na elke afsluitende etappe zijn we geneigd te klappen, maar dat is natuurlijk niet de bedoeling. “More drama, give it more drama”, zegt Stanislav tegen de altviolisten voor hem. Er wordt druk aantekeningen gemaakt in de bladmuziek.

Auditie

Hoewel de organisatie en de dirigent vaak al maanden bezig zijn met een concert, hebben de muzikanten maar weinig oefenmomenten. Bart: “Elke week spelen we een heel nieuw programma - in tegenstelling tot bijvoorbeeld een toneelgroep, die wekenlang hetzelfde stuk speelt. Voor elk programma is er dus maar een paar dagen tijd om het in te studeren: dinsdag, woensdag en donderdag repeteren, donderdag tot en met zondag concerten, maandag vrij, en dan weer door met een volgend programma.” Dat lukt vanzelfsprekend alleen met heel goede musici en dan nog is het zwaar. “Dus rouleren we”, zegt Bart. “Vrijwel al onze musici zijn vast in dienst, aangevuld met een enkele freelancer bij sommige concerten.”

Als muzikant kom je vanzelfsprekend niet zomaar het orkest binnen: je moet eerst een strenge auditie, bestaande uit meerdere rondes, winnen. “Muzikanten moeten verschillende klassiekers kunnen spelen, in de eerste rondes onherkenbaar achter een zwart doek zodat de focus enkel en alleen op het muzikale ligt.”

Wie een blik werpt op het orkest, ziet een zeer internationaal gezelschap. Alle buitenlandse musici krijgen Nederlandse les via het orkest, maar omdat de dirigenten vaak uit het buitenland komen, wordt er tijdens de repetities meestal Engels gesproken. De orkestleden komen uit Europa, maar ook Zuid-Afrika, Taiwan en Japan, Rusland, China, Canada en de VS zijn vertegenwoordigd. De huidige chef-dirigent komt uit Montreal. Zijn opvolger (in 2018) uit Tel Aviv.

‘Niemand moet in zijn eentje willen shinen; juist door het samenspel, het afgestemd zijn op elkaar en je plaats in het orkest kennen, krijg je een schitterend schouwspel.’

Droom

Het toeval wil dat wij naast een Rotterdammer zitten. Arjen Leendertz (34) speelt contrabas. Op zijn zevende ging hij met mijn vader naar de zondagmiddagconcerten van het Rotterdams Philharmonisch. “Toen dacht ik al: ‘dat wil ik later ook!’ Op mijn achtste begon ik met cello en op mijn achttiende studeerde ik contrabas aan het conservatorium Rotterdam. Toen ik hier, na verschillende banen bij andere orkesten en veel freelance werk, werd aangenomen, werd mijn droom werkelijkheid! De halve wereld komt op een auditie af, dus het is tegenwoordig best een unicum als Rotterdammer aangenomen te worden.”

Wie denkt dat de muzikanten na de repetitie klaar zijn, heeft het mis: thuis gaat men gewoon weer aan de bak. Musicus zijn is een passie maar ook keihard werken, stelt Arjen: “Thuis je niveau op peil houden, partijen instuderen, repeteren met het orkest, optreden in Rotterdam, in binnen- en buitenland. Ik weet nooit hoe mijn week eruit ziet.”

De repetitie zit erop. Twee violisten stappen samen het gebouw aan de Kruisstraat uit en zetten koers naar Doppio aan de overkant. Zij verkiezen vooralsnog het freelance muzikantenbestaan en kijken uit naar de komende concerten. “Rotterdam heeft het beste orkest van Nederland - dat mogen ze zelf natuurlijk niet zeggen, daarom doen wij het.” Lachend verdwijnt het tweetal, bepakt met hun grote tassen, Doppio in. Straks thuis weer oefenen, nu eerst koffie.